IWT verhoogt steuntoelage voor K(M)O’s

Baekeland-mandaat brengt strategische onderzoeksexpertise binnen bereik

Het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) schafte onlangs, op vraag van minister van Innovatie Ingrid Lieten, het steunplafond van 60% af. Hierdoor kunnen KMO’s, onder bepaalde voorwaarden, voortaan tot 70% bedrijfssteun krijgen, KO’s zelfs tot 80%. Dat maakt het voor KMO’s onder meer heel aantrekkelijk om doctoraatstudenten aan te trekken om ze, al dan niet binnen de eigen bedrijfsmuren, in te zetten voor strategische onderzoeksprojecten. Het Baekeland-project voorziet in een betoelaging van 60 of 70% van de loonkost van de mandataris, de werkingkosten gekoppeld aan de uitvoering van het project en mogelijk ook een reiskrediet. Werkt de KMO-contractant binnen het project samen met een ander bedrijf, kan het steunpercentage met nog eens 10% worden verhoogd. De eigen financiële inbreng van het bedrijf zorgt ervoor dat voorafgaand afspraken rond de eigendomsrechten worden gemaakt, in overleg met de betrokken kennisinstelling. Administrateur-generaal Veerle Loris en Veerle Cauwenberg, coördinator Baekeland- en Innovatiemandaten, verschaffen toelichting, geflankeerd door Maarten Sileghem, directeur Strategisch Onderzoek en Internationalisering, en Leo Van de Loock, directeur Bedrijfsprojecten.

Begin 2009 lanceerde het IWT een eerste oproep binnen het Baekeland-programma. “Dat programma positioneert zich tussen het Strategisch Basisonderzoek (SBO) aan de universitaire instellingen en de klassieke bedrijfssteun. Met de Baekeland-projecten is het het IWT erom te doen een nauwe samenwerking te creëren tussen doctoraatsstudenten en een bedrijf. Bij een Baekeland-project gaat de steun in het kader van een doctoraatsonderzoek, in tegenstelling tot het klassieke stelsel, rechtstreeks naar het bedrijf als contractant,” schetst Veerle Lories.

Partners binnen een Baekeland-project zijn derhalve het bedrijf-contractant, de doctorandus en de kennisinstelling. Het project zelf kan worden geïnitieerd door één van de drie betrokken partijen, al dan niet in samenspraak. De mandataris kan overigens niet alleen een doctoraatsstudent aan een kennisinstelling zijn, maar net zo goed een werknemer van het bedrijf. Net zoals het onderzoek fysisch kan worden verricht aan de universiteit dan wel binnen de muren van het contracterende bedrijf, of in een combinatie van beide.

Veerle Lories: “Bedoeling van het Baekeland-project is de mobiliteit van de onderzoekers te stimuleren. Bij de uitvoering van een dergelijk project zal de mandataris een groot deel van zijn tijd binnen een academische werkgroep doorbrengen, maar gelijktijdig voldoende contacten houden met de activiteiten van het bedrijf-contractant. Aldus bouwt hij niet enkel een academisch, maar ook een industrieel netwerk uit. Zo zal de mandataris bijvoorbeeld deelnemen aan opleidingen en/of vergaderingen binnen het bedrijf. Op die manier zal hij of zij kennis verwerven die de stap naar het bedrijfsleven later makkelijker zal maken”.

Die mobiliteit hoeft overigens niet bij de landsgrenzen te stoppen. Een Baekeland-project biedt de mogelijkheid tot internationale samenwerking. Aan de kandidaten wordt geen enkele nationaliteitsvereiste opgelegd. Opzet is een maximale mobiliteit te stimuleren tussen de academische en de industriële wereld, zowel nationaal als internationaal. Tijdens de uitvoering van een project worden Vlaamse studenten, indien nodig, aangezet tot een langdurig studieverblijf in het buitenland.

 

Nieuwe klanten voor IWT

Een Baekeland-project neemt normaliter vier jaar in beslag. Werknemers van een bedrijf kunnen een dergelijk mandaat ook deeltijds opnemen, waarbij de duurtijd in dat geval evenredig verlengt. Heel wat mandatarissen-werknemers blijken momenteel voor 80% met hun doctoraatsstudie bezig te zijn.

Inmiddels werden de eerste twee doctoraten binnen een Baekeland-project behaald. Heel wat projecten verkeren momenteel in de eindfase. Het IWT keurde, sinds de opstart van het programma, inmiddels 91 projecten goed, ingediend door 66 bedrijven. Opmerkelijk: nagenoeg de helft daarvan situeert zich in KMO-kringen. Samen tekenen zij voor een derde van de goedgekeurde projecten.

“Heel veel bedrijven vinden, via het Baekeland-programma, voor het eerst de weg naar het IWT,” aldus Veerle Lories.

