Afschaffing belastingsvoordeel voor beveiliging woning en aanpassingen woonbonus

Recente wijzigingen aan het WIB van toepassing voor Vlaams Gewest

Het Staatsblad van 30 december j.l. heeft een decreet van 19 december 2014 gepubliceerd houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 van de Vlaamse overheid. Belangrijkste wapenfeiten aangaande de inkomstenbelastingen zijn de afschaffing, per 1 januari 2015, van de belastingsvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het laatste belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand, en de aanpassingen aan de woonbonus.

De belastingsvermindering voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand bedroeg 50% van de uitgaven, inclusief BTW, die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk waren betaald. Ze waren geplafonneerd tot een bepaalde som per belastbaar tijdperk (750 euro voor aanslagjaar 2014).

Voor Wallonië werd deze belastingsvermindering reeds eerder opgeheven middels een programmadecreet.

Woonbonus

De woonbonus wordt vanaf aanslagjaar 2016 grondig gewijzigd (lees: verminderd, nvdr.).

Voor de leningsovereenkomsten met betrekking tot de hypothecaire lening, die uiterlijk op 31 december 2014 werd afgesloten, blijft het oude systeem bestaan, met name een aftrekbaar bedrag aan intresten, betalingen en bijdragen, dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingsvermindering, per belastingsplichtige en per belastbaar tijdperk van 2.280 euro.

Dat grensbedrag wordt nog verhoogd met 760 euro gedurende de eerste tien belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin de leningsovereenkomst werd afgesloten.

Ook deze verhoging wordt op zijn beurt nog eens met 80 euro verhoogd wanneer de belastingsplichtige drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar waarin de leningsovereenkomst wordt afgesloten.

Als de leningsovereenkomst met betrekking tot de hypothecaire lening daarentegen afgesloten werd vanaf 1 januari 2015, mag het bedrag aan intresten, betalingen en bijdragen, met betrekking tot die vanaf 1 januari 2015 gesloten overeenkomsten, dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingsvermindering, per belastingsplichtige en per belastbaar tijdperk niet meer dan 1.520 euro bedragen.

Dat grensbedrag wordt ook nog steeds verhoogd met 760 euro gedurende de eerste tien belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin de leningsovereenkomst wordt afgesloten.

Ook deze verhoging wordt op zijn beurt nog eens verhoogd met 80 euro wanneer de belastingsplichtige drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst wordt afgesloten.

De belastingsvermindering met betrekking tot de uitgaven wordt voor de oude leningen berekend tegen het voor de belastingsplichtige hoogste belastingstarief als vermeld in artikel 130, met een minimum van 30%. Voor de nieuwe leningen wordt de belastingsvermindering voor de uitgaven berekend tegen een vast belastingstarief van 40%.

Alles werd dus doorgevoerd zoals initieel werd aangekondigd in het regeerakkoord, behoudens de voorgenomen beperking dat voor eenzelfde onroerend goed maar maximaal twee maal gebruik van de woonbonus zou kunnen worden gemaakt. Die is uiteindelijk niet in de finale tekst opgenomen. De Vlaamse regering heeft ervoor geopteerd eerst te onderzoeken hoe dit verbod technisch uitvoerbaar kan worden gemaakt.

Oude vs. nieuwe regeling

Gelet op het financiële plaatje is het van belang te weten onder welke regeling men zal vallen als men nog snel eind december 2014 een lening heeft afgesloten om toch nog te kunnen genieten van deze heel voordelige oude regeling.

De datum van de leningsovereenkomst op zich volstaat duidelijk niet.

Wie nog van de “oude” woonbonus wilde genieten, moest in principe voor het einde van het jaar 2014 in het gekochte huis wonen en eventueel zijn vorige woning te koop hebben gezet. De woonbonus geldt immers enkel voor de “enige en eigen woning”.

Om te oordelen of men onder het oude dan wel het nieuwe systeem valt, moet rekening worden gehouden met het feit dat deze eigen woning in principe de woning is die door de belastingsplichtige wordt betrokken. Voor de toekenning van de “oude” woonbonus geldt deze voorwaarde op 31 december 2014 (dus van het jaar waarin de lening wordt gesloten).

De inschrijving in het Rijksregister is hiervoor geen formele voorwaarde, althans wat de gewestelijke woonbonus betreft. De kredietnemer kan door middel van alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed, aantonen dat hij zelf de woning betrekt. Het hebben van zijn domicilie op die datum, kan daartoe een indicatie zijn, maar vormt op zich dus geen formele voorwaarde.

Wat met verbouwingen?

Als eigen woning merkt de wet ook de woning aan die de belastingsplichtige niet zelf betrekt omdat de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden het de belastingsplichtige niet toestaan de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.

De belastingsadministratie heeft aan deze uitzondering een eigen interpretatie gegeven. Volgens de fiscale administratie is de beoordeling van de werkzaamheden zelf een relatieve feitenkwestie die, zoals dit in het verleden steeds het geval was, door de administratie gebeurt, rekening houdend met de aard ervan. Deze beoordeling door de administratie gebeurt desgevallend post factum, waarbij in de regel wordt aangenomen dat aan voormelde voorwaarden is voldaan, wanneer op het ogenblik van de controle kan worden vastgesteld dat de werkzaamheden, op basis waarvan de uitzonderingsbepaling van toepassing kan zijn, inderdaad zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn.

Hoe de notie “stand van de bouwwerkzaamheden of verbouwingswerkzaamheden” moet worden ingevuld, is niet duidelijk. Volgens de minister zou de administratie een “versoepelde interpretatie hanteren” … tot het zover is natuurlijk. Wat de vaststelling van de aanvang van de werkzaamheden zelf betreft, kan volgens voormelde toelichting bijvoorbeeld gesteund worden op de datum waarop een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning werd ingediend tot uitvoering van voormelde werkzaamheden of de datum waarop een overeenkomst werd gesloten met een aannemer, bouwfirma, architect … tot uitvoering of begeleiding van de werken of tenslotte de datum waarop de benodigde bouwmaterialen werden besteld, ... Het gaat dus niet om een limitatieve lijst maar de werken moeten wel een aanvang hebben genomen. Volgens de minister zouden schriftelijke bewijzen volstaan …

Wanneer is een verbouwing van dusdanige aard dat ze het betrekken van een woning onmogelijk maakt? Dat zal steeds afhangen van de persoonlijke interpretatie van de controle-ambtenaar.

Weinig rechtszekerheid dus voor de belastingsplichtige, die volledig afhangt van de grillen van de controle-ambtenaar en die er toch een zware financiële kater kan aan overhouden als de ambtenaar post factum zou oordelen dat het nieuwe stelsel alsnog in zijn specifiek geval moet worden toegepast.

Voorts mogen de werken ook zeker niet te lang aanslepen: als men op 31 december van het tweede jaar (2016 dus) volgend op het jaar van het leningcontract de woning nog niet betrekt, geldt de aftrek niet meer.(J.S.)

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met FiscalNet).

Meer info: 0800/39.067 of www.fiscalnet.be.