Opinie 15/12/2017

Eerder al werd aangetoond dat de tax shift een heilzaam effect heeft op de tewerkstellingscreatie. Dat wordt thans opnieuw bevestigd door de achtste Europese salarisstudie van Deloitte waaruit blijkt dat België in twee jaar tijd van de tweede naar de vijfde plaats schuift in de ranglijst van de duurste landen voor de werkgever. Niettemin blijft België bij de duurdere landen door de onbegrensde werkgeversbijdragen.

Ons land wordt hoedanook competitiever ten opzichte van de andere Europese landen. De sociale zekerheidsbijdragen daalden dit jaar naar gemiddeld 30,46%. Ze zullen tegen 2019 geleidelijk verder dalen tot een basistarief van 25%.

De substantiële daling in de voorbije jaren van het inkomen waarop het marginaal tarief wordt toegepast, impliceert dat hogere beroepsinkomens zwaarder worden belast dan vijf jaar terug. Door de hogere belasting op passief inkomen (intresten en dividenden) schuift België op van een laag belast naar een hoog belast land voor dergelijke inkomens. Vanaf 2018 zal de tweede fase van de tax shift een positieve invloed hebben op de lagere netto-lonen. Dit alles lijkt aan te tonen dat deze regering, in tegenstelling tot wat de oppositie uitschreeuwt, wel een sociaal beleid voert.

Met recht en reden kan evenwel worden getwijfeld aan de budgetneutraliteit van de tax shift. Het scenario van geven met de ene hand en nemen met de andere, doemt dus opnieuw op. Tenzij we de overheidsuitgaven onder controle krijgen en ons verzoenen met een verlaging van onze levensstandaard.
Luc Willemijns