Belgische ondernemingen maken onvoldoende gebruik van O&O-steunmaatregelen

Eerste Belgische O&O-Barometer van Ayming

Hoewel Belgische ondernemingen positief zijn over de toekomst van hun O&O, benutten ze niet het volledige scala bestaande O&O-steunmaatregelen.

Ayming publiceert de resultaten van de O&O-Barometer, het eerste onderzoek naar de uitdagingen, financiering en toekomstvisie van innovatieve ondernemingen. Het onderzoek bevroeg 128 ceo’s, cfo’s en O&O-directeurs van ondernemingen die representatief zijn voor de innovatieve sectoren in België. Op basis van de resultaten doet Ayming drie vaststellingen.

  1. Alle maatregelen ter ondersteuning van O&O worden in België onderbenut
  • 3 op de 10 ondernemingen passen de belangrijke gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers (BV korting) (federale maatregel) niet toe, voornamelijk wegens het niet in aanmerking komen van de projecten

Geert COUPEZ, COO Ayming Belgium: “Het concept O&O is duidelijk gedefinieerd in het Frascati-handboek van de OESO. Wanneer een project aan de gestelde criteria voldoet, kan de maatregel toegepast worden. Wij zien in de praktijk vaak dat ondernemers zich niet altijd bewust zijn van de mate waarin ze, al dan niet, aan onderzoek en ontwikkeling doen. Ondernemers spreken O&O en innovatie vaak in één adem uit, terwijl er een belangrijk onderscheid is: O&O is innovatie, of kan tot innovatie leiden, maar niet elke innovatie beantwoordt aan de OESO-criteria van O&O. Hier is duidelijk nog speelruimte voor de beleidsmakers: leggen we de klemtoon op O&O "pur sang", of op jobcreatie en economische groei? In het laatste geval zou het toepassingsveld van de maatregel kunnen uitgebreid worden tot innovatie in bredere zin”.

  • De helft van de ondernemingen past de verhoogde investeringsaftrek of belastingkrediet (federale maatregel) niet toe, voornamelijk wegens een gebrek aan informatie

Geert COUPEZ: “Deze maatregel laat toe om 13,5% van de gekapitaliseerde investeringen af te trekken van de belastbare basis. De voornaamste reden waarom deze niet wordt toegepast, is een gebrek aan informatie over de maatregel. Het potentieel wordt dus mogelijk nog niet volledig benut, hoewel de maatregel erg interessant is om de financieringskosten van O&O-investeringen van de begunstigde ondernemingen te verlagen.”

  • 60% van de ondernemingen maakt geen gebruik van de aftrek van octrooi- of innovatie-inkomsten (federale maatregel) wegens een gebrek aan in aanmerking komende projecten

Geert COUPEZ: “Deze maatregel, die toe laat inkomsten van octrooien af te trekken, werd in 2016 omgevormd tot de aftrek van innovatie inkomsten. De maatregel is voornamelijk onderbenut vanwege de complexiteit en implementatiekost. Gegeven het gebrek aan kennis is het niet altijd evident voor ondernemingen om zich bewust te zijn van alle technische nuances. De aftrek op een veilig gestelde manier bekomen kan inderdaad een complexe, moeilijke en tijdrovende zaak zijn, en is in veel gevallen specialistenwerk, bijvoorbeeld wanneer de in aanmerking komende inkomsten voortkomen uit eigen geproduceerde innovatieve goederen of diensten. De noodzakelijke middelen zijn niet altijd ter beschikking van KMO’s, daar waar grotere ondernemingen beter vertrouwd zijn met dit soort complexiteit en ze makkelijker toegang hebben tot de nodige kennis.

  • Slechts 1 op de 10 KMO’s geniet van SME Instrument financiering (Europese maatregel)

Geert COUPEZ: “SME Instrument is een vorm van directe financiering dat een onderdeel is van het H2020-programma. Dit programma laat ondernemingen o.a. toe om op te schalen naar het internationale niveau. De onderbenutting is voornamelijk te wijten aan het gebrek aan informatie over de maatregel. Er blijkt ook een misvatting te bestaan over wat men als een KMO beschouwt: ondernemingen die mogelijk in aanmerking komen, gaan er verkeerdelijk van uit dat ze niet voldoen aan de criteria. Over het algemeen zijn we blij vast te stellen dat Europa de aanvraagprocedure wil vereenvoudigen en dit buiten een vooraf vastgelegde thematiek”.