Afgestudeerden uit de ingenieurswetenschappen en bio-ingenieurswetenschappen vertegenwoordigen de helft van de mandatarissen. Maar ook kandidaat-doctorandi uit de exacte wetenschappen, biomedische wetenschappen of economische richtingen stappen in. De ondernemingen die zich kandidaat stellen voor de toekenning van een Baekeland-mandaat komen uit een brede waaier van sectoren: farma, chemie, materialen, dienstverlening, transport, ICT, …

Aantrekkelijk steunpakket

Grote bedrijven die een Baekeland-project krijgen goedgekeurd kunnen op een toelage van 50% van de reële loonkost van de doctorandus rekenen, zelfs indien die al langer voor het bedrijf werkzaam is, alsook van de werkingskosten die met de uitvoering van het project verband houden

“Voor KO’s werd het steunpercentage dit jaar zelfs tot 70% opgetrokken. Bovenop krijgen KMO’s uitzicht op een toeslag van nog eens 10% als ze een Baekeland-project in consortiumverband opzetten, waarbij minimaal één KMO is betrokken,” verduidelijkt Veerle Cauwenberg, coördinator Baekeland- en Innovatiemandaten.

Die percentages zijn voor het eerst van toepassing voor de call die per 1 maart j.l. werd afgesloten. Idem dito wat de nieuwe call betreft, die sindsdien werd gelanceerd met 9 september aanstaande als uiterste indieningsdatum.

Veerle Cauwenberg: “Met de verhoging van de steunpercentages voor Baekeland-mandaten ten gunste van KMO’s, mikken we op een substantieel hogere instap van dat soort bedrijven. Aan kandidaat-doctorandi, die makkelijker naar een groot bedrijf toestappen, willen we duidelijk maken dat ook in KMO’s met een lange termijnvisie mooie en aantrekkelijke loopbaanmogelijkheden liggen weggelegd”.

De ingediende projecten moeten voor de onderzoeker uiteraard een wetenschappelijke uitdaging inhouden, die door de promotor aan de universiteit wordt bewaakt. Alle topics kunnen aan bod komen op voorwaarde dat het strategisch belang voor het indienende bedrijf duidelijk is en voor zover een reële kans op kennisvalorisatie bestaat, die toegevoegde waarde voor Vlaanderen kan creëren. Bij de projectaanvaarding evalueert het IWT de kandidaat-mandataris diepgaand, net zoals het valorisatiepotentieel van het onderzoekstraject.

Kennisvalorisatie

“Belangrijk binnen een Baekeland-project is dat het bedrijf in de driver’s seat zit wat valorisatiegerichtheid betreft. Het is het bedrijf dat de onderzoeker(s) ertoe aanzet meer valorisatiegericht te gaan werken”, beklemtoont Cauwenberg.

Het optimaliseren van de kruisbestuiving tussen bedrijven en kennisinstelling, met uiteindelijke kennisvalorisatie als einddoel, blijft het voornaamste objectief van een Baekeland-mandaat. Voorts bieden dergelijke projecten bedrijven, ook KMO’s, de kans jonge hooggekwalificeerde onderzoekers aan te werven, die tijdens hun onderzoekswerk bedrijfservaring kunnen opdoen. Voorheen lag dat onderzoek binnen de beslotenheid van de academische instelling. En, last but not least, biedt een Baekeland-project van bij de start transparantie rond de intellectuele eigendomsrechten, waarrond voorafgaand concrete afspraken worden gemaakt.

“De maximale inbreng van een bedrijf in een Baekeland-project schommelt tussen de 20 en 50%. Dat houdt in dat de onderneming eigendomsrechten op de projectresultaten kan uitoefenen. Het bedrijf-contractant bepaalt immers mee het strategisch belang van het project en zorgt voor co-financiering. In de praktijk is het best mogelijk dat een bedrijf enkel interesse heeft in een licentierecht en (het beheer van) de eigendomsrechten in handen van de kennisinstelling laat. Het is een totaal andere situatie dan universitair doctoraatsonderzoek dat met een studiebeurs integraal wordt betoelaagd en waar de kennisinstelling de integrale controle over de eigendomsrechten behoudt. In tegenstelling tot een Baekeland-mandaat is het binnen die context moeilijker om bedrijven te engageren om tijd en middelen voor dergelijke projecten vrij te maken en in begeleiding en coaching van de kandidaat te voorzien,” weet de coördinator Baekeland- en Innovatiemandaten.

“Een Baekeland-mandaat op zich is een goed product dat bedrijven de kans biedt hooggekwalificeerde medewerkers te rekruteren en verder op te leiden. Het biedt voorts toegang tot kennis en infrastructuur die in een KMO-omgeving niet voorhanden is,” luidt het tot slot.