VAL-I-PAC voert penetratiegraad verder op

Lichte toename recyclagepercentage

VAL-I-PAC V.Z.W. (Wemmel) noteerde in het voorbije jaar een toename van zijn penetratiegraad met 0,7% tot 86%. Dat is perfect op schema, aldus ceo Johan Sneyers, die tegen eind 2017 op 3% extra mikte. Met een recyclagepercentage van 81,8% werd een lichte vooruitgang geboekt. Het valorisatiepercentage daalde lichtjes tot 91%. Dat heeft voornamelijk te maken met de afvalstroom hout die op een bepaald ogenblik steeds makkelijker de weg naar de biomassacentrales vond. “Het stil leggen van een biomassacentrale door Electrabel en de neerwaartse herziening van de groene stroomcertificaten hebben enigszins de druk van de ketel gehaald. Even dreigde het energiebeleid met het milieubeleid in conflict te komen. Niettemin blijft de behandeling van die afvalstroom een aandachtspunt,” waarschuwt onze gesprekspartner.

Eind 2011 erkende de Interregionale VerpakkingsCommissie (IVC) Val-I-Pac voor een nieuwe termijn van vijf jaar als verantwoordelijke voor de uitvoering van de wettelijke terugname- en informatieplicht betreffende het bedrijfsmatig afval van zijn leden. VAL-I-PAC beloont de ontpakkers met een tussenkomst in de huurprijs van rol- en afzetcontainers ter ondersteuning van de selectieve inzameling van hun verpakkingsafval. Voorts kunnen ze aanspraak maken op de uitkering van recyclageforfaits ten belope van 35 euro/ton voor kunststoffen en 10 euro/ton voor hout als dit tot spaanplaten wordt gerecycleerd.

“Voor 2012 zullen we forfaits aan ruim 25.000 bedrijven toekennen. Dat zijn er enkele duizenden meer dan in 2011. Dat hoger aantal heeft voornamelijk te maken met het systeem van de startforfaits. Voor vorig jaar kent VAL-I-PAC een eenmalig startforfait toe aan 3.700 ondernemingen,” aldus Sneyers.

In 2012 maakte VAL-I-PAC een actiepunt van het verruimen van zijn actieterrein naar het onderste marktsegment. Dat gebeurde via de toekenning van een eenmalige premie van 100 euro voor elk bedrijf dat in het concept van de selectieve afvalophaling stapt. Het systeem van de startforfaits wordt dit jaar onverkort verder gezet.

Marginale winst in volume

Ondanks het hoge aantal faillissementen, fusies en stopzettingen, wist VAL-I-PAC vorig jaar in tonnage te groeien. Bovendien tekende de organisatie 135 nieuwe klanten op. Voor de dynamiek van de organisatie is het uiteraard eveneens van belang bijkomende bedrijven aan te trekken.

Eind september 2012 telde VAL-I-PAC 7.701 aangesloten deelnemers (klanten). Dat is 4% minder dan de 8.050 in 2010. Deze krimp van het ledenaantal dient gezien in het kader van de beslissing van de IVC die, een viertal jaar terug, bedrijven verantwoordelijk voor jaarlijks minder dan driehonderd kilogram verpakkingen, vrijstelde van terugnameplicht.

De toename van het tonnage verpakkingen in België heeft, volgens onze gesprekspartner, voornamelijk te maken met de Verpakkingsverantwoordelijken Type C, zeg maar bedrijven die producten uit het buitenland invoeren om ze hier te verwerken tot eindproducten voor de thuis- dan wel de exportmarkt. Het volume van de Verpakkingsverantwoordelijken Type A (bedrijven die in België goederen produceren om ze hier te vermarkten) en Type B (Belgische bedrijven die producten uit het buitenland invoeren om ze hier te vermarkten) blijft al enkele jaren stabiel.

De (aangekondigde) sluiting van Opel Antwerpen en Ford Genk of de herstructurering bij Caterpillar hebben en zullen geen effect hebben op de inzamelingsvolumes van VAL-I-PAC omdat dergelijke bedrijven, die hun eindproducten niet verpakken, hun wettelijke terugnameplicht rechtstreeks met de IVC kunnen regelen.

Aan de zijde van de selectieve inzameling gaat de toename intussen doorgaans om kleinere bedrijven die niet meteen voor forse volumewinsten zorgen.

“In het VAL-I-PAC systeem wordt jaarlijks zowat 400.000 ton karton gerecycleerd. Stel dat je bijkomend 2.000 bedrijven in het onderste segment tot instappen kan bewegen, dan voegen die hooguit 1% aan het volume toe,” weet Johan Sneyers, die het veel belangrijker vindt dat VAL-I-PAC het milieubeleid van de overheid mee ondersteunt door dergelijke bedrijven te sensibiliseren.

Toch zal verdere recyclagewinst, gezien de huidige scores, in de toekomst hoedanook beperkt blijven.

Ook Clean Site System-project wordt vervolgd

Begin 2005 zette VAL-I-PAC met de Confederatie Bouw, FEMA (Federatie van Handelaren Bouwmaterialen) en PMC BMP (Belgische Bouwmaterialen Producenten) een partnership op dat zich het terugdringen van plastic folie in gemengd afval op bouwwerven tot doel stelde. Daarvoor stelden de bouwmaterialenverdelers aan hun professionele klanten inzamelzakken ter beschikking die bij eerstgenoemden gevuld met folies, hoezen en zakken kunnen worden ingeleverd.
Johan Sneyers:

“Het Clean Site System-project kwam in 2009 op kruissnelheid om vorig jaar recordresultaten neer te zetten. We noteerden in 2012 een toename van het ingezameld afvalvolume met 12%, dit in een krimpende markt. We haalden maar liefst 133.000 zakken op. Dat stemt overeen met een 2.000 ton plastic bouwafval dat anders niet in het recyclagecircuit was beland. Ter vergelijking: jaarlijks wordt van dat soort verpakkingsafval zowat 8.000 ton bij VAL-I-PAC gedeclareerd”.

Om en bij de 220 bouwstoffenhandelaars in het land stapten in het Clean Site System, dat eveneens een verlengstuk krijgt.

Waakzaam blijven voor toekomstige ontwikkelingen

Zonder het met zoveel woorden te zeggen is duidelijk dat VAL-I-PAC met argusogen de impact op de recyclage van de afvalstroom hout volgt als gevolg van de overname van de Spano Group door Unilin. In België ging het immers om twee spelers die een cruciale rol speelden in de recyclage van de houtafvalstromen. Vorig jaar nog heerste de vrees dat de recyclagedoelstellingen voor deze afvalstroom in het gedrang zouden komen door het aanzuigeffect van de biomassacentrales. De economische crisis, de herziening van de betoelaging van de groene stroomcertificaten en bijsturingen in het productiepark zorgden ervoor dat die vrees ongegrond was.

“Of die situatie zich op termijn zal handhaven, valt af te wachten. Her en der koestert men plannen om nieuwe biomassacentrales te bouwen. Af te wachten valt ook of de Europese Unie zijn 20/20/20-doelstellingen al dan niet bijstuurt wegens te ambitieus,” besluit Johan Sneyers.