Nieuwe vastgoedmakelaarswet gestemd

Het parlement heeft medio december de nieuwe vastgoedmakelaarswet gestemd. De hervorming stuurt aan op een verdere professionalisering van het beroep en creëert meer transparantie voor de consument.

Het verplicht verbruik van een derdenrekening is niet nieuw en was reeds opgenomen in de deontologie van de vastgoedmakelaar. Nu wordt deze kwaliteitsrekening ook wettelijk verankerd. Doordat de derdengelden duidelijk worden gescheiden van het eigen vermogen van de makelaar, vallen deze buiten de boedel van de makelaar, waardoor zij bij een mogelijk faillissement toekomen aan de rechthebbenden, voor wie de derdengelden bedoeld zijn. Hierdoor wordt de consument beter beschermd.

Zo zal het BIV, via een spoedprocedure, aan de rechter kunnen vragen om bewarende maatregelen te nemen ten aanzien van oneerlijke makelaars om aldus te voorkomen dat ze meer slachtoffers maken en het imago van het beroep schade toebrengen. Zo kan het BIV preventief aan de rechter vragen om een voorlopig bewindvoerder aan te stellen die, in afwachting van een beslissing, tijdelijk het beheer van de syndicus overneemt ter bescherming van de mede-eigenaars. Ook de toegang tot de rekening waarop de derdengelden staan, kan door de rechter worden geblokkeerd.

De wetshervorming richt zich sterk op de belangen van de consument. De tuchtprocedure wordt transparanter gemaakt. Zo kan de klager een herziening van de beslissing tot seponering vragen als zijn klacht zonder gevolg wordt geklasseerd. Een soort van beroep dus, dat behandeld zal worden door een rechtskundig assessor-generaal. Nieuw is ook dat de definitieve tuchtbeslissing automatisch aan de klager zal worden gecommuniceerd. Er wordt tevens in specifieke maatregelen voorzien om verenigingen van mede-eigenaars te informeren.