Getest door dVO : Ford Ka+ 1.2 70

Een plus die verschil maakt

Ford gaf de Ka een groeispurt en maakt dat dan maar meteen duidelijk door een “plus” aan de naam toe te voegen. Er is echter meer, want de Ka+ is in niets meer te vergelijken met zijn voorganger zonder “plus” in de naam. De Ka+ is immers een Indische budgetwagen, die Ford nu ook op de Europese markt introduceert.

Het idee van de “wereldauto” is overigens niet nieuw bij het “blauwe ovaal”, want eerder werden met de Mondeo en de EcoSport al twee modellen op de markt gebracht, die elders ontwikkeld werden voor ze op het Oude Continent voor de leeuwen werden gegooid.

Achtergrond

Dat geschuif met modellen tussen de continenten is bij Ford via het begrip “One Ford” al behoorlijk ingeburgerd. Zo worden de Focus en de Fiesta ook afgezet in het land van Donald Trump en geeft Uncle Sam daarvoor in ruil de Fusion terug aan Europa, die hier als Mondeo uit de showroom rijdt. De Ka+ werd net als de eerder al aangehaalde EcoSport ontwikkeld in Zuid-Amerika. En om er dan helemaal een wereldauto van te maken, laat Ford zijn uit zijn voegen gegroeide Ka+ dan ook nog eens in India assembleren. Hij staat op hetzelfde platform als de Fiesta en wordt enkel aangeboden met een 1.2 benzinemotor, die in een variant met 70 en één met 85 pk verkrijgbaar is. Fleet Flits koos voor zijn test voor de minst krachtige van deze twee krachtbronnen.

Een wereldauto laten bouwen in een land met een gigantische afzetmarkt laat zich uiteraard nog het best voelen aan de prijs waaraan zo een auto aangeboden wordt. Een volwaardige vijfzitter met een opvallend ruim interieur voor een basisprijs vanaf 10.200 euro klinkt uiteraard als muziek in de oren voor wie het met een beperkt autobudget moet doen. Maar doet het dat ook voor de fleet-klant?

De  “move” van Ford van een stadsautootje naar een grotere budgetwagen kwam er heus niet bij toeval. De markt van de budgetauto’s heeft nu eenmaal veel meer potentieel dan die van de hele kleine stadswagentjes. Met zijn basisprijs van 10.200 euro excl. BTW kost de Ka+ een forse 4.000 euro minder dan het basismodel van de Fiesta - die dan nog eens 10 pk minder in huis heeft - waardoor plots een heel nieuw segment van de markt opengaat voor het merk van wijlen Henry Ford.

Voor budgetkopers gaat bovenstaande logica volledig op, getuige het succes dat Dacia de afgelopen jaren liet optekenen, maar zal de fleet-markt evenveel animo vertonen voor een auto die het niet alleen van zijn goedkope bouwkosten, maar ook van zijn eerder karige uitrusting moet hebben?

De Ka+ vertoont inderdaad wat tekenen van budgettair geknibbel, zoals het ontbreken van handgrepen aan het plafond, een niet in de diepte verstelbaar stuur en de wat opmerkelijke plaatsing van de bedieningsknop van de elektrische spiegels op de A-stijl, die ingegeven moet zijn door bespaarzucht op extra kabels. Uiteraard hoef je bij de Ka+ ook geen zacht plastic in de afwerking te verwachten, al moeten we wel toegeven dat hij qua assemblagekwaliteit weinig steken laat vallen.

Rijgedrag

Van een auto uit het budgetsegment worden doorgaans geen al te stevige rijprestaties verwacht. Ford bewijst met zijn Ka+ dat dit geen noodzakelijk verband hoeft te zijn. Hij staat immers op hetzelfde onderstel als dat van de Fiesta, dat op zijn beurt dan weer geleend werd bij de Mazda2. Volgt u nog? Goed dan, want elk van deze modellen heeft een identieke wielbasis en spoorbreedte, maar kreeg wel elk een eigen specifieke afstelling van de veren, schokdempers en anti-rolstang vooraan mee. Bovendien werden het subframe en de motorsteunen aangepast aan de afmetingen van de Ka+ en zette Ford zijn Ka+ voor de Europese markt één centimeter dichter bij de grond dan de exemplaren die in India hun kilometers afmalen. Dat betekent echter geenszins dat hij in Europa aan de grond plakt, want de Ka+ staat nog altijd wat hoger op zijn poten dan de Fiesta. En ook dat heeft zijn functioneel nut, want dankzij die wat grotere vrije hoogte verloopt het instappen nu eenmaal wat gemakkelijker.

