Voedingssector houdt goed stand in 2009

Industriƫle sterkhouder

Hoewel de voeding in 2009 voor het eerst sinds het uitbarsten van de dioxine-crisis een omzetdaling noteerde, hield de werkgelegenheid relatief goed stand. “Dat vooral omwille van het buffereffect waarvoor de uitzendarbeid en het stelsel van de tijdelijke werkloosheid zorgen,” weet Chris Moris, directeur-generaal van FEVIA, de Federatie van de Voedingsindustrie. Goed nieuws is dan weer dat de verre export uitstekende resultaten laat optekenen. In eigen land delen vooral de foodservice, die de horeca belevert, en de bereide maaltijden in de klappen.

 

 

 

Een geschokt consumentenvertrouwen en dalende afzetprijzen op zowel de binnen- als buitenlandse markten, bezorgden de voedingsnijverheid in 2009 een omzetdaling met 4,1%.

 

“Dat is merkelijk beter dan de verwerkende industrie die een teruggang met 19,9% noteerde.Er kan gerust gesteld dat de voedingssector de schade binnen de perken wist te houden,” aldus Wim Van der Beken, directeur Idea Consult (Brussel), dat de economische ontwikkeling van de Belgische voedingsindustrie in 2008 en 2009 voor rekening van FEVIA doorlichtte.

 

Negatieve repercussies had een en ander wel op de investeringen.

 

Die vielen met 15,1% terug.

 

“Hopelijk gaat het om een eenmalige dip. Teruglopende investeringen zijn immers op lange termijn niet houdbaar wil men de concurrentiekracht vrijwaren. Bovendien kan gesteld dat het investeringspeil zich normaliter evenwijdig ontwikkelt met de rendabiliteitsvooruitzichten in de sector,” weet nog Van der Beken.

 

Indien het de voedingssector een troost weze kan: de investeringen in de verwerkende industrie krompen in 2009 met 23,6%.

 

 

 

Industriële sterkhouder

 

 

Van der Beken aarzelt niet de voedingssector als een industriële sterkhouder te bestempelen.

 

Zo hield de werkgelegenheid in volle crisis goed stand (-5% in de verwerkende industrie, nvdr.), evolueerden export en handelsbalans in positieve zin en nemen de innovatie-inspanningen toe.

 

“Vijf jaar terug haalde de voeding 45% van zijn omzet uit de export.Dat aandeel is intussen tot 50% opgeklommen.De jongste jaren ontwikkelt ook de Verre Export, richting Verenigde Staten en Japan, zich sterk,” stelt de directeur van IDEA Consult.

 

 

FEVIA-voorzitter Dirk Decoster schrijft het toenemend succes van de verre export toe aan de reputatie van de Belgische producenten, met bier en chocolade als sterproducten.

 

Ook de naweeën van de dioxine-crisis spelen een rol.

 

“Als gevolg van de ingrepen van het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) is België, na de dioxinecrisis, één van de veiligste landen ter wereld op gebied van voedselveiligheid. En dat is de buitenlandse consument niet ontgaan,” luidt het.

 

Qua product- en procesinnovatie hoeft de Belgische voedingssector geenszins onder te doen voor de buurlanden.

 

Wel ligt in België de nadruk meer op de procesinnovatie terwijl de buurlanden sterker op productinnovatie werken.

 

“België worstelt duidelijk met een probleem van commerciële valorisatie. Zo put de voedingssector in ons land 5% van zijn omzet uit nieuwe producten. In Nederland bijvoorbeeld bedraagt dat aandeel 8%,” zo nog Van der Beken.

 

Met nagenoeg 90.000 werknemers blijft de voeding evenwel de tweede grootste werkgever in het land, na de technologische industrie.

 

 

 

2010: herstel

 

 

Intussen blijft het koffiedik kijken wat 2010 brengen zal.

 

De conjunctuurbarometer van het ondernemersvertrouwen mag dan al licht positief evolueren en de investeringsbereidheid aantrekken, feit is dat het consumentenvertrouwen bijzonder broos blijft.

 

Zo liep de omzet van de voedingssector vorig jaar sterker terug in de tweede jaarhelft.

 

Ook zijn structurele wijzigingen in het consumptiepatroon merkbaar.

 

De verkoop van gespecialiseerde gerechten en de toelevering aan de horeca dalen verder terwijl steeds meer goederen (lees: prijsvoordeel, nvdr.) over de toonbank van grootwarenhuizen/discounters gaan.