Geconditioneerd spoorvervoer over lange afstand niet langer utopie

In oktober 2012 startte het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) V.Z.W. samen met tien partijen het project “Transpharma Express” op. Doel van het project: het transport van temperatuurgecontroleerde producten over lange afstand per spoor realiseren. De onderzoeksfase is achter de rug en bewijst wat lang genegeerd werd: het is technisch haalbaar om geconditioneerd transport via spoor over lange afstand te verzorgen. Het VIL gaat nu de bevindingen in de praktijk uittesten en containers met geconditioneerde goederen per spoor over het Euraziatisch continent vervoeren.

Vandaag wordt geconditioneerd transport (bijvoorbeeld farma of chemische producten) niet per spoor vanuit Vlaanderen naar Moskou, China of andere bestemmingen op het Euraziatisch continent vervoerd omdat de temperatuur niet met zekerheid kan worden gewaarborgd. Uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om de temperatuur van deze goederen te garanderen en ook op te volgen, is complex. Voor veel partijen zou spoor nochtans een duurzaam alternatief kunnen zijn voor de dure luchtvracht of de tragere maritieme route. Reden voor het VIL om de uitdaging op te nemen.

In de onderzoeksfase onderzocht het VIL uitgebreid wat de technische mogelijkheden zijn. Verschillende stakeholders werden geconsulteerd (producenten van koelelementen, intermodale operatoren, douane-attachés, …), de risico’s werden in kaart gebracht en samen met de deelnemende partijen gecategoriseerd en geobjectiveerd.

De algemene conclusie luidt dat er technisch en operationeel alvast realistische mogelijkheden zijn voor het garanderen van de temperatuur en het opvolgen van temperatuur, locatie en veiligheidsstatus van producten in containers.

De komende maanden zal het VIL een aantal praktijktesten uitvoeren om concreet aan te tonen wat mogelijk is. Tegelijk gaat het instituut na welk model nodig is voor een rendabele exploitatie. Dat zal worden onderbouwd door een gedetailleerd procesontwerp dat met alle parameters rekening houdt, o.a. de rol van de verschillende betrokken partijen zoals overheden van de te transiteren landen, spoorwegoperatoren, maar ook met operationele elementen, zoals bijvoorbeeld beschikbaarheid van rollend materieel, spoorbreedte, mogelijkheden om te tanken en dies meer.

Tot slot volgt een grondige business case die rekening houdt met verschillende scenario’s (bijvoorbeeld de bezettingsgraad of het economisch evenwicht tussen Oost en West).

Deelnemers aan het project zijn BASF, FVP House, Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, MSD, POM Antwerpen, POM West-Vlaanderen, Pfizer, Solutia, UCB Pharma en UTi Belgium)