Buitenlandse directe investeringen in Tunesië opnieuw in de lift

Riadh Bettaieb (Tunesisch minister van Investeringen en Internationale Samenwerking

Op 14 januari 2011 gaf de Jasmijnrevolutie in Tunesië de aanzet tot het uitbreken van de Arabische Lente. Vrij snel wist het Maghreb-land de rust in het land te herstellen. Thans is het kwestie van het vertrouwen te herstellen. Van de aanpak van de welig tierende corruptie wordt een topprioriteit gemaakt. In de eerstvolgende drie tot vier jaar investeert het land maar liefst 12 miljard USD in grote infrastructuurprojecten. “Prioriteit is de economische groei aan te wakkeren via overheidsinvesteringen,” aldus Riadh Bettaieb, Tunesisch minister van Investeringen en Internationale Samenwerking in een exclusief gesprek met “de Vlaamse Ondernemer”. De bewindsman stelt inmiddels vast dat zowel de binnen- als buitenlandse directe investeringen terug oppikken. De Europese Unie zegde, gespreid over een periode van vier jaar, 4 miljard euro steun toe ter onderstutting van de Tunesische economie. De crisis in de Eurozone maakt het vrijmaken van die middelen er echter niet eenvoudiger op, laat Bettaieb verstaan.

Op de vraag of “La Nouvelle Tunisie est arrivée?” toont de minister zich opgetogen over de diepgaande mutatie die zich momenteel in de Tunesische maatschappij op alle vlakken (politiek, sociaal, economisch, …) voltrekt.

“Tunesië gaat voluit voor economische groei. Heel belangrijk daarbij is een economisch model op te bouwen dat alle lagen van de bevolking meeneemt, met inbegrip van de achtergestelde regio’s. De revolutie bood ons de mogelijkheid dat te doen op basis van een gezond zakelijk klimaat met wederzijds vertrouwen,” luidt het.

Kennelijk slaagt de huidige overgangsregering in zijn opzet.

“Als gevolg van de Jasmijnrevolutie vielen de directe buitenlandse investeringen in Tunesië met 29% terug. In een land als Marokko bedroeg de terugval zelfs 37%. Dat wijst erop dat die daling niet enkel met de post-revolutionaire omgeving te maken had, maar evenzeer met de negatieve impact van de Euro-crisis. In de eerste zeven maanden van 2012 lagen de directe buitenlandse investeringen echter 2,5% hoger dan in 2010. Ook in de binnenlandse investeringen, die vorig jaar met 13% inkrompen, is een duidelijke ommezwaai merkbaar. De bereidheid tot het opzetten van nieuwe investeringsprojecten door Tunesische ondernemingen is groter. Dat belet evenwel niet dat ook voor binnenlandse investeerders nog een aantal obstakels dienen weggevlakt,” zo nog onze gesprekspartner.

Zo zouden tijdens het eerste kwartaal van 2012 62 nieuwe buitenlandse ondernemingen op Tunesisch grondgebied hebben geïnvesteerd, waaronder 37 in de productiesfeer. Nog eens 115 ondernemingen van buitenlandse origine hebben uitbreidingsinvesteringen opgezet.

Het ICIEC (Islamic Corporation for Insurance of Investments and Export Credits), dat voor 50% in handen is van de Islamic Development Bank, maakte 500 miljoen USD vrij voor de versterking van het Tunesische KMO-weefsel.

De financiering van Tunesische bedrijven blijft immers een probleem. De weinige liquiditeiten waarover de banken beschikken worden momenteel voornamelijk in het consumentenkrediet ingezet. Tunesië kent vooralsnog het begrip risicokapitaal niet. Iets wat het nieuwe regime in de toekomst ook graag had veranderd.

Strijd tegen corruptie

Indien Riadh Bettaieb het over het wegvlakken van een aantal obstakels heeft, doelt hij niet enkel op een vereenvouding van de administratieve procedures, maar bovenal op de strijd tegen de corruptie waarvan de nieuwe regering eveneens een topprioriteit heeft gemaakt.

Zo verkeert onder meer een nieuw gerechtelijk apparaat in oprichting dat uitsluitend zal focussen op de strijd tegen de (zakelijke) corruptie. Ook de controle op de overheidsfinanciën is opgevoerd.

“Sinds het aantreden van de nieuwe regering is de productiviteit van de Tunesische melkkoeien in de melkveebedrijven in handen van de overheid van 9 tot 14 à 15 liter per dag opgelopen. Ook het bijzonder hoge sterftecijfer van 40% in de openbare schapenteeltbedrijven is inmiddels drastisch herleid,” schetst de minister de voormalige wantoestanden bij wijze van anekdote.

