Aftrekken en voordelen in de Venn.b.: onderscheid van behandeling naargelang de vennootschap een KMO is.

WinBooks en ComptAccount houden U op de hoogte

Verschillende aftrekken en voordelen in de vennootschapsbelastingen maken een onderscheid al naargelang de vennootschap een KMO is. De wetgever verwijst naar art. 15, ยง1 tot 6 uit het wetboek van vennootschappen om dit verschil te bepalen. De toestand.

Verschillende aftrekken en voordelen in de vennootschapsbelastingen maken een onderscheid al naargelang de vennootschap een KMO is.  De wetgever verwijst naar art. 15, §1 tot 6 uit het wetboek van vennootschappen om dit verschil te bepalen. De toestand.

Wat zegt het wetboek van vennootschappen

Dit schijnbaar eenvoudig criterium genereert complexe problemen zodra men zich verplicht ziet om een beroep te doen op §6 van art. 15 dat als volgt luidt:
 "Als de vennootschap met één of meer andere vennootschappen verbonden is in de zin van artikel 11 worden de criteria inzake omzet en balanstotaal bedoeld in paragraaf 1 berekend op geconsolideerde basis."

A priori is er geen probleem, want als de KMO verbonden is met een andere moet men de criteria op geconsolideerde wijze berekenen (dat wil zeggen in hoofde van de moedervennootschap) om vast te stellen dat ze vaak is uitgesloten van de aftrek of aan een geringer voordeel is onderworpen.

Waar het schoentje knelt, is dat de wettekst oordeelt dat de vennootschap hiervoor verbonden moeten zijn met een andere in de zin van artikel 11.

Dit artikel imponeert niet door zijn duidelijkheid. Het zegt het volgende:


"Voor de toepassing van dit wetboek wordt verstaan:


1° onder "met een vennootschap verbonden vennootschappen":


    a) de vennootschappen waarover zij een controlebevoegdheid uitoefent;
    b) de vennootschappen die een controlebevoegdheid over haar uitoefenen;
    c) de vennootschappen waarmee zij een consortium vormt;
    d) de andere vennootschappen die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de vennootschappen bedoeld in a), b) en c);


 2° onder "personen verbonden met een persoon":


    de natuurlijke en rechtspersonen die verbonden zijn met een persoon in de betekenis van het 1°.”

1° levert geen probleem op aangezien het duidelijk definieert wanneer een vennootschap met een andere is verbonden. Hoe moet men echter 2° interpreteren? Dat definieert de personen die verbonden zijn met andere.

Welnu, artikel 15 verwijst naar artikel 11 om te bepalen wanneer een vennootschap met een andere is verbonden.

Dat beperkt volgens ons overduidelijk de verwijzing naar artikel 11 tot punt 1° en niet 2°.

Standpunt SPF Financiën

Nochtans is dat niet de interpretatie van bepaalde ambtenaren van Financiën.

Die doen een beroep op artikel 11, 2° wetboek van vennootschappen voor weigering van bijvoorbeeld het verhoogd tarief van de notionele interestaftrek of de toepassing van de investeringsreserve of de liquidatiereserve wanneer het kapitaal van de KMO in kwestie wordt aangehouden ten belope van meer dan 50% door een natuurlijke persoon die ook meer dan 50% van een andere vennootschap in handen heeft die niet beantwoordt aan de criteria van de KMO in de zin van artikel 15 wetboek van vennootschappen.

Opinïe

Deze interpretatie is volgens ons niet correct omdat ze artikel 15, §6 wetboek van vennootschappen laat zeggen wat het niet zegt.

De wetgever verwijst immers niet louter naar alles wat er in artikel 11 staat, maar enkel naar wat artikel 11 verstaat onder een vennootschap die verbonden is met een andere.

Wanneer de fiscale wetgever de definitie van KMO (met betrekking tot de toepassing van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelastingen) verving door een beroep te doen op artikel 15 wetboek van vennootschappen, had hij eerst verwezen naar artikel 15, §1, wat de consolidatie van de criteria verhinderde. Dit werd trouwens unaniem bevestigd door een groot aantal gerechtelijke beslissingen.

De fiscale wetgever veranderde het geweer van schouder door eerst gewoon te verwijzen naar artikel 15 en recenter naar artikel 15, §1 tot §6 sinds de invoering van micro-ondernemingen in het wetboek van vennootschappen.

Hiermee zijn de problemen nog niet van de baan, want artikel 15, §6 levert op zich al een probleem door de verwijzing naar artikel 11, zoals we eerder hierboven hebben uitgelegd.

Als een wijziging niet afkomstig is van de minister van Financiën, maar van zijn collega van Justitie, zou het echter wel nuttig zijn dat de minister van Financiën zich uitspreekt over de kwestie om te vermijden dat er tegen belastingplichtige ondernemingen en hun raadgevers door ambtenaren van de controlekantoren onwettelijke argumenten contra legem worden aangevoerd.


Meer nieuws: www.winbooks.be en www.comptaccount.be

Auteur: Comptaccount, Groep Larcier, partner van WinBooks, September 2016