“Dieselangst” speelt tweedehandsauto’s parten

Bijna 30% van de tweedehandswagens die momenteel te koop te staan in ons land wacht al meer dan vier maanden op een nieuwe eigenaar. Normaal bedraagt de gemiddelde periode maximum twee maanden. Omdat de stockagekosten zo hoog oplopen, tot 840 euro per wagen, kijken steeds meer handelaren noodgedwongen naar andere Europese markten.

Belgische auto-dealers hebben dezer dagen de grootste moeite om hun stock aan tweedehandswagens onder controle te houden. Uit een analyse van Gocar DATA, de specialist in data-analyse van de automarkt, blijkt dat momenteel 34.192 voertuigen (29,2%) al vier maanden te koop staan. Deze wagens hebben een totale marktwaarde van ruim 805,2 miljoen euro. Vooral dieselwagens raken moeilijker verkocht.

Hoewel België lange tijd hét dieselland bij uitstek was, hebben de Belgen “dieselangst” gekregen en zijn ze vooral op zoek naar andere aandrijfsystemen, zoals benzine of LPG. Heel wat bestuurders denken dat ze met een tweedehandsdiesel de stad niet meer mogen binnenrijden. Nochtans zijn er ook voldoende jonge dieselvoertuigen op de tweedehandsmarkt.

De tweedehandsvoertuigen die lange tijd in stock blijven, kosten de autohandelaren handenvol geld. Zo is in sommige gevallen de waarde van een dieselvoertuig in één jaar tijd met 11% gedaald. Daarnaast kost het zeven euro per dag om een dieselwagen te onderhouden en te stockeren. Het is één van de redenen waarom auto-dealers steeds vaker naar de buitenlandse markt kijken om hun dieselwagens sneller kwijt te raken. Vooral Midden- en Oost-Europa, Spanje en Portugal zijn populaire markten. De vraag is er nog altijd groot, waardoor de marktwaarde ook hoger ligt dan in België.