Getest door dVO : Alfa Romeo Stelvio 2.2D 190 Q4 Super

Bijtgrage Alpencol

Alfa Romeo speelt met de Stelvio in op het almaar stijgende succes van de SUV. De Italiaanse constructeur toont zich overigens best ambitieus want het speelt zijn Stelvio meteen uit tegen toppers uit het segment zoals de Mercedes-Benz GLC, de BMW X3 of nog de Audi Q5 en de Porsche Macan. Wij voelden de Italiaanse schone aan de tand op ons vaste Fleet-Flits testparcours en wikten en wogen hem af tegen die stevige concurrentie.

Alfa Romeo is een merk met traditie. Een merk met een grote schare liefhebbers ook, die het merk met het klavertje vier door dik en dun blijven verdedigen. Ook als in het verleden wel eens bleek dat wondermooi design en een rijdersauto in hart en nieren niet altijd even goed samen bleken te gaan met kwaliteit en deugdelijkheid.

Achtergrond

Het is misschien daarom dat Alfa Romeo niet alleen een merk met een grote traditie is, maar evenzeer een merk dat al meerdere veldslagen, waarin het zwaargewond en zelfs zieltogend achterbleef, wist te overleven. Niet eens vijf jaar geleden leek het merk dat in de jaren ‘60 levende legendes als de Giulia Sprint en de GTA had voortgebracht, op sterven na dood. Het was echter het huwelijk tussen moederhuis Fiat en Chrysler dat het iconische merk nieuw leven in blies.

De fabrikant uit Lombardije liet zijn typebenamingen met cijfers, waarin het de laatste decennia vervallen was (33, 75, 147, 155, 159, 164,…) voor wat het was en greep terug naar de ronkende namen uit het verleden. Eerst kwam de Giulietta die zich als een gesmaakte opvolger van de 147 ontpopte, waarna de echte wederopstanding werd ingeluid met de terugkomst van de Giulia. Deze bloedmooie nieuwkomer was de langverwachte opvolger van de 166, die in 2007 de plek van Alfa Romeo in het segment van de luxe-berlines leeg had achtergelaten.

De Italianen namen echter geen genoegen met het opnieuw posteren van een auto in het hogere berline-segment, want zelfs vanuit een ivoren toren op het Italiaanse schiereiland was het duidelijk dat ieder zichzelf respecterend merk vandaag een SUV in zijn rangen moet tellen. Dat het segment van de hoog op zijn poten gebouwde auto met terreinwagenallures voor de Lombarden compleet nieuw was, weerhield hen er niet van om van meet af aan steile ambities te uiten.

Uit de mond van Fabrizio Curci, de verantwoordelijke van Alfa Romeo in Europa, klonk het bij de lancering van het model als volgt: “We willen met de Stelvio op ieder vlak de beste van de klas zijn en dat met een SUV die rijdt als een sportieve berline”. Bescheiden kan je het nauwelijks noemen, maar tegelijk passen de woorden perfect bij Alfa Romeo, want het merk heeft door de jaren heen van sportieve berlines nu eenmaal zijn handsmerk gemaakt.

Tegelijk wisten de Italianen donders goed voor welke uitdaging ze stonden. De concurrentie in het segment waar ze de Stelvio - genoemd naar één van de hoogste Alpencols uit de Laars - uitspelen, staat bol van de auto’s ontwikkeld door merken die van wanten weten. Zowel als het aankomt op het maken van luxueuze auto’s vol technologische toeters en bellen als voor het op de markt brengen van wagens die op sportief vlak net dat beetje extra bieden. Merken als Porsche, BMW en Mercedes moet je het vak niet meer leren en alle drie de Duitse merken hebben hun eigen speciale sportafdeling die opgepepte versies uit zijn mouw schudt als waren het rozenblaadjes.

