Nieuwe wet wijzigt opzegtermijn arbeiders en bedienden ingrijpend

03 juni, 2011 - Editie nr. 455

Het Belgisch Staatsblad publiceerde op 28 april j.l. de Wet van 12 april 2011 tot uitvoering van het Interprofessioneel Akkoord. Deze wet bevat onder andere de nieuwe bepalingen met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten. De nieuwe regels gelden voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering, zoals overeengekomen tussen de partijen, aanvangt vanaf 1 januari 2012.


Voor de arbeiders waarvan het contract ten vroegste op 1 januari 2012 wordt uitgevoerd, zullen de opzegtermijnen variëren van 28 tot 129 dagen, naargelang van de anciënniteit van de werknemer. Vergeleken met de basisopzegtermijnen (CAO 75) vandaag van toepassing, betreft het een verhoging met 15%.

Nieuw is dat de periode tijdens dewelke de arbeider tewerkgesteld was als uitzendkracht bij dezelfde werkgever in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de anciënniteit met een maximum van één jaar.

De wet voorziet ook in de betaling aan de arbeider van een “ontslaguitkering” met een bedrag tussen de 1.250 en 3.750 euro, in functie van de anciënniteit. Deze ontslaguitkering is ten laste van de RVA, niet van de werkgever.

Voor bedienden die minder dan 30.535 euro bruto per jaar verdienen, verandert er niets en blijft de opzegtermijn nog altijd drie maanden per begonnen periode van vijf dienstjaren.

De situatie voor de bedienden die 30.535 euro bruto per jaar of meer verdienen, wijzigt aanzienlijk. De wet voorziet alleen in minimumtermijnen voor deze categorie: ofwel bereiken de partijen een akkoord, ofwel zal de rechter zich dienen uit te spreken.

In de praktijk zullen werkgevers en werknemers gebruik maken van diverse statistische formules, zoals de formule Claeys om een redelijke opzegtermijn te berekenen. Deze formules houden in het algemeen rekening met de leeftijd, de anciënniteit en het salaris.

Voor de arbeidsovereenkomsten die vanaf 1 januari 2012 worden uitgevoerd, zullen de opzegtermijnen bij wet zijn vastgesteld. De opzegtermijn bedraagt in principe 30 dagen per begonnen jaar anciënniteit, zonder evenwel lager te mogen zijn dan de minimum opzegtermijn van toepassing op werknemers die minder dan 30.535 euro per jaar verdienen.

Vanaf 2014 zal de opzegtermijn 29 dagen per begonnen jaar anciënniteit bedragen. De anciënniteit als uitzendkracht zal ook in aanmerking worden genomen, met een maximum van één jaar.

Een en ander kan worden gezien als een eerste - voorzichtige - stap in de gelijkschakeling van het arbeiders- en bediendenstatuut. Sommige bedienen zien in de nieuwe regeling hun opzegtermijn met 60% dalen.

lees alles over
Human Resources, Interim & SelectieVLAAMSE OVERHEIDArtikels in deze editie
Ook in Human Resources, Interim & Selectie
22 mei, 2012
België zoekt nog 9.300 digital experts
21 mei, 2012
Aanmoedigingspremies WSE voortaan ook on-line aanv...
21 mei, 2012
Grotere zwangerschapsvergoeding voor vrouwelijke z...