Belgische beleggers willen toch liever menselijke adviseurs dan geautomatiseerde financiële planningsdiensten

De voorbije jaren ontstonden er talloze nieuwe beleggingsplatforms en digitale diensten die geautomatiseerde financiële planningsdiensten op basis van algoritmes en met weinig tot geen menselijk toezicht aanbieden. Belgische beleggers hebben weinig inzicht in deze zogenaamde robo-advisors. Er is sowieso meer financiële vorming nodig en dus is het geen verrassing dat de helft van de Belgische beleggers nog steeds een beroep doet op een menselijke adviseur voor (bijna) al hun beleggingen. Dit blijkt uit de Legg Mason 2018 Global Investment Survey, die de standpunten en het gedrag van Belgische beleggers onderzocht.

De Belgische belegger kent maar weinig van "robo-advisors": slechts één op de zeven (14%) begrijpt volledig wat het woord inhoudt, iets meer dan een derde (36%) begrijpt het een beetje en net iets meer dan de helft (51%) snapt er niets van. Toch zegt een kwart (25%) dat ze in de komende vijf jaar meer beleggingen door een robo-advisor (gebaseerd op geautomatiseerde besluitvorming) zullen laten beheren.

Er heerst nog wat weerstand tegen technologie en artificiële intelligentie (AI). Twee derden van de Belgische beleggers is ervan overtuigd dat technologie een persoonlijke klanten-service nooit kan vervangen (69%). Bijna zes op de tien zouden zich bovendien ongemakkelijk voelen als ze het beheer van hun beleggingen niet met een persoon van vlees en bloed konden bespreken (59%).

De toekomst is digitaal

Toch vindt meer dan de helft (54%) van de Belgische beleggers dat de wereld van het beleggingsbeheer technologische vernieuwingen zou moeten verwelkomen. Eén derde (34%) wil al zijn persoonlijke financiën graag beheren via één enkele app op zijn smartphone of mobiel apparaat. Meer dan vier op de tien (44%) zeggen dat professionele financieel adviseurs stilaan plaatsmaken voor on-line tools en apps, en bijna vier op de tien (37%) leggen de schuld van de recente volatiliteit op de wereldwijde aandelenmarkten bij automatisch reagerende robo-advisors.

Als ze dan toch een robo-advisor zouden moeten gebruiken, zouden ze zich bij hun selectie vooral baseren op de prijs/beheer-vergoedingen (22%), het gebruiksgemak (15%) en de transparantie/eenvoud van de beheervergoedingen (13%).

Gevraagd naar bekende on-line bedrijven (zoals Amazon) die eigen fondsen zouden aanbieden, verwacht iets meer dan de helft (51%) dat die bedrijven een competitieve prijs zouden aanbieden. Dit cijfer ligt hoger dan het aantal respondenten dat op fondsen van die bedrijven zou intekenen (31%) of dat erop vertrouwt dat ze in staat zijn om fondsen en andere beleggingen te verkopen (28%). Slechts één vijfde (21%) zou meer vertrouwen hebben in die on-line bedrijven dan in financiële dienstverleners. Slechts één op de tien (10%) beantwoordde alle vier de vragen positief.

Nood aan financiële vorming

Het is duidelijk: er is nood aan meer kennis en professioneel financieel advies. Zowel op het vlak van concrete resultaten (hoger rendement op beleggingen) als wat het sentiment (meer beleggersvertrouwen) betreft.

De helft (50%) van de Belgische beleggers doet een beroep op een financieel adviseur voor (bijna) al zijn beslissingen, terwijl één op de zeven (14%) een financiële doe-het-zelver is en helemaal geen adviseur inschakelt. In de ogen van de helft van de beleggers winnen adviseurs aan vertrouwen door transparante beheervergoedingen/informatie (50%), gevolgd door advies op maat (44%) of het verstrekken van gebruiksvriendelijke informatie (42%).