Alfa Romeo staat op dat vlak trouwens ook niet echt achteraan de rij, want onder de inmiddels wereldvermaarde Quadrifoglio naam zette Alfa al meerdere modellen op de markt, die sportiviteit tot in iedere vezel van hun DNA hebben zitten. Naast die uiterst sportieve uitvoering, waarmee de Stelvio debuteerde, ontwikkelde Alfa Romeo echter nog een aantal versies die het moesten hebben van waarden die meer aanleunen bij waar de gemiddelde professionele autogebruiker naar op zoek is. Dat resulteerde in twee 2.0 benzinemotoren met respectievelijk 200 en 280 pk onder de motorkap en drie diesels, die gebaseerd zijn op hetzelfde 2,2-liter motorblok en die naar keuze 160, 190 en 210 pk produceren. Wij kozen voor de middelste van deze drie motoren, die misschien wel de meest rationele motorkeuze van het lot is. Bovendien werd deze 190 pk sterke motor gekoppeld aan de Q4 vierwielaandrijving, die de Stelvio wat extra dynamiek moet bezorgen.

De Stelvio oogt indrukwekkend aan de buitenkant, maar toch vallen zijn buitenafmetingen mee. De karakteristieke snoet met het grote driehoekige radiatorrooster, dat bovenaan gekenmerkt wordt door het embleem van Alfa Romeo, helpt zeker mee aan dat voorkomen met de nodige branie. Al missen we persoonlijk toch wel een beetje het sprankelende snuifje design van de Giulia, dat het autominnende hart sneller doet slaan.

Rijgedrag

Het is goed toeven in de Alfa Romeo Stelvio met 190 pk. In tegenstelling tot het dieselinstapmodel is deze versie, zoals al gezegd, verkrijgbaar met de Q4-vierwielaandrijving en de combinatie van de 2.2 dieselaar met enerzijds de achttrapsautomaat uit het huis ZF en anderzijds de aandrijving op alle wielen die zorgt voor handenvol rijplezier en stevige prestaties. Zeker als de wegen bochtig en technisch zijn. In die bochten bijt de Stelvio zich - zoals het een echte Alfa past - vast in het asfalt. De vierwielaandrijving en het prima onderstel, dat hij overneemt van de Giulia, geven het hogere koetswerk immers voldoende compensatie, waardoor rolbewegingen van de carrosserie nauwelijks te voelen zijn. De 50 kg extra, die de Stelvio Q4 op de weegschaal zet tegenover zijn achterwielaangedreven broer, laten zich trouwens amper voelen want het aanwezige vermogen en het rijkelijke koppel van 450 Nm leiden hem in amper 7,6 seconden van 0 naar 100 km. Niet slecht voor een bakbeest van 1.670 kg. Een Alpencol die zich in iedere stijgende of dalende bocht vastbijt. Voor ons staat staat de Stelvio qua beeldspraak in elk geval als een huis.

Alfisten in hart en nieren zullen het misschien niet graag horen, maar de Stelvio is enkel met een automatische versnellingsbak leverbaar, maar dat is er dan wel eentje die zich ook manueel laat schakelen. Dat gebeurt via enigszins buitenmaatse peddels achter het stuur, die - zeker in het begin - de grip rond het stuur en het bedienen van de richtingaanwijzers bemoeilijken. Het is even wennen en je waant je een beetje in een race-simulator, maar dat gevoel past wel een beetje bij datgene wat de Stelvio uitstraalt.

Wanneer je de automaat toch zijn ding laat doen, laat hij zich bij hernemingen in de lagere versnellingen af en toe betrappen op schokjes. Voor het overige kwijt hij zich echter perfect van zijn taak. Daardoor laat de Stelvio zich vaardig door berg en dal sturen en ontpopt hij zich tot één van de fijnste auto’s die we al aan de tand voelden op het Fleet-Flits parcours.

