Zakendoen met Nederland

Beter een goeie buur …

Zeventien miljoen potentiële klanten naast de deur die bovendien dezelfde taal spreken. Geen wonder dat Nederland voor veel Vlaamse bedrijven de eerste buitenlandse markt op de radar is, maar wie denkt dat zakendoen bij onze noorderburen een thuismatch is, komt wellicht van een kale reis terug.

Hoewel ons exportvolume naar grote buur Duitsland groter is, is Nederland de belangrijkste handelspartner van Vlaanderen als je het totaalplaatje bekijkt. De Nederlandse economie presteert sterk. Concreet tekende ze in 2018 een groei op van ruim 3%, een stuk beter dan verwacht en stevig boven het EU-gemiddelde. Dat mooie resultaat wordt gedragen door export, huishoudelijke consumptie en de bloeiende bouwsector.

Voor 2019 gaat het Centraal Planbureau uit van 1,5% groei, gevoelig lager dan vorig jaar. Er is de aanhoudende onzekerheid over de Brexit en de spanningen in de internationale handel nemen toe. Maar dé bottleneck voor de Nederlandse economie is personeel. Dit jaar zakt de werkloosheid wellicht tot 3,6%, een historisch dieptepunt. Net als in eigen land zet het personeelstekort in sommige sectoren vandaag al een rem op de groei.

De afbouw van de fel bekritiseerde gaswinning in de provincie Groningen zal aanzienlijk doorwegen in de economische resultaten. Mede onder druk van de publieke opinie dokterde de overheid een uitdoofscenario uit tot 2030. Daarnaast is er de realisatie van het klimaatakkoord: in 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen 95% lager liggen dan in 1990.

Nederland staat dus voor een dubbele-energieomslag. Industrie en huishouders zullen de switch moeten maken naar niet-fossiele energie: verwarmingssystemen omschakelen, isoleren, zonnepanelen en warmtepompen installeren, …

De bouwsector is hoedanook één van de economische sterkhouders. Sinds het einde van de wereldwijde financiële crisis steeg de bouwproductie met maar liefst 30%. Voor 2018 alleen bedroeg de groei 6,5%. Voor 2019 en 2020 wordt telkens een groei van om en bij de 5% verwacht. Woning-, utiliteits- en infrastructuurbouw dragen in gelijke mate bij.

Prijsland

Nederlanders zijn bewust met hun centen bezig, maar niet tegen elke prijs. De aandacht voor MVO en ecologie is groot, zowel in het bedrijfsleven als bij de consument. Die laatste is bezorgd om zijn ecologische voetafdruk en eist transparantie over zijn winkelkar: Waar komen mijn producten vandaan? Onder welke omstandigheden zijn ze geproduceerd? Wat met dierenwelzijn? Enzovoort. Typerend hiervoor is de sterke toename van het aantal spelers in de biologische voedingsmarkt. In een decennium is deze verdrievoudigd, vooral door de grotere bio-omzet in de gewone retail en de horeca.

Retail-reuzen

De Nederlandse retail telt een aantal grote reuzen die internationaal actief zijn. Albert Heijn, Jumbo en Lidl hebben samen ongeveer twee derden van de markt in handen. Daarnaast zijn er een rits kleinere spelers die zich verenigen via inkooporganisaties om scherpere prijzen af te dwingen. De Vlaamse kwaliteitsreputatie gaat ons voor, maar de grote supermarktketens en hun inkooporganisaties spelen natuurlijk hun dominante positie uit.

Verder blijft e-commerce boomen, ook in voeding. Albert Heijn beet de spits af met on-line verkoop van levensmiddelen en heeft vandaag nog altijd het grootste marktaandeel. Daarnaast is er het fenomeen van de on-line supermarkt. Picnic, bijvoorbeeld, heeft geen enkel fysiek winkelpunt meer. On-line verkoop van voeding zal ervoor zorgen dat ook de groothandels hun intrede in het concurrentieveld doen.

