DronePort in Sint-Truiden krijgt vaste vorm

Bouwwerkzaamheden incubator vatten wellicht nog dit najaar aan

De Limburgse incubator DronePort, ondergebracht op een deel van het voormalig militair vliegveld van Brustem in Sint-Truiden, krijgt langzaam maar zeker vaste vorm. Business development manager Peter Dedrij maakt zich sterk dat dit najaar nog met de bouw van de incubator kan worden begonnen. Op korte termijn verwacht hij ook nieuws rond de realisatie van het bijhorende bedrijvencentrum. Blijkbaar niks te vroeg want de drone-sector ontwikkelt zich momenteel in ijltempo. Afwachten maar of de Europese regelgeving die voor 2019 wordt aangekondigd, tijdig klaar raakt.

Kloppend hart van DronePort is vooralsnog Loods 27 op het voormalig vliegveld van Brustem. Uitbater van DronePort is de gelijknamige naamloze vennootschap waarin investeringsmaatschappij LRM en de stad Sint-Truiden hun krachten bundelden. In 1996 sloot de luchtmachtbasis van Sint-Truiden zijn deuren. Van de 475 hectaren grote site worden een kleine 30 hectaren voor DronePort gereserveerd. Die oppervlakte wordt opgedeeld in een zone voor luchtvaartgebonden bedrijven (12,6 hectaren) en een zone voor de technologie-industrie (15,6 hectaren). Nog eens 28 hectaren zijn bestemd als testzone (zowel in de lucht als op de grond).

Op de site, met een drie kilometer lange startbaan, is ook Limburg Regional Airport B.V.B.A. (LRA), uitbater van de luchthaven van Brustem actief, die sinds 2014 op gelijke voet door LRM (Hasselt) en JK Invest (Kuringen) wordt gecontroleerd. Jaarlijks handelt LRA zowat 1.500 vluchten af. Bedoeling is dat gewone vliegverkeer te behouden en van elkaar te leren. Op zich niet verwonderlijk want het laat zich raden dat bepaalde helicoptervluchten straks door een drone-variant zullen worden vervangen.

Internationale interesse

Tijdens een onlangs door ADM en technologiefederatie Agoria georganiseerd drone-event, bleek overduidelijk dat de drone-sector momenteel van een sterke dynamiek getuigt. Ambitie van DronePort is dan ook jobs te creëren in een innovatieve sector en gelijktijdig bestaande infrastructuur te herbestemmen.

Peter Dedrij: “DronePort heeft de ambitie uit te groeien tot een UAV Test & Business Center, dit volgens een vergelijkbaar campusmodel met de andere incubatoren van LRM. Door samenwerking met EUKA als Innovatief Bedrijfsnetwerk en met onderzoeksinstellingen allerhande (PC Fruit, VITO, universiteiten, …) willen we een heuse community uitbouwen. Momenteel verzorgen we al opleidingen voor drone-piloten terwijl we over uitgebreide testfaciliteiten (indoor, outdoor en specialized) beschikken. Op korte termijn zullen we een incubator en een bedrijvencentrum bouwen”.

De business development manager, die zich tevens verheugt in buitenlandse belangstelling voor DronePort, maakt zich sterk nog dit jaar met de bouw van de incubator een aanvang te kunnen nemen. Geplande ingebruikname: eind 2018. Verschillende start-ups stelden zich via een “letter of intent” al kandidaat voor een stek in de incubator. Ook omtrent de realisatie van het bijhorende bedrijvencentrum wordt op korte termijn duidelijkheid geschapen, heet het.

DronePort mikt voor zijn incubator en bedrijvencentrum op bedrijven actief in de UAV (unmanned aerial verhicle)-sector die zich toespitsen op één of meer van de drie focusdomeinen, met name hardware (autopilot-systemen, batterijsystemen, …), applicaties en diensten.

Sector in volle ontwikkeling

Dat de drone-sector in volle ontwikkeling is, blijkt ook uit de bewoordingen van Patrick Mascart, voorzitter van de Belgische Federatie van de Onbemande Luchtvaart (BeUAS). Die organisatie vertegenwoordigt de belangen van de bedrijven en instellingen actief in de onbemande luchtvaartsector.

