Vlaanderen keurt nieuwe energiebeleidsovereenkomsten met industrie goed

De Vlaamse overheid heeft de nieuwe energiebeleidsovereenkomsten met de industrie goedgekeurd. Dat houdt in dat de bedrijven zich engageren om te investeren in energie-efficiëntie, in ruil voor een aantal tegemoetkomingen van de overheid. De energiebeleidsovereenkomsten zijn een belangrijke bijdrage vanwege de industrie aan het Vlaamse klimaatbeleid.

Energiebeleidsovereenkomsten zijn overeenkomsten tussen de Vlaamse overheid enerzijds en bedrijfssectoren anderzijds. Een eerste reeks energiebeleidsovereenkomsten met heel energie-intensieve bedrijven werd afgesloten in 2002 (Benchmarking-convenant), een tweede met iets minder energie-intensieve bedrijven in 2003 (Audit-convenant). In beide convenanten engageerden de deelnemende bedrijven zich om bepaalde doelstellingen op het vlak van energie-efficiëntie te realiseren. In ruil kunnen ze een beroep doen op fiscale en andere tegemoetkomingen vanwege de overheid, zoals verlaagde accijnzen en verminderde bijdragen voor elektriciteit en aardgas.

Beide convenanten lopen stilaan af en moeten worden verlengd. Het voorbije half jaar voerde Vlaanderen onderhandelingen met vertegenwoordigers van de verschillende energie-intensieve sectoren. Dat resulteerde in een akkoord dat door de Vlaamse regering principieel is goedgekeurd.

De nieuwe energiebeleidsovereenkomsten hebben verschillende krachtlijnen. Zo wordt de ambitie op vlak van energiebesparing opgetrokken. Bedrijven moeten hun processen laten doorlichten en een energieplan opstellen om maatregelen met een bepaalde terugverdientijd uit te voeren. Voor bedrijven die onderworpen zijn aan het Europese systeem van verhandelbare emissierechten (VER) moeten alle mogelijke maatregelen met een IRR (internal rate of return) groter dan 14% worden uitgevoerd, andere bedrijven moeten alle investeringen met een IRR van meer dan 12,5% uitvoeren. Voor maatregelen waarvan uit de doorlichting blijkt dat ze een IRR hebben van meer dan 10%, maar minder dan 12,5 respectievelijk 14%, wordt er jaar na jaar bekeken of de investering inmiddels een hogere IRR heeft. Op die manier zullen er meer investeringen in energiebesparing plaats vinden.

Bedrijven moeten een studie WKK/warmtekrachtrecuperatie uitvoeren. Een en ander loopt vooruit op een verplichting vanuit de nieuwe Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EED).

Er wordt meer flexibiliteit voor de bedrijven ingebouwd: ze mogen alternatieve maatregelen voorstellen als die dezelfde energiebesparing met zich brengt.

De “pardonnabiliteit”, al toegepast bij de economische crisis van 2008, wordt geofficialiseerd. In geval van uitzonderlijke economische omstandigheden, kunnen bepaalde verplichtingen worden uitgesteld.

Het is, ten slotte, niet langer verplicht met externe energiedeskundigen te werken. Het Verificatiebureau kan dit wel opleggen als dit nodig blijkt uit een afgekeurd energieplan.

De nieuwe energiebeleidsovereenkomsten moeten nog worden voorgelegd aan de Mina-raad, de SERV, het Vlaams Parlement en de Europese Commissie. Ze zullen normaal in de loop van volgend jaar van start gaan. Vanaf dan kunnen de individuele bedrijven toetreden.

Meer sectornieuws

Agenda