Flanders Make scherpt focus aan

Investering van 5 miljoen euro in nieuwe topinfrastructuur

Flanders Make, het strategisch onderzoekscentrum (SOC) voor de maakindustrie, scherpt goed twee jaar na zijn oprichting zijn kernfocus aan. De acht strategische focusdomeinen van weleer worden tot vier herleid. Gelijktijdig investeert het SOC 5 miljoen euro in nieuwe topinfrastructuur in zijn hoofdvestiging in Lommel in het kader van het SALK-plan (Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat). Het gaat meer bepaald om een hardware-in-the-loop platform voor energie-efficiënte aandrijvingen, een living lab voor onderzoek naar innovatieve verbindingstechnieken voor multi-materialen en een mobiel co-creatie en demonstratielabo voor geavanceerde productietechnologieën en human-centered productiesystemen. Begin volgend jaar moet de nieuwe infrastructuur operationeel zijn.

Flanders Make ontstond uit het samengaan van Flanders’DRIVE (Lommel) en het FMTC (Flanders’ Mechatronics Technology Centre, Leuven). Het SOC werkt structureel samen met de vijf Vlaamse universitaire instellingen. Opdracht is, in nauwe samenwerking met hoogtechnologische bedrijven, aan pre-concurrentieel onderzoek en innovatie te doen om zodoende de maakindustrie in Vlaanderen te verankeren (en deels terug te halen). Samen met Sirris, het collectief centrum van de Belgische technologische industrie (lees: Agoria, nvdr.) gebeurt er ook valorisatie van de opgebouwde kennis bij de innovatievolgers.

Vooralsnog is de vestiging van Flanders Make in Lommel voornamelijk rond voertuigtoepassingen actief. In Leuven wordt veeleer rond machinebouw gewerkt. De werking rond Productie zit over beide verspreid, waarbij men zich in Limburg op human-centered productie toespitst, terwijl de aandacht in Vlaams-Brabant uitgaat naar assemblage-activiteiten en automatisering.

Sinds de start heeft Flanders Make reeds meer dan 80 miljoen euro innovatiemiddelen gemobiliseerd bij alle stakeholders, kennisinstellingen en bedrijven. Dit jaar vertegenwoordigt het werkingsbudget van Flanders Make via de Vlaamse overheid minimaal 18 miljoen euro. Daarnaast worden ook werkingsmiddelen ingebracht door Europa en de universitaire partners. Contractonderzoek zorgt voor bijkomende inkomsten.

“Eind 2016 had Flanders Make 34 meerjarige projecten in uitvoering, waarvan 22 industrieel gerelateerd en 12 rond basisonderzoek en infrastructuur met betrokkenheid van 44 bedrijven. De helft daarvan zijn KMO’s,” schetst ceo Dirk Torfs.

Flanders Make telt inmiddels een 90-tal leden-bedrijven, zowat dubbel zoveel als twee jaar terug. Torfs mikt in de toekomst op een verdere ledeninstroom en een verdere verbreding van het eco-systeem dat het onderzoekscentrum wenst te zijn. Want de hele werking draait rond (doorgedreven) samenwerking.

“Zelfs grote bedrijven zijn vandaag beperkt in hun R&D-capaciteit. Samenwerking is derhalve de enige optie. Zonder samenwerking is de kans klein dat Flanders Make de opgebouwde competenties met succes naar het bedrijfsleven zal kunnen transfereren,” zo nog de ceo.

Focus scherper afgelijnd

Flanders Make herleidt intussen zijn acht initiële focusdomeinen naar vier. De bedrijvigheden rond Sensoren en Controllers werden om praktische redenen samengevoegd. Het onderzoek naar lichtgewichtsstructuren, parts production & parts processing en functional services wordt geschrapt. Voor sommige onderdelen bleek de kans op het creëren van toegevoegde waarde te klein, voor andere was het draagvlak in de markt te klein.

Dirk Torfs: “Strategische actieterreinen voor Flanders Make zijn voortaan Sensing, monitoring, control, decision making (inclusief modeling), Product and/or flexible assembly, (co-)design & opitimisation (inclusief modeling) en Specification, architecture & valildaton (inclusief modeling), zowel voor de product- (machines/voertuigen) als de productie-as (flexible assembly of complex products)”.

