Middellang ziekteverzuim sinds 2016 met 9,5% gestegen

De re-integratiewet, die in 2016 in het leven werd geroepen om arbeidsongeschikte werknemers terug en vooral sneller aan het werk te krijgen na ziekte, heeft niet voor de verhoopte daling gezorgd van het middellang ziekteverzuim in België. Dat stelt HR-dienstenbedrijf Acerta vast na analyse van de reële gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers uit de private sector. In 2018 werd 2,31% van alle werkbare uren niet gewerkt door werknemers die tussen een maand en een jaar ziek zijn. De voorbije vier jaar is het middellang ziekteverzuim zelfs met 12,68% gestegen.

De belangrijkste tekortkoming van de re-integratiewet is dat de werkgever de formele re-integratieprocedure pas na vier maanden ziekte kan starten. Niettemin mag deze lacune in de wetgeving geen excuus zijn voor de werkgever. Hij moet vanaf de eerste ziektedag de nodige aandacht schenken aan zijn werknemer. Re-integratie begint immers al bij het eerste contact dat er tussen de werkgever en de afwezige werknemer is. Dat contact toont de betrokkenheid van de werkgever en kan een eerste stap zijn om te bekijken wat nodig is om de werknemer, zo snel als medisch aanvaardbaar is, opnieuw aan de slag te helpen.

In Vlaanderen valt vooral Limburg in negatieve zin op, met het hoogste percentage middellang ziekteverzuim (2,65%). Ook wat het kort ziekteverzuim betreft is Limburg de slechtste leerling van de klas. Een slechte score is er ook voor het Brussels Gewest, met een kortstondig verzuim van 2,92% en een middellang verzuim van 2,86%. In het Waalse Gewest valt Henegouwen uit de toon met 2,46% kort verzuim en 2,87% middellang verzuim. West-Vlaanderen noteert twee keer het laagste percentage, met respectievelijk 2% en 1,94%.

Volgens Acerta loopt het percentage middellang ziekteverzuim gelijk met het aantal werknemers binnen een bedrijf. Hoe groter een onderneming, hoe minder het bedrijf het ziekteverzuim onder controle heeft. In de grootste bedrijven is de impact zelfs makkelijk dubbel zo groot als in kleinere bedrijven. Dat de afstand tussen werkgever en werknemer er korter is en de sociale druk groter, heeft dus een positief effect op het middellange ziekteverzuim.

Verder is er een duidelijk verschil tussen bedienden en arbeiders. Logisch, want een bediende met een gebroken been kan nog altijd zijn pen vasthouden. Voor een arbeider wordt het moeilijker om pakweg een hamer vast te houden. Fysiek zwaarder werk zorgt voor een hoger risico op fysieke kwalen. Toch valt op dat de evolutie van ziekteverzuim bij de bedienden de foute kant uitgaat. Zo nam middellang ziekteverzuim in 2018 met bijna 20% toe, in vergelijking met 2014. Negatieve stress en burn-out zijn daar niet vreemd aan. Ook leeftijd speelt een rol. Tot 60 jaar neemt middellang ziekteverzuim met de leeftijd toe, om daarna te dalen.

De doelstelling is steeds om maximaal in te zetten op re-integratie op de arbeidsmarkt. Lukt dat niet bij de huidige werkgever, dan moet naar andere opties worden gekeken. Dat is ook de reden waarom de wetgeving binnenkort zal voorzien dat de werkgever, indien het contract bij hem een einde neemt, zijn ex-werknemer moet ondersteunen in het vinden van een nieuwe job door een outplacement aan te bieden.