Agoria-topman brengt bezoek aan technologie-cluster in Sint-Truiden

Verankering maakindustrie enkel mogelijk door slim werken

Agoria-topman Marc Lambotte bracht een bezoek aan de technologie-cluster in Sint-Truiden. Actieve deelnemers aan de roadshow waren Metal Improvement Company (MIC), Tenneco Automotive, VCST, Punch Powertrain en Oerlikon Balzers Benelux. Verschillende van deze bedrijven werken onderling reeds samen. Maar dat kan beter en ruimer, zo bleek snel. Agoria laat er weinig twijfel over bestaan dat de technologie-cluster in Sint-Truiden een essentiële component is in het duurzame verankeringsbeleid van de maakindustrie in dit land.

Alleen door slim te werken en slim samen te werken lijkt de maakindustrie in dit land nog een toekomst beschoren. Tenneco Automotive bijvoorbeeld gooide in de voorbije tien jaar zijn hele manier van werken om. Ontwikkeling en productie van hoogtechnologische producten vinden thans op één en dezelfde site plaats.

“De fabriek van Tenneco Automotive in Sint-Truiden is een “launch factory” binnen de groep geworden, de grote productievolumes van weleer werden intussen naar lage loonlanden overgebracht,” stelt Rudi Schurmans, leider Ontwikkeling Schokdempers bij Tenneco Automotive Europe N.V.

Bij VCST klinkt een vergelijkbaar geluid. VCST heeft in Sint-Truiden een belangrijke ontwikkelafdeling.

“Productie is hier enkel leefbaar indien die kadert in een beleid van smart innovation”, stelt Eric Willekens, ceo van VCST Industrial Products.

Het bedrijf investeerde in een recent verleden zowat 10 miljoen euro in de ontwikkeling van nieuwe, gepatenteerde producten.

“Als toeleverancier aan de maakindustrie is het voor een bedrijf als Oerlikon Balzers Coating Benelux van strategisch belang om heel kort bij de R&D te zitten, dit alles met het oog op co-creatie,” weet Georges Volders, director Sales & Operations Benelux bij het bedrijf.

Ook bij Punch Powertrain staat innovatie centraal. In Sint-Truiden vindt de ontwikkeling voor alle fabrieken van de groep plaats.

“Samen met innovatoren, zetten we als productie-eenheid volop in op innovatie. Dat maakte het voor Punch Powertrain mogelijk om met een zelfde basisinvestering de uurproductie van sleutelcomponenten van 80 tot 1.160 op te voeren. Dankzij onze operatoren wisten we een gigantische efficiëntieslag te verwezenlijken. Thans bouwen we 5.000 transmissies op weekbasis,” stelt ceo Cor Van Otterloo.

Meer dan alleen maar loonkost

De implicaties van de tax shift worden op het terrein ervaren als relatief beperkt of als een eerste aanzet tot intrinsiek ingrijpen in het ondernemingsklimaat. Voor een bedrijf als VCST dringt het de totale loonkost met 0,9% terug.

“Het dicht geen gaten, maar is wel de eerste aanzet tot een inhaalbeweging,” meent Eric Willekens.

Bij Agoria verheugt men zich dan weer in de politieke wil om de ontsporing van de loonkosten in het verleden terug te dringen.

“Elke procent die op de bestaande loonkostenhandicap met de buurlanden, momenteel nog 12,5%, kan worden teruggewonnen, heeft een veel hogere impact dan men kan vermoeden,” zo nog Marc Lambotte.

Fabriek van de Toekomst

Voor Marc Lambotte, ceo van Agoria, haken de bezochte bedrijven in Sint-Truiden in op het concept van “Fabriek van de Toekomst”, die zich onder meer toespitst op mensgerichte productie. Enkel indien we focussen op toegevoegde waarde, kunnen we met succes de maakindustrie in België verankeren, zo luidt het.

De belangrijke investeringsprojecten van de bedrijven in Sint-Truiden, zoals onder meer bij VCST, zijn van wezenlijk belang om de industrie te verankeren. Onderlinge kruisbestuiving en samenwerking kunnen tot extra toegevoegde waarde leiden. Zo bleek tijdens het bezoek dat verschillende van de bezochte bedrijven onderling al samen werkten, maar dat een betere kennis tussen  het management van de respectieve bedrijven soms wenselijk is.

Nieuwe samenwerkingen worden evenmin uitgesloten. Dat samenwerkingsmodel, dat onder meer co-creatie kan omvatten, is een niet onbelangrijke pijler voor de “Fabrieken van de Toekomst”.

Voor Marc Lambotte ligt de conclusie voor de hand: “Ofwel transformeert de bestaande industrie zich in dit land, dat nog steeds bijzonder veel locatievoordelen heeft, tot Fabriek van de Toekomst, ofwel is ze tot verdwijnen gedoemd”.