De Ka+ en de Fiesta hebben ook hun stuurinrichting gemeen en dat resulteert in een precies en consistent stuurgevoel. Iets wat op ons heuvelachtige en bochtige testparcours nog wat meer in de verf gezet werd omdat je, om de vaart er bij deze 70 pk sterke auto in te houden, op de hellingen behoorlijk vlot door de bochten moet zoeven. Een opdracht waar de Ka+ zich perfect van kwijt. Sterker nog, hij begint op die momenten zelfs te neigen naar echt rijplezier.

De 70 pk motor is niet meteen de krachtigste, maar in combinatie met de prettig en precies schakelende manuele vijfversnellingsbak (een automaat is niet verkrijgbaar) vormt hij een fijne aandrijflijn, zonder daarmee echt aan te sluiten bij de meest moderne benzinemotoren, die van vaardigheid hun handelsmerk gemaakt hebben. Om met de Ka+ een beetje vaardig onderweg te blijven, is het immers echter wel zaak de motor boven de 3.000 toeren/minuut te houden en dat is niet altijd even evident op Ardeense wegen.

De remmen, die ook van de Fiesta overgenomen zijn, laten zich op geen enkel foutje betrappen en dat zowel inzake kracht als uithoudingsvermogen. En doen op die manier ook hun duit in het zakje van het rijplezier.

Dat betekent echter geenszins dat de Ka+ een sportieveling is. Daarvoor mist hij de speelsheid en sportiviteit die bijvoorbeeld bij de Fiesta veel meer aangeboren is. Na onze testrit zaten we dan ook met een beetje een dubbel gevoel. De Ka+ gaf handenvol rijplezier in het bochtenwerk, maar miste net dat beetje pit om de hellingen voldoende vaardig te nemen. In de binnenstad ontpopt de Ka+ zich echter wel als een heel prettige gezel, aangezien hij de combinatie van beperkte buitenafmetingen met veel ruimte binnenin en een gewillige aandrijflijn daar maximaal weet te benutten.

Veiligheid

De Ka+ is uiteraard toegerust met de wettelijk verplichte stabiliteitscontrole, die bovendien gelinkt is aan de tractiecontrole en hij heeft zelfs een wegrijhulp op hellingen aan boord. Tot daar het goede nieuws, want inzake veiligheid ontbeert hij een automatische noodremhulp, die zelfs tegen meerprijs niet verkrijgbaar is.

Wel standaard is een snelheidsbegrenzer. Voor een cruise control moet 325 euro bijbetaald worden, maar dat kan enkel op de versie met 85 pk, die sowieso al wat meer kost. De standaard veiligheidsuitrusting van de Essential bestaat verder wel uit zes airbags en mistlampen. Automatische lichten zijn op de Ka+ niet te verkrijgen.

Comfort

De basisversie van de Ka+ mag gerust als karig bestempeld worden. Radio of airco is hem in zijn meest rudimentaire uitvoering volledig vreemd en achteraan moet je nog gewoon met de hand je ruit naar beneden draaien. Tegen meerprijs kan je wel genieten van een cruise control, parkeersensoren achteraan of zetelverwarming, terwijl je het geheel uiterlijk ook nog kan opsmukken met lichtmetalen velgen. Alleen is er voor al dat moois één voorwaarde: je moet dan kiezen voor de 85 pk variant.

Een ingebouwde gps is niet leverbaar, maar Ford heeft wel aan een houder voor de smartphone op het dashboard gedacht, waardoor je op die manier jezelf ook wegwijs kan laten maken door je mobiele telefoon. Een handige manier om je budgetwagen toch wat op te pimpen!

Wel standaard zijn een in de hoogte verstelbare bestuurdersstoel, een boordcomputer, centrale vergrendeling met afstandsbediening en elektrische ruiten vooraan.