Iets meer dan een kwart (26%) van de beleggers meent qua kennis op een gevorderd of expertniveau te staan, terwijl bijna één derde (31%) van oordeel is dat zijn kennisniveau moet worden opgekrikt om zijn beleggingen doeltreffend te kunnen beheren. Weinig beleggers denken dat ze beleggingstermen volledig begrijpen. De hoogste score tekenden we op bij beleggingen met een laag versus een hoog risico (57%), gevolgd door actieve versus passieve beleggingen (33%), ESG-/duurzaam beleggen (23%), crypto-munten (22%), ETF's (18%) en robo-advisors (14%).

De meerderheid (94%) vindt dat er financiële vorming moet worden aangeboden, in de eerste plaats door banken (53%) en onderwijsinstellingen (scholen, hogescholen, universiteiten) (48%), gevolgd door financieel adviseurs (30%) en openbare (overheids)instellingen (24%).

Beleggers denken vooral dat het belangrijk is om hun beleggingen regelmatig te herzien (81%), ze zijn erg betrokken bij de hele besluitvorming (77%) of ze geven de voorkeur aan vereenvoudigde informatie met één enkele vergoeding (74%).

De meest gebruikte informatiebronnen zijn financieel adviseurs (51%) of eigen opzoekwerk op het Internet (49%).

Volledig transparante beheervergoeding blijft cruciaal

Beslissingen over beleggingen worden vooral genomen op basis van de kostprijs/het bedrag van de beheervergoeding (42%), de verwachte rendementen (35%) en advies van een professioneel adviseur (32%). De meest waarschijnlijke redenen om te beleggen zijn: een spaarpotje voor noodgevallen (64%), vandaag financieel comfortabel leven (48%), vrijheid om te doen wat je wilt (45%) en een financieel comfortabele oude dag (41%).

Bijna negen op de tien beleggers (89%) denken dat beheervergoedingen hun beslissingen beïnvloeden. Binnen die groep menen bijna drie op de tien (28%) dat ze een grote rol spelen. Wie zich door de beheervergoeding laat leiden, wil gemiddeld maximaal 1,2% betalen als vergoeding voor een actief beheerd fonds, terwijl één op de zes (17%) kan leven met 2,1%.

Terug naar cash om risico's te beperken

Wanneer beleggers nadenken over hun doel, geven ze aan dat ze een plotse meevaller doorgaans zouden gebruiken voor korte termijnbeleggingen (44%), een vakantie (31%) of pensioensparen (29%). Ze zijn bereid om een maandelijks film- of theateravondje (26%) of een dagelijkse lunch buitenshuis (26%) op te geven. Bij financiële problemen zouden ze hun portefeuille hoogstwaarschijnlijk aanpassen door geld naar iets anders te verschuiven zoals vastgoed (29%) en door over te schakelen op cash/cashbeleggingen om de risico's te beperken (28%).

Langdurig lage (bancaire) rentevoeten in hun land (39%), een stijging met 20% in hun beleggingsportefeuille (32%), aanzienlijke inflatiestijgingen in hun land (28%) of toegenomen marktvolatiliteit (26%) zouden hen er het meest toe aanzetten om meer te beleggen in het algemeen, terwijl langdurig lage (bancaire) rentevoeten (19%) hen in de richting van beleggingen met een hoger risico/rendement zouden drijven. Een wereldwijde beurskrach is het meest waarschijnlijke scenario om hen weg te drijven van beleggingen en naar cash (24%) terug te grijpen.

Eric Simonnet, business development director Benelux bij Legg Mason, concludeert: "Disruptieve technologie en business-modellen werken door in alle sectoren, ook in het beleggingsbeheer. Ze hebben ook bewezen op zichzelf erg succesvolle beleggingen te zijn, met merken die zijn doorgedrongen in verscheidene sectoren en diensten. Maar wanneer een marktverstorende speler die de ene sector heeft getransformeerd overschakelt op een andere, is dat geen garantie op succes. Het staat wel garant voor aandacht en krantenkoppen. Volgens ons zijn verandering en nieuwe spelers in het beleggingsbeheer onvermijdelijk, maar prestaties op de lange termijn en de allocatie van activa blijven de belangrijkste maatstaven voor succesvol beleggen. Dit is een visie waar beleggers achter staan".