Veiligheid

Alfa Romeo rust zijn Stelvio op veiligheidsvlak toe zoals dat hoort voor een berline met sportieve inslag. Hij is standaard voorzien van zes airbags en krijgt eveneens een frontale botswaarschuwing mee. Ons testvoertuig had geen adaptieve cruise control aan boord. Die is wel tegen meerprijs leverbaar en voelt, wanneer het er niet is, op de autosnelweg toch als een gemis aan bij een auto als de Stelvio. Alfa Romeo hinkt op technologisch vlak duidelijk een beetje achterop bij zijn rechtstreekse concurrenten in dit segment, want de spoorassistent heeft alleen maar een waarschuwende functie, maar corrigeert zelf niet. Inzake remmen liet de Alfa Romeo Stelvio zich dan weer op geen enkel foutje betrappen.

Comfort

De Stelvio verraste ons met zijn comfortniveau. Zijn zetels zitten gewoon comfortabel en zorgen ervoor dat je zelfs na een paar uur achter het stuur niet als een gebroken stukje mens uitstapt. Zijdelingse steun is er voldoende en ook op het vlak van been- en hoofdruimte scoort de Italiaanse SUV zeer behoorlijk. Zowel voor als achteraan, zolang de voorpassagiers hun stoel tenminste niet te ver naar achteren schuiven. De Stelvio ontpopt zich trouwens toch eerder als een vier- dan als een vijfzitter. Als we toch een minpuntje moeten aanhalen, is het de geluidsisolatie, die net iets beter had gekund, terwijl voor iets kleinere bestuurders het zicht naar achteren ook niet optimaal is. Dit onder meer door de niet al te grote achterruit, terwijl ook de buitenspiegels kleinere mensen een beetje parten kunnen spelen.

Functionaliteit

De kofferruimte van de Stelvio is behoorlijk groot en wordt gekenmerkt door een vlakke laadvloer. De koffer is dankzij de wat langere koetswerkoverhang 525 liter groot. Wat wel ontbreekt zijn uitsparingen aan de buitenkant, zodat hij zich wat minder “tot de nok vol” laat vullen dan een aantal van zijn concurrenten. De laaddrempel is naar SUV-normen eerder laag, maar de gerieflijkheid wordt wel een beetje gefnuikt door de breedte van de laadopening. Wie echter nood heeft aan extra laadruimte, kan die vinden door de achterbank neer te klappen. Iets wat trouwens best gemakkelijk verloopt bij de Stelvio. Door die achterbank neer te klappen, groeit de laadruimte overigens aan tot 1.600 liter.

TCO

De Alfa Stelvio 2.2D met 190 pk, achttrapsautomaat en Q4-vierwielaandrijving toonde zich met een gemiddeld verbruik van 7,77 l/100 km naar SUV-normen eerder zuinig. Met een CO2-uitstoot van 149 g/km scoort hij echter iets minder goed in de TCO-afrekening. Die hoge uitstoot (een beetje een traditioneel oud zeer van 4x4-voertuigen) heeft uiteraard zijn gevolgen voor de BIV, de verkeersbelasting en de berekening van het voordeel van alle aard. Als compensatie stelt de Stelvio daar wel zijn aantrekkelijke prijs van 48.150 euro (incl. BTW) tegenover, waarmee hij zich toch fors goedkoper toont dan zijn rechtstreekse concurrenten van de premium-modellen zoals de Mercedes-Benz GLC en BMW X4. Tegelijk is hij in zijn geteste versie wel aanzienlijk duurder dan een DS7, terwijl hij aan de Volvo XC60 en de Audi Q5 stevige prijsconcurrenten heeft.

Fleet-Flits conclusie

De Stelvio is een SUV die weet te overtuigen. Zijn rijprestaties behoren tot het beste van wat we op ons testparcours al mochten ervaren. Bovendien bedient hij zijn bestuurder volledig op zijn wenken, want via zijn dna-keuzeknop (toffe naamkeuze trouwens!) kun je kiezen tussen dynamische,  eerder neutrale of wat ingeperkte rijcapaciteiten, die dan weer ideaal zijn op gladde ondergrond. Hij koppelt daarnaast goed zittende zetels en een lekker hoge instap aan aardig wat flexibiliteit. Alleen jammer dat de Alfa Romeo een beetje tekortschiet als het aankomt op technologische uitrusting. Zo heeft hij wel een waarschuwingssysteem bij rijvakoverschrijding, dat echter niet corrigerend optreedt. En voor een adaptieve cruise control moet bijbetaald worden. Kortom, de Italianen moeten zich dringend bijspijkeren inzake technologie en dan zetten ze met de Stelvio iets neer wat iedere concurrent als zijn SUV-benchmark zou mogen hanteren.