“Toen de organisatie in 2012 van start ging, telden we twaalf leden. Sindsdien is hun aantal boven de vierhonderd uitgestegen,” klinkt het.

Momenteel reikte FOD Mobiliteit een 300-tal vergunningen voor drone-piloten uit in de drie klassen (Klasse 1A: dronegewicht <150 kg, met verhoogd risico), Klasse 1B: <150 kg, met matig risico) en Klasse 2 (< 5 kg, recreatief).

Regelgeving

Bij de Europese Commissie wordt intussen druk gewerkt aan een Europese UAV-regelgeving. Bedoeling is die tegen 2019 klaar te hebben, maar in de sector heerst behoorlijk wat scepticisme rond die timing. Het gaat dan ook om een complexe materie, met bijzondere eisen op het vlak van veiligheid, lawaaihinder en privacy.

“Nu spreken we nog over gewone drones, maar straks gaat het over vliegtuigen met pilootautomatisering. De Europese wetgever vertrekt dan ook van het standpunt dat drone-technologie de pilootfunctie zal overnemen,” schetst Koen De Vos, die als policy officer bij de Europese Commissie bij het uittekenen van de toekomstige regelgeving is betrokken. “Het is derhalve zaak niet te focussen op de drone of de piloot als platform, wel op de diensten. Tot voor kort had de luchtvaart nauwelijks connectie met ander industrieën. Met drone services verandert dat plaatje compleet vermits die volledig worden geïntegreerd in de value chain van andere diensten en bedrijven. Bovendien maken ze gebruik van nieuwe innovatieve diensten en data,” wordt daaraan toegevoegd.

Het dienstenaanbod mag dan wel innovatief zijn, uitdaging blijft de toekomstige vraag te identificeren. En dat is de drijvende factor achter het EU-beleid.

Dat die toekomstige UAV-regelgeving complex wordt, laat zich raden. Temeer omdat de insteek verschuift van een aircraft-centric naar een operation-centric benadering. Dat houdt in dat de regelgeving de problematiek van alle toekomstige drones zal moeten afdekken: gaande van de kleinste UAV tot de A380.

Momenteel is de Europese Unie enkel bevoegd voor UAV’s met een eenheidsgewicht van meer dan 150 kilogram. De lidstaten bepalen vooralsnog de spelregels voor drones met een gewicht dat beneden de 150 kilogram blijft. Uit wat voorafgaat wordt duidelijk waarom De Vos pleit om de Europese bevoegdheden tot het hele UAV-spectrum uit te breiden. De ambtenaar vraagt zich overigens af waarom bemande luchtvaart per definitie, zoals nu, voorrang op onbemande vluchten moeten hebben. Ook op veiligheidsvlak zijn de uitdagingen gigantisch.

“In de toekomst zullen ongetwijfeld terroristische aanslagen met drones worden gepleegd,” waarschuwt De Vos.

Toepassingsvelden legio

Mark Vanlook, voorzitter van de Vlaamse drone-cluster EUKA, onderscheidt drie soorten toepassingen voor drones, met name militair, consumentgericht en industrieel. Op industrieel vlak kondigen zich voor UAV’s opportuniteiten aan binnen de landbouw (ziektedetectie, inspectie bodemkwaliteit, doelgericht besproeien en bemesten, …), de bewakingssector, de overheid (brandweerdiensten en -bestrijding, trafiek-monitoring, events, detecteren cannabisplantages, slachtofferevacuatie, reddingsoperaties, …), transport & logistiek (pakjesdiensten, warehouse-inspectie en -transport, …), de bouw (visuele en thermische inspecties, site-modelling, 3D-digitale modelling, geo-gereferentieerde inspecties, …) en de vrijestijdseconomie (drone racing, ondersteuning events, …). Bedrijfsadviseur PwC begrootte de wereldwijde markt van de commerciële drone-industrie onlangs op 127,3 miljard USD.