Beerse Metaalwerken diept engineering-expertise verder uit

Dertigjarig jubileum

Beerse Metaalwerken (Bemetal) diept zijn engineering-expertise verder uit. De Kempense KMO, die zijn dertigjarig bestaan gedenkt, heeft de ambitie zich zodoende nog vroeger in de waardenketen te positioneren. Intern worden bovendien de nodige specialismen ontwikkeld om in te spelen op de steeds hogere eisen van de klanten inzake materiaalgebruik, aldus directeur Dirk Verguts, die om begrijpelijke redenen met argusogen het door Vlaanderen beloofde Nieuw Industrieel Beleid op de voet volgt. De aanhoudende delokalisatie van productiebedrijven holt immers de markt steeds verder uit waarin metaalbe- en -verwerkende bedrijven actief zijn.

De bakermat van Beerse Metaalwerken stond precies dertig jaar terug in Beerse. Het bedrijf was toen als Hovers Constructies, een bijhuis van de gelijknamige Nederlandse onderneming, gespecialiseerd in kabelkranen en heimachines.

In 1982 gaat het echter overstag in het zog van het faillissement van Cockerill, waarna een moeizame doorstart volgt onder impuls van een achttal nieuwe aandeelhouders. Belangrijkste onder hen waren Groep Baudoin (Mol), DCA Aannemingen (Beerse) en Groep Promark (lees: Wim Poulussen, ex-Fitraco, nvdr.).

Na de faling van het Nederlandse moederhuis enkele jaren eerder, was het Belgische Hovers al het diversificatiepad van de metaalbewerking en -constructies opgegaan.

Sinds medio de jaren ‘90 is Beerse Metaalwerken integraal in handen van de Groep Promark.

Maatwerkspecialisatie

Binnen de metaalbewerking focust Beerse Metaalwerken op maatwerk. Het beschikt daarvoor over een werkplaats van 3.200 m², met twee rolbruggen en een portaalkraan, zodat de KMO constructies tot 20 ton aan kan.

Beerse Metaalwerken structureert zijn activiteiten langsheen drie assen, met name Metaalconstructies, Mechanische onderdelen en Montagewerken.

Onder Metaalconstructies vallen alle constructies op maat van de klant, met uitzondering van gebouwen, al dan niet in roestvrij staal (leidingsystemen, graafbakken, ...).

Ook Mechanische onderdelen hanteert een heel erg klantspecifieke aanpak. Het gaat om de aanmaak van tandwielen, assen, pluggen, … De KMO beschikt daartoe over een machinepark bestaande uit diverse draaibanken (tot 6 meter centerafstand en een draaicapaciteit tot 3 meter diameter), frees- en radiaalboormachines, kotterbanken en dies meer.

“Opdrachtgevers zijn doorgaans machinebouwers of bedrijven met eigen productie-installaties, die aan herstelling of aanpassing toe zijn,” verduidelijkt Dirk Verguts.

De afdeling Montagewerken spitst zich dan weer toe op de montage on-site van dergelijke onderdelen voor industriële klanten, waaraan doorgaans nog andere zaken worden toegeleverd. Beerse Metaalwerken tekent immers ook voor revisies, onderhoud en herstellingen ter plaatse.

Met dertig medewerkers boekte Beerse Metaalwerken tijdens boekjaar 2011-2012 een omzet van 3,4 miljoen euro. Dat was iets meer dan een jaar eerder toen met 3,1 miljoen euro werd gekeerd.

“2008 en 2009 waren voor Beerse Metaalwerken goede jaren. Vaak ijlen we na op de conjuncturele evolutie en vertonen onze activiteiten een anti-cyclisch karakter,” aldus de directeur.

Slinkende en sterk versnipperde markt

De sector van de metaalbewerking is slinkend in België, voornamelijk als gevolg van de toenemende delokalisatie. En dat blijft niet zonder gevolgen voor de lokale concurrentie.

“Als een auto-assemblagebedrijf in België zijn deuren sluit, gaan zijn toeleverancies hun geluk op andere marktsegmenten beproeven,” luidt het.

Aan aanbodzijde oogt de markt bijzonder versnipperd, gaande van grotere, goed gestructureerde bedrijven tot micro-ondernemingen of eenmansbedrijven.

Dirk Verguts: “Indien de klant nood heeft aan veel wisselstukken zonder tijdsdruk, kunnen we niet optornen tegen de concurrentie uit Oost-Europa. Beerse Metaalwerken beweegt zich voornamelijk op de markt van de urgente interventies (na breuk of nood aan snelle aanpassingen). Ons voornaamste concurrentiewapen schuilt in de combinatie onder één dak van constructie- en bewerkingsactiviteiten, desgewenst aangevuld met montagewerkzaamheden. Bovenop beschikken we over een eigen studiedienst die bij de klant de opmetingen kan waarnemen om vervolgens het gewenste onderdeel maatspecifiek te vervaardigen”.

Een tweetal jaar terug investeerde Beerse Metaalwerken zowat 300.000 euro in een 5-assige pendelfreesmachine.

Verdere uitbreiding van het machinepark zit in de pijplijn. Zo maakt de KMO zich op om gepulseerde halfautomatische lastoestellen in gebruik te nemen, die laswerk van hogere kwaliteit binnen bereik brengen.

Zoals gesteld in de aanvang van dit artikel zitten tevens de uitbreiding van de engineering-afdeling en het uitdiepen van de materiaalexpertise in de pijplijn. In dat laatste geval schuwt het bedrijf niet terug de klant te ontzorgen door ook alle administratie rond certificatie voor zijn rekening te nemen.

Dat is ook het geval bij de eventuele productie van klantspecifieke hefgereedschappen. Ook dan tekent Beerse Metaalwerken voor de administratieve afwikkeling met betrekking tot de aflevering van het bijhorende CE-certificaat.