Nieuw inzamelingsnetwerk voor AEEA-afval voor professionele markt

Katrien Verfaillie (Recupel)

Recupel V.Z.W. (Brussel), dat dit jaar zijn tienjarig bestaan viert, breidt zijn actieterrein uit naar het bedrijfsmatig segment. In de eerste tien jaar van zijn bestaan richtte de organisatie zich op de inzameling van huishoudelijke Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten (AEEA). Dat men de pijlen thans op het bedrijfsmatige segment richt, heeft veel te maken met de vaststelling dat nog veel ondernemingen dergelijke end-of-life apparatuur vaak als schroot aanbieden, niet als gevaarlijk afval. Ingeval dat door een niet erkend ophaler gebeurt, riskeren ze een boete wegens overtreding van de afvalstoffenreglementering. Recupel hoopt die situatie ten goede te keren. Om ondernemers tot samenwerking aan te zetten, schrapte Recupel zopas het gros van de bijhorende administratieve verplichtingen aan ontdoenerszijde, aldus communication manager Katrien Verfaillie in een gesprek met de redactie.

Recupel werd in 2001 opgericht door de invoerders en fabrikanten van elektrische en elektronische toestellen voor de huishoudelijke markt.

Om ook alle spelers aan bod te laten komen, werden verschillende beroepsfederaties van meetaf bij het initiatief betrokken.

Het ging om Agoria, FEE (Federatie van de Elektriciteit en de Elektronica, Fedagrim (Federatie van de uitrusting voor de Landbouw, de Tuinbouw, de Veelteelt en de Tuin), Imcobel (Belgische Beroepsgroepering van invoerders en Fabrieksagenten van Gereedschap), Unamec (Beroepsvereniging van fabrikanten, invoerders en verdelers van medische hulpmiddelen) en Udias (Unie van leveranciers voor de laboratoriumsector).

“Ook vandaag de dag is Recupel nog heel sterk industry-driven,” weet Verfaillie.

In wezen anticipeerde de industrie met de oprichting van Recupel op de komst van Europese regelgeving omtrent de terugname van afgedankte toestellen, dit in het licht van de bescherming van het leefmilieu.

De feitelijke terugnameverplichting werd pas in 2005 ingevoerd. Op dat ogenblik hadden de gewesten in België al bepaalde normen opgelegd.

Van huishoudelijke …

“Recupel spitste zich tijdens de eerste tien jaar van zijn bestaan in hoofdzaak toe op de inzameling van huishoudelijke toestellen (audio, video, TV, ICT, huishoud- en keukentoestellen, …) die door de consument werden afgedankt,” schetst onze gesprekspartner.

Tussen 2001 en 2006 ging de aandacht uit naar de uitbouw van een netwerk voor inzameling en verwerking.

Vandaag de dag tekenen een 520-tal containerparken, in beheer van de intercommunales en gemeenten, voor zowat 65% van het ingezamelde volume van de huishoudtoestellen aan het einde van hun levenscyclus.

Recupel werkt ook nauw samen met de kringloopsector. Daarnaast is een netwerk detailhandelaars actief met om en bij de 3.500 inzamelpunten.

Retailers hebben immers dezelfde aanvaardingsplicht als de invoerders en fabrikanten. Een consument die bij hen een nieuw toestel aankoopt kan, op basis van een één-op-één relatie, er zijn oude toestel inleveren.

Bij de aankoop van een nieuw toestel betaalt hij een Recupel-bijdrage. Die schommelt momenteel tussen de 0,05 en 10 euro.

Met die middelen financiert Recupel het volledige circuit. Dat omvat niet alleen de inzamelings- en verwerkingskosten, de uitbating van het netwerk maar eveneens de vergoeding van de intercommunales en de ophaalpunten.

“Vorig jaar zamelde Recupel voor het eerst meer dan 100.000 ton afgedankte toestellen in,” verduidelijkt Katrien Verfaillie.

… naar bedrijfsmatige markt

Moeilijker is de inzameling van toestellen en apparaten die zich in de professionele markt situeren, zoals drankautomaten, koel- en verwarmingstoestellen of copiers en multifunctionals.

“Het is een totaal andere markt met een eigen dynamiek. De in te zamelen afgedankte producten zijn kleiner in aantal, verschillen sterk in volume en gewicht, hebben een andere levensduur en een ander retourcircuit,” stelt onze gesprekspartner.

In 2009 bleek een pilootproject geen onverhoopt succes.

“De dienstverlening bleek niet laagdrempelig genoeg. De bijhorende administratieve verplichtingen bleken voor veel bedrijfsleiders een obstakel. Zo moesten ze zich registreren, over elke ophaling rapporteren en een onderscheid maken tussen huishoudelijk en professioneel afval. Dat op een ogenblik dat hen vrij stond om rechtstreeks met een vergund ophaler en verwerker samen te werken. Waarom de moeilijke weg kiezen als het ook makkelijk kan?,” weet Katrien Verfaillie.