2.    Belgische ondernemingen zijn optimistisch over de toekomst van hun innovatie

  • 90% zijn optimistisch over het aantal innovaties dat ze zullen lanceren;
  • 90% zijn optimistisch over het succes van hun toekomstige innovaties.

Geert COUPEZ: “We hebben niet kunnen vaststellen of de bestaande maatregelen ter ondersteuning van O&O - in hun huidige vorm - een rol spelen in dit optimisme. Globaal genomen is de impact van deze maatregelen duidelijk positief. Maar wanneer we diverse factoren van O&O afzonderlijk beschouwen, zoals de aanwerving van O&O-personeel (een belangrijke uitdaging van de meeste innovatieve ondernemingen), de intensiteit, de omzet van gelanceerde innovaties of zelfs internationale aanwezigheid, lijken de maatregelen die factoren afzonderlijk geen significante boost te geven.

Ondernemers hebben dan ook niet altijd het gevoel dat de maatregelen een directe of significante impact hebben op hun groei. Dit kan een uitnodiging zijn voor de politiek om een duidelijker innovatiebeleid te voeren. Er zou bijvoorbeeld éénduidiger kunnen ingezet worden op O&O, én op innovatie, die tot de vermarkting van innovatieve producten én diensten leidt en dus tot jobcreatie.

 3.    Gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers: strengere toepassing wetgeving, bachelor diploma’s komen voortaan in aanmerking

  • Vanaf 2018 komen ook bepaalde bachelor diploma’s in aanmerking voor de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers. Dit is het antwoord op een verzuchting die door de O&O-Barometer werd vastgesteld bij Belgische ondernemingen (53%);

Geert COUPEZ: “Het valt echter te zien of de maatregel inderdaad zijn doel zal raken, gezien de verhoogde complexiteit en het minder voordelig regime. De uitbreiding lijkt voornamelijk interessanter te zijn voor grote ondernemingen dan voor kleine en middelgrote ondernemingen. Grote ondernemingen die een kritieke massa aan vrijgestelde masters in huis hebben, zullen nu ook het waardevolle O&O-werk van hun bachelors volop fiscaal kunnen valideren.

De resultaten tonen een aan gedurende de laatste 3 jaren: 2 op de 3 Belgische ondernemingen werden geauditeerd inzake de toepassing van de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers (66%) en 4 op 10 van kregen te maken met een rechtzetting (39%).

Geert COUPEZ: “Dit toont aan dat de fiscale administratie de toepasbaarheid ernstig neemt, maar dat de ondernemingen er niet altijd in slagen om de toepassing van de maatregel op een bevattelijke manier te onderbouwen of te documenteren. Tezelfdertijd leert de praktijk dat er binnen de fiscale administratie nogal wat interpretatieproblemen bestaan. Deze leiden tot een heterogene toepassing van de maatregel, en dus minder rechtszekerheid.

De resultaten geven ook aan dat het aantal rechtzettingen beperkter is wanneer de onderneming bij een fiscale controle een gedetailleerd documentatiedossier kan voorleggen, dat zij in het kader van de effectieve toepassing van de maatregel hebben opgesteld en jaarlijks actualiseren.”

Conclusie

De resultaten van de 1ste O&O-Barometer tonen aan dat O&O-financiering het optimisme over de toekomst van O&O van Belgische ondernemingen ondersteunt, maar niet in gang zet. De studie geeft aan dat O&O-financiering een strategisch element zou moeten zijn op de agenda van innovatieve ondernemingen en niet louter een post-factum operationeel gegeven. Ondernemingen hebben er daarom baat bij om O&O-financiering vooraf te integreren in hun O&O-strategie. Ayming zal met zijn O&O-Barometer jaarlijks de evolutie van deze resultaten opvolgen en communiceren.

Over het onderzoek

De enquête van het onderzoek werd beantwoord door 128 ceo’s, cfo’s en O&O-directeurs van ondernemingen die representatief zijn voor de innovatieve sectoren in België. De steekproef bevatte 37 % kleine ondernemingen, 29 % middelgrote ondernemingen en 34 % grote ondernemingen. De antwoorden werden verkregen via het enquêteplatform CheckMarket, van november tot december 2017.