Volgens Ezzedine Saïdane, ceo van Directway Consulting, kost de corruptie Tunesië jaarlijks gemiddeld 2% economische groei of 100.000 jobs.

Het stelsel van ontwikkelingspolen dat Tunesië had uitgetekend ter ondersteuning van zijn economische ontwikkeling wordt behouden maar ge(re)activeerd.

“Van die tien polen zijn er slechts een drie- à viertal operationeel. De rest zijn momenteel lege schelpen. Onderzocht wordt momenteel hoe via dergelijke polen industriële en logistieke zones kunnen worden gecreëerd,” zo nog Bettaieb.

Internationaal handelsverkeer aanzwengelen

Momenteel vertegenwoordigt het handelsverkeer tussen Tunesië en de andere Maghreb-landen amper 3% van de totale internationale diensten- en goederenstromen. Bedoeling is de banden met die landen op pragmatische wijze aan te halen, een klimaat van wederzijds vertrouwen te scheppen om vervolgens het handelsverkeer met de buurlanden op te krikken.

“Een hogere integratiegraad van Tunesië binnen de Maghreb zal automatisch grotere economische groei genereren,” weet Bettaieb.

“Bovendien beschikken we binnen de regio over belangrijke troeven om de strategische relaties met onze Europese partners te ontwikkelen en uit diepen,” wordt daaraan toegevoegd.

In Tunesië waren in 2010 214 Belgische bedrijven actief op een totaal van 3.073 (7%). Belangrijkste zijn Sioen Industries, Staels Borco, TMD International, Van De Velde, Vercatex, Elektro Diesel Rebuild en Heytens.

“België is de vijfde handelspartner van Tunesië,” aldus Bettaieb, die stelt dat de buitenlandse ondernemingen in het algemeen en de Belgische in het bijzonder de Tunesische revolutie goed hebben doorstaan omwille van hun goed sociaal bedrijfsklimaat.

Groeien door schuldfinanciering

Riadh Bettaieb: “Aanvankelijk mikte Tunesië dit jaar op een groei van 4,8%. De economische indicatoren wijzen evenwel eerder op een cijfer in de buurt van 3,5%. Een goede landbouwoogst, het opnieuw aantrekkend toerisme, de stijgende buitenlandse directe investeringen, het hernemen van de industriële en fosfaatproductie alsook de terug oppikkende export moeten die groei ondersteunen”.

Het begrotingstekort van 6% in 2011 zal dit jaar wellicht oplopen tot 6,3%. De nieuwe Tunesische regering opteert er immers voor de economische groei aan te wakkeren middels overheidsinvesteringen.

“In de lopende begroting werden bijkomende middelen vrijgemaakt voor de financiering van infrastructuurwerken. In de komende drie tot vier jaar zullen we 12 miljard USD investeren in dergelijke projecten. Andere infrastructuurprojecten, nog omvangrijker in omvang, zullen via het voor Tunesië relatief nieuwe PPS-concept worden ontwikkeld. Momenteel zijn we bezig met het vastleggen van een regelgevend kader om het concept breder toepasbaar te maken. PPS-verbanden zullen in de toekomst een wezenlijke impact op de Tunesische economie uitoefenen,” stelt de minister.

Op de agenda staan o.m. de ontwikkeling van een diepzeehaven, de aanleg van 600 hectaren industriezones, de afwerking van de Trans-Maghrebijnse snelweg, de uitbreiding van de raffinagecapaciteit, de ontwikkeling van vier logistieke zones voor de afwikkeling van goederenstromen met de buurlanden, de uitbreiding van de cementproductiecapaciteit en de realisatie van zonne-energieparken.

Strijd tegen de werkloosheid

Het nieuwe politieke bestel heeft voorts de intentie een grotere regionale autonomie tot stand te brengen. Op zich geen eenvoudige opdracht gezien de grote (economische) verschillen tussen de regio’s.

Voorts heeft het nieuwe regime steile verwachtingen bij de bevolking geschapen. Voor Bettaieb bestaat de voornaamste uitdaging er niet zozeer in die verwachtingen te temperen en tot realistische proporties terug te brengen, maar situeert die zich vooral in de strijd tegen de werkloosheid.

“In Tunesië kwam ook een nieuw sociaal klimaat tot stand, met onder meer verschillende werknemersvertegenwoordigingen. Met het oog op de verankering van het democratisch proces bouwen we overleg- en consultatierondes in. Dat gebeurde onder meer bij de opstelling van de begroting van 2012, een oefening die voor 2013 zal worden herhaald. De Tunesische bevolking is geslaagd in een succesvolle en vreedzame burgerrevolutie. De verwachtingen zijn hoog gespannen, maar geduld is geboden. De realisatie van een nieuw sociaal project neemt immers tijd in beslag,” besluit onze gesprekspartner.