In samenspraak met de overheid besloot Recupel voornoemde administratieve verplichtingen af te schaffen. De afvalstromen worden thans bij de verwerkers gemeten waar het afgedankte materiaal terecht komt.

Gevaarlijk afval

In deze tweede fase van zijn bestaan vat Recupel de uitbouw van een inzamelnetwerk voor AEEA-afval voor het bedrijfsmatig segment aan.

“Zowel de overheid als Recupel schuwen de term afval, steeds vaker spreken we over materialenbeheer,” benadrukt onze gesprekspartner.

Precies in dat onderscheid schuilt de reden tot de opstart van het Recupel-Charter.

Katrien Verfaillie: “Bedrijven laten in de prakijk hun afval vaak gezamenlijk afvoeren. Afgedankte apparatuur moet evenwel als apparatuur worden beschouwd, niet als schroot, wat nu niet zelden het geval is. Afgedankte elektrische en elektronische producten blijven gevaarlijk afval, dat selectief dient ingezameld zodat aan depollutie (het verwijderen van gevaarlijke stoffen als olie, PCB-condensatoren, asbesthoudend materiaal, batterijen, …) kan worden gedaan. Bedoeling van het nieuwe Recupel-initiatief is bedrijven aan te zetten tot het corrigeren van hun ophaling van afgedankte elekr(on)ische apparaten ”.

Bedrijven kunnen met hun afdankers echter niet terecht op de containerparken, enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Zodat de uitbouw van een afzonderlijk inzamelcircuit zich opdringt.

Uitbouw Charter-netwerk

Met de steun van de federatie van schroothandelaren (Coberec) en afvalverwerkers (FEBEM) zet Recupel momenteel een specifiek netwerk op voor het geviseerde bedrijfsmatige afval.

Een gezamenlijk uitgewerkt charter waarborgt de ontdoeners dat hun afgedankte producten op een correcte manier worden ingezameld en verwerkt.

Momenteel telt Recupelpro al een veertigtal partners. In Vlaanderen alleen zijn een 240-tal vergunde operatoren (lees: afvalophalers en -verwerkers, nvdr.).

Via de website Recupelpro.be neemt Recupel de positie van bemiddelaar in tussen ontdoeners en ophalers/verwerkers.

De “all-in” Recupel-bijdrage voor het huishoudelijke segment is in de bedrijfsmatige markt niet van kracht. Daar wordt een administratieve kost in rekening gebracht, waarbij Recupel de markt tussen vraag en aanbod laat spelen. Door de markt te laten spelen, neutraliseert de organisatie ook de impact van de materialenprijzen.

“Hoge materiaalprijzen blijven niet zonder impact op de ingezamelde volumes,” erkent onze gesprekspartner.

Enige voorwaarde die Recupel oplegt, is dat met erkende partijen wordt samengewerkt. Dat moet de instantie op termijn de mogelijkheid bieden, naast de huishoudelijke afvalstromen, ook de professionele fluxen in kaart te brengen.

Dat blijkt vooralsnog een heel moeilijke oefening.

“Momenteel stagneert het ophaalde volume afgedankte elektrische en elektronische apparaten in het bedrijfsmatig segment rond de 3.000 tot 4.000 ton op jaarbasis,” weet Katrien Verfaillie.

Recupel speelt uiteraard in op het duurzaamheidsbeleid van menig onderneming. Maar tevens blijkt het initiatief opnieuw van proactieve aard.

“De overheid maakt zich op om in de toekomst strengere controles op het afvalstoffenregister uit te oefenen,” waarschuwt de communicatie-manager.

Recupel biedt via zijn partners een laagdrempelige oplossing aan die aan de ontdoener een 100%-garantie biedt voor een correcte inzameling en verwerking, klinkt het.

Ook de Europese regelgeving is aan herziening toe. Die legt voor huishoudelijke AEEA-afval een jaarlijks inzamelvolume van 4 kilogram per inwoner op.

Recupel zamelt momenteel nagenoeg 10 kilogram per inwoner in. De Scandinavische landen doen het nog beter. De Europese Unie heeft de bedoeling om in de nabije toekomst het verplichte inzamelvolume te koppelen aan het volume apparaten dat in de markt wordt gezet.

In concreto maakt men, voor zowel de huishoudelijke als bedrijfsmatige markt, gewag van een retourvolume van 65%.

Met het nieuwe Charter-initiatief geeft Recupel alvast een eerste aanzet in de moeilijke oefening om afvalstromen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten in kaart te brengen.

Meer sectornieuws

Agenda