Federale Verzekering wil aantal arbeidsongevallen halveren

Gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever, werknemer, verzekeraar en overheid

België kampt nog steeds met een te groot aantal arbeidsongevallen. Nochtans wist men het aantal arbeidsongevallen tussen 2008 en 2015 van 20.000 naar 14.000 terug te dringen. Alleen voor de bouwsector zijn dat er nog 55 per dag. Daarmee bengelt de sector aan het eind van het middenpeloton in de Europese Unie (EU15). Samen met de sector, de overheid en de bedrijven wil Federale Verzekering (Brussel) het aantal arbeidsongevallen in de bouw in België in de komende drie à vijf jaar halveren.

Het aantal arbeidsongevallen, zowel op de werkplek als op de arbeidsweg, in de Belgische bouwsector blijft (te) hoog. Dat heeft met een combinatie van factoren te maken. Zo zijn op de werven steeds meer verschillende nationaliteiten aan de slag. De bijhorende taalproblematiek en hoge personeelsrotatie zijn niet echt bevorderlijk voor het naleven van de veiligheidsvoorschriften.

Bovendien dreigt de toenemende tijdsdruk op de werven eveneens de aandacht voor de veiligheidsproblematiek te hypothekeren. Een preventiebeleid uitwerken kost dan wel geld, maar levert ook besparingen op. Zo wordt tijdsverlies vermeden, dient geen vervanger gezocht die moet worden ingewerkt, … Niet alle bedrijven besteden de nodige aandacht aan het verduidelijken van de veiligheidsvoorschriften voor nieuwe medewerkers.

“Grote(re) bouwbedrijven zijn zich doorgaans terdege bewust van het belang van een goed veiligheidsbeleid. Ze zetten voldoende in op preventie en beseffen ten volle dat een slechte arbeidsongevallenscore niet bevorderlijk is voor hun reputatie. De frequentie van arbeidsongevallen ligt het hoogst bij kleine bouwbedrijven (lees: met minder dan tien werknemers, nvdr.). Vaak heeft dit te maken met meer risicovolle activiteiten, zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van werken op hoogte”, weet Carl Van Vlaenderen, verantwoordelijke Underwriting Niet-Leven bij Federale Verzekering, bouwverzekeraar bij uitstek.

Gedeelde verantwoordelijkheid

De arbeidsongevallenproblematiek is een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever, werknemer, verzekeraar en overheid, weet Van Vlaenderen. De terreinwinst die tussen 2008 en 2015 werd geboekt heeft dan ook te maken met de sensibiliseringsacties die de overheid, de verzekeraars en de sector zelf opzetten. Sinds zowat tien jaar onderneemt de overheid ook actie tegen bedrijven met een hoger dan gemiddelde schadelast inzake arbeidsongevallen.

Fedris, waarin het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) en het Fonds voor de Beroepsziekten (FBZ) in 2016 samen gingen, verplicht slecht scorende bedrijven een beroep te doen op een arbeidsongevallenverzekeraar, waarmee een verbetertraject dient opgezet. In ruil verbindt de verzekeraar er zich toe gedurende drie jaar als arbeidsongevallenverzekeraar het risico van het bedrijf tegen dezelfde voorwaarden te blijven afdekken.

Carl Van Vlaenderen: “Alle partijen hebben financieel baat bij een gedegen aanpak van arbeidsongevallenpreventie. De verzekeraar dient minder schade te vergoeden, de overheid weet zich verzekerd van verminderde ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en de bedrijven blijven van bijkomende kosten gevrijwaard”.

Permanente sensibilisering vereist

“Kleine bouwbedrijven zien arbeidsongevallenpreventie al eens als een bijkomende (administratieve) last en een kostenverhogende factor. Ze beseffen niet altijd welk prijskaartje aan een arbeidsongeval kan hangen. Hoe kleiner de ploeg, hoe groter het risico dat werven niet tijdig raken uitgevoerd wegens onbeschikbaarheid van een medewerker als gevolg van een arbeidsongeval.

Uiteindelijk kan een arbeidsongeval een bedrijf meer kosten dan het bedrag van het incident zelf. Er dienen zich immers behoorlijk wat bijkomende uitgaven aan in de vorm van vervangingskosten, opleidingskosten, eventuele kosten voor psychologische begeleiding van collega- werknemers, … Permanente sensibilisering dringt zich derhalve op”, beseft onze gesprekspartner.

Het inzetten van bijkomende preventie-adviseurs, in functie van de grootte van het bedrijf, is lonend. De schadelast en de arbeidsongevallenfrequentie dalen.

“Maar een goed uitgebouwd veiligheidsbeleid is niet enkel de verantwoordelijkheid van de preventie-adviseur. In de bouwsector zijn ook het engagement en de betrokkenheid van de werfleider(s) en het management vereist. Belangrijk is dat bouwbedrijven van veiligheid een echt structureel werkpunt maken,” beklemtoont onze gesprekspartner.

Verbetertrajecten renderen

Federale Verzekering zet geregeld verbetertrajecten op met zijn klanten. Het beperkt zich daarbij niet uitsluitend tot de slechte leerlingen uit de klas. Ook met goed presterende bouwbedrijven zet de maatschappij proactieve acties op om het veiligheidsbeleid te optimaliseren. Zoals elke verzekeraar houdt Federale Verzekering de gedekte risico’s tegen het licht. Op het stuk van de arbeidsongevallenverzekeringen hanteert het bedrijf eigen statistieken en die van Fedris.

“We laten ons evenwel niet uitsluitend leiden door financiële beweegredenen. Veeleer dan een klant de deur te wijzen, gaan we samen op constructieve wijze op zoek naar een betere beheersing van het arbeidsongevallenrisico”, zo nog Van Vlaenderen.

En dat het kan bewees de verzekeraar in een recent verleden. Zo werd gedurende een jaar een Waals bouwbedrijf intensief begeleid in een gezamenlijk opgezet verbetertraject. Resultaat was een vermindering van de schadelast met 30% met een verhoging van de uitbetaalde restorno’s tot gevolg.