Concurrenten voor de Alfa Romeo Stelvio 2.2D 190 Q4

DS7 Crossback 2.0 BlueHDi

DS is net als Alfa Romeo een nieuwkomer in het SUV-segment. Vandaar dat een rechtstreekse confrontatie tussen de twee wel interessant kan zijn. Al heeft DS, gezien zijn verwantschap met Citroën en Peugeot wel een klein voetje voor als het op SUV-genen aankomt. Toch is de DS7 helemaal anders dan de modellen van zijn PSA-broers. Al was het maar om de Franse klasse met grote K waar het nieuwe merk van de groep toch duidelijk voor wil staan. Net als de Stelvio mikt de DS7 resoluut op de premium-merken uit het oosten en het doet dat niet alleen met die grote K van daarnet, maar ook met een prijs, waarvan iedere Teutoon zal verbleken. Een prijs waarmee DS ook zijn Italiaanse concurrent de loef afsteekt. Als keerzijde van het verhaal moeten we er wel aan toevoegen dat de DS7 nergens echt excelleert (tenzij dan misschien inzake rijcomfort), maar zich overal als de betere middenmoot positioneert. Een opzet dat in combinatie met zijn aantrekkelijke prijs wel eens voor gensters zou kunnen zorgen.

Mercedes-Benz GLC 220d Coupé

Mercedes-Benz gelooft in de SUV. Hoe anders kan je de ijver van de constructeur in Stuttgart bij het ontwikkelen van model na model verklaren? GLA, GLC, GLC Coupé, GLE en GLS. Keuze genoeg voor wie een SUV met ster zoekt! De GLC Coupé onderscheidt zich van de GLC met een 4 centimeter lager en 8 centimeter langer koetswerk, waardoor de eerste meteen een perfect antwoord biedt op de X4 van de concurrentie uit Beieren. De Coupé laat wat laadruimte en functionaliteit liggen, maar bulkt net als de GLC van het comfort. In vergelijking met de Stelvio legt hij de lat op dat vlak ongetwijfeld nog wat hoger, maar de financiële lat komt eveneens op een aanzienlijk hoger niveau te liggen.

Porsche Macan

Een sportieveling als de Alfa Romeo Stelvio verdient het om ook uitgespeeld te worden tegen een concurrent die inzake sportieve geschiedenis en traditie minstens evenveel gewicht in de schaal mag leggen. En dus hadden we hem graag tegenover de Porsche Macan S diesel gezet, die 258 pk in het vooronder heeft. Dat was echter buiten de WLTP-normen gerekend, die de Duitse diesel helemaal monddood gemaakt hebben. Het enige wat overblijft is de wat manke vergelijking met de 245 pk sterke benzinevariant van de Macan. Die is echter net als zijn dieselvoorganger gevoelig krachtiger dan de Stelvio, die in zijn krachtigste dieselversie “maar” 210 pk op het asfalt zet. Toch mag de Stelvio zijn voet naast de snelle SUV uit Weissach zetten. Hij hoeft niet onder te doen als het aankomt op wegligging, prestaties en rijplezier. Zelfs in zijn uitvoering met 190 pk. De Italiaan overtroeft de Duitser trouwens wel als het op interieurruimte aankomt. De Porsche scoort op zijn beurt dan wel weer beter inzake rijcomfort. Het enige nadeel van de referentie onder de dynamische SUV’s is echter dat hij een prijskaartje van 62.194 euro meetorst, waardoor de Italiaanse schone hem met een prijs van 48.150 euro finaal toch nog behoorlijk de baard afdoet.