Talentschaarste

Talentschaarste is een nijpend probleem, dat zich zonder twijfel laat voelen in de bouw en de zorgverlening. De zorgsector is goed voor 15,5% van de totale werkgelegenheid. Bovendien zou de sector in 2019 voor het eerst sinds jaren een sterkere groei optekenen dan de economie in zijn geheel. Door de vergrijzing zijn er handen tekort én de kosten swingen de pan uit. Gevolg: zorginstellingen speuren naar manieren om efficiënter samen te werken of processen te automatiseren. Slimme software-toepassingen kunnen soelaas brengen.

Onze noorderburen zijn zelf voorloper in maatschappelijke innovatie, maar tegelijk zijn ze bewonderaars en gretige afnemers van Vlaamse technologie. De mogelijkheden zijn legio: e-health toepassingen die zorg op afstand faciliteren en zo de ziekenhuisopname verkorten, platformen om de samenwerking tussen zorgactoren te verbeteren,

Naast de zorg zijn er natuurlijk nog tal van andere domeinen waar onze technologiebedrijven het verschil kunnen maken. Zo ontpoppen veel steden zich tot smart cities. De zogeheten G5 nemen het voortouw: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. Het Amsterdam Smart City-programma, bijvoorbeeld, telt tachtig partners, ruim honderd projecten en een community van meer dan tweeduizend geëngageerde burgers.

Topsectorenbeleid

Nederland blijft tot slot ook verder borduren op zijn Topsectorenbeleid. Anno 2019 was de ambitie om met het Topsectorenbeleid een aantal kennisintensieve en exportgerichte sectoren te versterken. Er werden partnerships gesloten tussen de overheid, het bedrijfsleven, universiteit en onderzoekscentra.

Het Missiegedreven Innovatiebeleid, dat het licht zag in 2018, knoopt hier een aantal maatschappelijke thema’s aan vast: water & voedsel, gezondheid & zorg, energietransitie & duurzaamheid en veiligheid. Via technologische innovatie wil de overheid doorbraken forceren in elk van deze domeinen. Ambitie is om start-ups en scale-ups nog meer mee te trekken in die innovatiebeweging.

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Flanders Investment & Trade)
Meer info: www.flanderstrade.be.

Eén taal, twee (zaken)culturen

Hoewel we onze taal delen, zijn de zakelijke omgangsvormen in Vlaanderen en Nederland totaal anders. De Nederlandse zakencultuur is informeel, direct en to the point.

 

  1. Informeel

 

De Nederlandse management-stijl is gebaseerd op gelijkheid en overleg. Van operator tot ceo, iedereen is aanspreekbaar en wordt om zijn mening gevraagd. Beslissingen worden in onderling overleg aan de vergadertafel genomen. Door de afwezigheid van hiërarchie zal men de beslissingsnemer dus relatief makkelijk kunnen strikken voor een prospectiegesprek. Verwacht evenwel geen groen licht op het einde van de meeting, want hij of zij zal eerst consensus willen binnen zijn team.

 

  1. Direct

 

Efficiëntie is het codewoord in het Nederlandse bedrijfsleven. Je zal merken dat je Nederlandse zakenpartner zijn huiswerk heeft gemaakt. Omdat hij zich heeft ingelezen, zal hij als snel polsen naar je strategie en je precieze meerwaarde. Op zijn beurt apprecieert hij wanneer ook jij goed voorbereid aan de vergadertafel komt. Je Nederlandse gesprekspartner zal geen blad voor de mond nemen en zijn ongezouten mening geven. Laat je hierdoor niet van je stuk brengen, het is zeker geen kritiek op jou als persoon.

 

  1. To the point

 

In eigen land bouw je eerst een vertrouwensband op met je zakenpartner, daarna doe je business. Met andere woorden, of het klikt met de andere partij is minstens even belangrijk als wat hij te bieden heeft. Je Nederlandse zakenpartner redeneert net omgekeerd: laat ons eerst de deal sluiten op basis van inhoud en budget, daarna hebben we nog massa’s tijd om elkaar beter te leren kennen.