Met die nieuw afgelijnde strategie haakt Flanders Make zijn werking nog nauwer vast aan het Industrie 4.0-concept dan voorheen.

Omwille van de steeds kortere doorlooptijdcycli dienen zich, buiten de serieproductie, nieuwe kansen aan voor gepersonaliseerde productie.

“De core-componenten hiervoor vereist moeten we in Vlaanderen zien te houden,” aldus onze gesprekspartner.

Gepersonaliseerde productie vergt automatisering, snelheid en flexibiliteit zodat gepersonaliseerde productie tegen de kost van serieproductie haalbaar wordt. Output-maximalisering van productiemachines wordt binnen die context heel erg belangrijk.  Dat zal leiden tot nieuwe business- en service-modellen, zoals afstands-monitoring of fout/incident predictie, voorspelt Torfs. Slimme geïnterconnecteerde producten en productiesystemen worden de voedingsbodem voor de uitbouw van dergelijke modellen, ook vanuit Vlaanderen. Het actieterrein Sensing, monitoring, control, decision making haakt in op de digitale mogelijkheden die Industrie 4.0 biedt.

Met het actieterrein Products and/or flexible assembly (co-)design & optimisations zet Flanders Make veel meer in op productie dan voorheen. Het potentieel om in productie-omgeving in Vlaanderen samen te werken, is bijzonder groot, weet Dirk Torfs. Temeer omdat de IP (intellectual property)-problematiek zich veeleer aftekent op productniveau, niet op productieniveau. Alle producenten worstelen immers met technisch dezelfde (digitale) uitdagingen om gepersonaliseerde producten te maken, luidt het.

Laatste actieterrein is alles wat met Specification, architecture & validation te maken heeft, dit volgens zowel de Product-track als de Production-track. Validatie is een strategisch instrument in de hedendaagse ontwikkelingstrajecten, waarbij steeds vaker aan “twin modelling” wordt gedaan. Waarbij pas na validatie, het digitaal model tot een reëel model wordt ontwikkeld.

Nieuwe topinfrastructuur

De investeringsenveloppe van vijf miljoen euro in nieuwe topinfrastructuur in Lommel haakt in op de bijgestuurde strategie van Flanders Make. Daaruit blijkt dat de resultaten van het pre-competitief onderzoek in de toekomst ook breder zullen kunnen worden ingezet.

“Net als imec willen we topinfrastructuur inzetten die voor verschillende bedrijven kan worden gebruikt, gekoppeld aan onderzoeksactiviteiten. Infrastructuur blijft immers van wezenlijk belang in de ontwikkeling van pre-competitief onderzoek,” benadrukt Torfs.

Het nieuwe hardware-in-the-loop platform voor energie-efficiënte aandrijvingen bouwt verder op de bestaande infrastructuur van het voormalige Flanders’DRIVE. Met het platform kan het gedrag van een reële component binnen een gesimuleerde omgeving die de natuurlijke context nabootst, in kaart gebracht worden gebracht. Die bewuste componenten kunnen zodoende op energie- en kapitaalsvriendelijke wijze worden getest.

Het multi-materialenlabo zal worden gebruikt om living labs met bedrijven op te zetten in het licht van onderzoek naar innovatieve verbindingstechnieken. Voorheen konden enkel kleine “samples” getest. Thans kunnen ook grotere stukken (tot 1,5 meter, nvdr.) in een klimaatkamer aan diepgaand onderzoek worden onderworpen, dit alles in verschillende temperatuurs- en vochtigheidsomgevingen. Vermits de focus ligt op produceerbaarheid, staat de testtechnologie ter beschikking van uiteenlopende sectoren.

Met het mobiel co-creatie en demonstratielabo voor geavanceerde productietechnologieën en human-centered productiesystemen, zal Flanders Make nieuwe technologieën, zoals virtual reality, augmented reality, digitale instructies, collaborative robots (cobots), artificial intelligence, … fysisch tot bij de bedrijven brengen om hun acceptatiegraad te verhogen. Werknemers van productiebedrijven komen op deze manier in contact met de nieuwste technologieën vóór de introductie op de werkvloer. Dat versnelt het aanvaardingsproces van de inroductie van technologie.

“Co-creatie was voorheen een kwestie van projecten, thans ook van infrastructuur ter versterking van het onderzoek”, besluit Dirk Torfs.