VIM en Flanders Synergy starten “ICOMflex”-project

250 KMO’s aansporen tot tijds- en plaatsonafhankelijk werken

De innovatieplatformen Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM, Hasselt) en Flanders Synergy (Heverlee) houden het “ICOMflex”-project boven de doopvont. “ICOMflex” staat voor “Innovatieve Concepten voor Organisatie en Mobiliteit: flexwerk-plekken en het organiseren van het nieuwe werken”. Bedoeling is bedrijven, inzonderheid KMO’s, aan te sporen tot tijds- en plaatsonafhankelijk werken, telewerken zeg maar. Ambitie is tijdens de duur van het project 250 KMO’s te verleiden om in het nieuwe model in te stappen. Voor de betrokken partijen veronderstelt een en ander een aanpassing van hun arbeidsorganisatie.

“Van bedrijven die een systeem van tijds- en plaatsonafhankelijk werken invoeren, is sowieso sociale innovatie vereist. Bedrijven die sociale innovatie niet schuwen, puren uit die insteek economisch rendement. Willen we vermijden dat we in de toekomst nog langer in de file staan als gevolg van de mobiliteitsproblematiek, zullen we hoedanook aan onze arbeidsorganisatie moeten sleutelen,” aldus voogdijminister Ingrid Lieten bij de kick-off van het “ICOMflex”-project.

Telewerken: nog onvoldoende benut

Met een penetratiegraad van 16,2% scoort België op gebied van telewerken beter dan het Europees gemiddelde. Nederland haalt evenwel 27,5%.

“Het kan dus nog veel beter,” weet Mieke Van Gramberen, algemeen directeur Flanders Synergy. “Temeer omdat één medewerker op twee te kennen geeft, dat hij of zij graag minstens één dag op de week thuis zou werken,” luidt het.

Het Nieuwe Werken is geen overwaaiende hype, zo staat vast. Voornaamste argumenten om het concept in te voeren zijn het hoger engagement en dito betrokkenheid van de medewerkers (52%), het makkelijker aantrekken en behouden van talent (47%) en de verhoogde productiviteit (36%).

De hedendaagse ICT-technologie werkt het model van nieuwe arbeidsorganisatie in de hand. Maar ook de mobiliteits- en bijhorende milieuproblematiek zijn koren op de molen van telewerken, net zozeer als de mogelijke kostenbesparingen.

“Telewerken kan de huisvestingskosten tot 30% drukken,” zo nog Van Gramberen.

Evenmin mag aan de vaststelling voorbij gegaan dat tijds- en plaatsonafhankelijk werken inhaakt op duurzaam personeelsbeleid (combinatie werk/gezin, preventie van werkstress, aantrekkelijkheid werkgever, …).

Nederlands onderzoek uit 2012 toont evenwel aan dat de verwachtingen inzake het Nieuwe Werken en de behaalde resultaten nog niet echt sporen.

“Toch mag dat geen aanleiding zijn om het niet te doen,” waarschuwt de algemeen directeur. “Om tot een goed resultaat te komen, dient de juiste verhouding gevonden tussen werken op kantoor en telewerken, is een integrale benadering vereist die rekening houdt met communicatievereisten, de bedrijfsprocessen, de afbakening van het werkterrein en de aansturing door de leidinggevenden, en dient de bedrijfscultuur op de nieuwe arbeidsorganisatie afgestemd,” wordt daaraan toegevoegd.

Bevorderlijk voor mobiliteit

Nicole Van Doninck, manager O&O bij het Vlaams Instituut voor Mobiliteit, aarzelt niet te wijzigen op de gunstige impact van tijds- en plaatsonafhankelijk werken op de mobiliteit.

“In Vlaanderen worden 57 miljard voertuigkilometers per jaar verreden. De fileproblematiek veroorzaakt momenteel 30 miljoen verliesuren op jaarbasis. Zeventig procent van het woon/werk-verkeer gebeurt met de wagen. Mochten we erin slagen dat volume met een kwart te herleiden, is de oplossing van de hedendaagse fileproblematiek in zicht,” heet het.

Maar daarvoor is een grondige mentaliteitswijziging vereist. Hamvraag is of de gemaakte verplaatsingen wel echt nodig zijn. Waarbij het tijds- en plaatsonafhankelijk werken zich op de voorgrond wurmt.

“ICOMflex”

Het “ICOMflex”-project focust op de impact van het tijds- en plaatsonafhankelijk werken op het verplaatsingsgedrag. Om zoveel mogelijk bedrijven te doen overstappen naar tijds- en plaatsonafhankelijk werken, zetten de initiatiefnemers een aantal eendaagse sessies op het getouw die voor geïnteresseerde KMO’s de pro’s en contra’s zullen belichten.

Bedrijven die het model effectief willen implementeren stappen in een verandertraject, dat zowel collectief als individueel wordt doorlopen. Bedrijven die tot implementatie overgaan betalen voor het hele traject 3.000 tot 4.750 euro (collectieve leermomenten, gekoppeld aan individuele begeleiding). Deelname aan de workshops kost 200 tot 300 euro per dag.

Bedoeling is het 2,5 jaar durende “ICOMflex”-project in samenwerking met Antwerp Management School af te ronden met voor de vraagzijde een Readiness-cockpit (een tool om de implementatie van tijds- en plaatsonafhankelijk werken te faciliteren), een Draaiboek (dat in de stapsgewijze integratie van het model voorziet) en een White Paper, die de wetenschappelijke bevindingen tijdens de projectduur zal belichten.

Wat de aanbodzijde betreft wordt een business-model ontwikkeld voor flexwerkcentra en een scenariostudie over de inplanting van deze centra in functie van de mobiliteit.