Er zijn grenzen aan het beroep op vermoedens

Bepaling van de belastbare basis

Wanneer de administratie een belastingplichtige ervan verdenkt zijn omzet te hebben ondergewaardeerd of over te zijn gegaan tot aankopen in zwart voor zijn activiteit, beschikt ze over de mogelijkheid om de belastbare basis van de belastingplichtige te verhogen. Maar hoe doet ze dat?

Het standpunt van de administratie

In wezen is de werkelijke omzet immers ongekend. De aankopen zijn daarentegen gekend, hetzij omdat ze reëel zijn en de belastingplichtige slechts een deel van zijn omzet heeft aangegeven, hetzij omdat de administratie de hand kon leggen op aankopen in het zwart die de belastingplichtige toelieten om een verborgen omzet te realiseren.

De enige manier is dan een beroep te doen op vermoedens.

Maar welke vermoedens?

We nemen het voorbeeld van een pizzeria. De aankopen zijn gekend, maar de administratie oordeelt dat niet de volledige omzet werd aangegeven.

Als ze is overgegaan tot aankopen in het zwart die de administratie kon bewijzen, kan de administratie de winstmarge in de boekhouding van de pizzeria die ze aangaf op haar officiële aankopen toepassen op de zwartaankopen.

Als er geen zwartaankopen zijn, maar enkel verduistering van een deel van de omzet, kan de administratie overgaan tot een vergelijking met belastingplichtigen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden, andere pizzeria's dus.

In een fiscaal dossier besliste de ambtenaar van financiën die zwartaankopen door een pizzeria op het spoor was gekomen om de omzet van de fraudeur te reconstrueren.

Hij gebruikte hiervoor een op z'n zachtst gezegd origineel middel door te Googlen naar het gewicht van het pizzadeeg en zo het ontdoken omzetcijfer te reconstrueren. Volgens hem ging het om algemeen toegankelijk en bekende informatie.

Het hof van beroep van Antwerpen

De belastingplichtige maakte de zaak aanhangig bij het hof van beroep van Antwerpen dat hem gelijk gaf in een arrest van 02.02.2016 (rol 2013/AR/3126).

Volgens het hof kan men een aanslag enkel vestigen op grond van ernstige elementen. Welnu, dat is hier niet het geval. Niets toont immers aan dat alle pizzaiolo's hun pizza's met dezelfde hoeveelheid deeg bereiden.

Bijgevolg verwierp het hof de aanslag.

Dat is een harde klap voor de administratie aangezien het hier een subsidiaire aanslag betrof nadat de aanvankelijke aanslag was vernietigd omdat die gebaseerd was op informatie die men had vergaard bij een ongewettigd bezoek ter plaatse. De belastingplichtige werd dan ook niet onderworpen aan een aanvullende aanslag.

De beslissing van het hof is niet meer dan logisch. Pizza's zijn niet allemaal hetzelfde: er zijn grote en kleinere pizza's, dikkere en dunnere. Een vergelijking met de ingrediënten van industrieel vervaardigde pizza's uit de supermarkt is evenmin relevant.

De administratie had zich moeten baseren op het aantal door de belastingplichtige verkochte pizza's in verhouding tot de aangekochte hoeveelheid bloem en deze coëfficiënt moeten toepassen op de in het zwart gekochte bloem.

Dit maakt duidelijk dat er grenzen zijn aan het beroep op vermoedens.

Een ander voorbeeld kan worden gehaald uit die ambtenaren die erachter komen dat een belastingplichtige eigenaar is van een appartement aan een buitenlandse kust en om de huurwaarde te bepalen onderzoek doen naar vakantiehuurwoningen om te bepalen voor hoeveel de belastingplichtige dat appartement had kunnen verhuren in de loop van 365 dagen van het jaar.

Die techniek is eveneens waardeloos ...

Meer nieuws: www.winbooks.be en www.comptaccount.be

Auteur: Comptaccount, Groep Larcier, partner van WinBooks, April 2016