Functionaliteit

De Ka+ is ondanks zijn beperkte buitenafmetingen opvallend groot van binnen. Achteraan mag er zelfs gewag gemaakt worden van een rijkelijke beenruimte. Dat is te danken aan de uitgekiende voorstoelen, waaronder de inzittenden achteraan hun voeten zonder problemen kwijt kunnen. En ook in de breedte is het achteraan ruimte troef. Ford zorgde immers voor een deurbekleding die de schouderbreedte maximeert. Enig nadeel is de wat korte zit van de achterbank, maar een kniesoor die daar met zoveel zitruimte over zal vallen. De voorzetels zitten eveneens prima, alleen laat de zijdelingse steun wat te wensen over wanneer je de Ka+ sportief door de bochten stuurt.

De Ka+ is een ruimtewonder. En niet alleen omwille van zijn ruime interieurafmetingen, maar ook dankzij zijn aflegvakken. Het is haast onbegonnen werk ze allemaal op te tellen, maar wij hebben het toch voor u gedaan en kwamen uit op 21. De grote aflegvakken in de deuren zijn ideaal voor een fles van 1 liter en zelfs dan nog is er ruimte voor een tweede kleinere fles. In de middenconsole is dan weer plaats voor vier bekers. Dorst lijden aan boord van de Ka+ is dan ook niet aan de orde.

Eveneens handig gevonden is de kleine opbergruimte aan bestuurderskant, die enkel toegankelijk is met geopende deur. Kortom, een ideaal vakje om waardevolle spullen in op te bergen, die op die manier aan het oog onttrokken worden.

De koffer is met 270 liter niet van de grootste, maar door de achterbank neer te klappen kan die wel uitgebreid worden tot 849 liter. Drie minpunten evenwel: de koffer met neergeklapte achterbank heeft geen vlakke laadvloer, de kofferdrempel is met 73 cm aan de hoge kant en vooral: omdat de kofferklep aan de buitenkant geen handgreep heeft, kan hij alleen maar geopend worden met de sleutel of van binnenuit. En moet je de achterklep zelf vastnemen om de kofferklep te openen, wat tot vuile handen leidt bij regenweer.

TCO

Inzake TCO heeft de Ford Ka+ uiteraard een zeer grote troef uit te spelen. Al naargelang zijn uitrusting (Essential of Ultimate) wordt hij aangeboden voor een prijs inclusief BTW van 10.200 tot 11.825 euro. De 70 pk versie heeft een CO2-uitstoot van 114 g/km en dat zorgt voor een lage belasting op de inverkeerstelling (152,40 euro) en verkeersbelasting (154,39 euro per jaar). Omdat de versie met 85 pk - theoretisch althans - zuiniger is dan de minder krachtige versie, heeft hij een lagere CO2-uitstoot (110 g/km), waardoor hij iets goedkoper is op fiscaal vlak (130,93 euro BIV en 152,14 euro wegentaks). Inzake fiscale aftrekbaarheid blijven beide modellen steken op 80%. Met een gemeten verbruik van 7,07 l/100 km kwamen we stevig boven het fabriekscijfer van 5,0 l/100 km uit, maar op ons veeleisend parcours is 7,07 l/100 km voor een benzinemotor zeker niet slecht.

Fleet Flits-conclusie

De “plus” in de naam Ka+ maakt zeker een verschil. Het maakt de kleinste van Ford functioneel aantrekkelijker, prijsvriendelijk en ook beter inzetbaar in bedrijfsvloten. De + is dan ook een echte plus. Net zoals op een hoger niveau een Skoda heel veel waar voor zijn geld geeft en een Dacia dat in dezelfde vijver waarin ook de Ka+ vist, eveneens doet, speelt ook de Ford Ka+ precies dezelfde troef uit.

Ford heeft ervoor gekozen een no-nonsense auto te bouwen op basis van de toch wel prima kwaliteiten van de Fiesta en heeft dat zodanig aangepakt dat het niet op alles heeft moeten beknibbelen. Dat vertaalt zich naar een al bij al aantrekkelijke uitrusting en handenvol ruimte voor de prijs die men betaalt. Dat bovendien ook het rijplezier overeind blijft is eveneens een belangrijk”‘pluspunt”.

Uiteraard voelt men in de details wel dat dit een auto is die gebouwd werd met de knip op de portemonnée, maar enkele weldoordachte beslissingen van het merk met het blauwe ovaal zorgen er tegelijk voor dat de Ka+ nog net genoeg in huis houdt om een bepaald publiek te kunnen charmeren. Ook in zakelijke middens.