Registratiekassa: het laatste nieuws?

WinBooks en ComptAccount houden U op de hoogte

Het Koninklijke Besluit van 16 juni 2016, gepubliceerde in het Staatsblad van 24 juni 2016 en in werking op 1 juli 2016, regelt de modaliteiten voor afgifte van een kasticket door een uitbater van een horecazaak waar maaltijden worden geconsumeerd en door de traiteur die restauratiediensten levert. Het Besluit volgt op de verwerping door de Raad van State van de 10 %-regel en de vervanging ervan door de drempel van 25.000 euro. Het verslag aan de koning introduceert aanvullende commentaren in de tekst van het nieuwe artikel 21bis kb 21 BTW.

Algemeen principe

Er moet een kasticket worden uitgereikt door middel van een geregistreerd kassasysteem voor alle handelingen verricht door de exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt en de traiteur die catering-diensten verzorgt in de uitoefening van een economische activiteit en die verband houden met het verstrekken van maaltijden en dranken, al dan niet verschaft bij de maaltijd, met inbegrip van alle verkopen van spijzen en dranken in voormelde inrichting, wanneer de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de restaurant- en catering-diensten, met uitsluiting van de diensten die bestaan in het verschaffen van dranken, meer bedraagt dan 25.000 euro.

Indien bijvoorbeeld een bakker tevens een verbruikssalon uitbaat, zal derhalve een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem moeten worden uitgereikt, zowel voor de verkopen in het verbruikssalon als voor de verkopen in de bakkerij voor zover zijn omzet met betrekking tot het verbruikssalon meer bedraagt dan 25.000 euro, exclusief BTW.

Hetzelfde principe geldt voor een slager die tevens catering-activiteiten verricht. Hij zal derhalve een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem moeten uitreiken, zowel voor de verkopen in de slagerij als voor zijn catering-activiteiten, voor zover zijn omzet met betrekking tot de catering meer bedraagt dan 25.000 euro, exclusief BTW.

Een tankstation langs de autosnelweg, daarentegen waar tevens een restaurant en een kleine winkel worden uitgebaat die niet één enkele inrichting uitmaken, moet daarentegen slechts een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem uitreiken voor de diensten verricht door het restaurant.

Gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel

Wanneer de exploitant beschikt over meerdere inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt, worden de voorwaarden met betrekking tot de omzet per inrichting beoordeeld.

Wanneer de omzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot restaurant- en catering-diensten, met uitsluiting van het verschaffen van dranken, niet meer bedraagt dan 25.000 euro, is de exploitant of traiteur gehouden tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs voor het verschaffen van maaltijden en dranken die bij die maaltijden worden verbruikt, op grond van artikel 22, § 1, eerste lid, 2°, van het Koninklijk Besluit nr. 1.

Dit nieuwe criterium, gebaseerd op een drempel van 25.000 euro, respecteert het gelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel.

Wat het gelijkheidsbeginsel betreft, zullen twee belastingplichtige exploitanten van inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt, of traiteurs die catering-diensten verrichten, met dezelfde omzetcijfers inzake restaurant- en catering-diensten, steeds op dezelfde manier worden behandeld ten aanzien van de verplichting om al dan niet een geregistreerd kassasysteem te gebruiken voor het uitreiken van een kassaticket.

Twee belastingplichtige exploitanten van inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt, of traiteurs die catering-diensten verrichten, met een omzetcijfer inzake restaurant- en catering-diensten, dat lager dan wel hoger is dan de drempel van 25.000 euro worden eveneens op dezelfde manier behandeld voor BTW-doeleinden.

Wat het evenredigheidsbeginsel betreft, wordt de verschillende behandeling van belastingplichtige exploitanten van inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt, of traiteurs die catering-diensten verrichten, met een omzetcijfer inzake restaurant- en catering-diensten dat minder bedraagt dan 25.000 euro, verantwoord door het feit dat ze moeten aangemerkt worden als zeer kleine horeca-inrichtingen, waarvoor het niet opportuun zou zijn om de administratieve en financiële lasten verbonden aan de installatie van een geregistreerd kassasysteem op te leggen.

De drempel van 25.000 euro is trouwens vastgesteld onder verwijzing naar dezelfde begrenzing die wordt toegepast in de vrijstellingsregeling voor de kleine ondernemingen. Het is immers niet opportuun om aanzienlijke verplichtingen op te leggen die moeilijk na te leven zijn voor bepaalde kleine ondernemingen. Eenzelfde redenering is ook hier van toepassing.

Belangrijke opmerkingen

Voor alle belastingplichtigen die op 1 juli 2016 een activiteit inzake restaurant- en catering-diensten uitoefenen, de referentieperiode die in aanmerking moet worden genomen om te berekenen of het bedrag van de omzet van 25.000 euro, exclusief BTW, wordt overschreden, is de basisreferentieperiode het kalenderjaar 2015.

Wanneer de geregistreerde belastingplichtige nog niet over een geregistreerd kassasysteem beschikt of ingeval van storing van de werking van dit systeem, om welke reden ook, de exploitant of de traiteur ertoe gehouden zijn een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken bedoeld in artikel 22 van het Koninklijk Besluit nr. 1

Vrijstelling van verplichting

In bepaalde gevallen is de belastingplichtige niet gehouden aan de klant een kasticket uit te reiken, zodat hij dus niet over een geregistreerd kassasysteem moet beschikken.

100% beroep op een onderaannemer
Het kasticket moet niet worden uitgereikt door de belastingplichtigen die in de fase van het eindverbruik restaurant- en catering-diensten verstrekken en hiervoor integraal een beroep doen op een onderaannemer (bijv. een cateraar) waarbij laatstgenoemde gehouden is tot het uitreiken van een kasticket door een geregistreerd kassasysteem (punt 1° ). Bovendien mag de belastingplichtige op geen enkele manier tussenkomen bij de voorbereiding van de maaltijden, noch bij de aankoop van het niet bereide voedsel.

Deze bepaling is ook van toepassing wanneer de belastingplichtige die restaurant- of catering-diensten aan de eindconsument verstrekt, zijn eigen infrastructuur ter beschikking stelt (de consumptieruimte, tafels, stoelen, borden, bestekken, glazen, enz.) en zelf met eigen personeel of vrijwilligers voor de bediening aan tafel zorgt. Hij mag bovendien instaan voor het verschaffen van dranken bij de maaltijd of zijn keuken ter beschikking stellen van de kok of cateraar die de maaltijden in zijn infrastructuur bereidt, van waaruit ze opgediend worden om te worden verbruikt. Hij mag ook instaan voor het afruimen en voor de afwas.

Gemeubeld logies
De belastingplichtigen die gemeubeld logies verschaffen als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het BTW-wetboek zijn niet gehouden tot het uitreiken van een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem ten aanzien van het verschaffen van spijzen en dranken voor zover deze worden aangerekend en opgenomen in de globale hotelrekening aan de gasten die er verblijven (punt 2° ).
Indien echter de voormelde belastingplichtigen eveneens maaltijden verstrekken of catering-diensten verstrekken aan personen die niet in het hotel verblijven, dient ten aanzien van bedoelde diensten aan laatstgenoemden een kasticket te worden uitgereikt door middel van een geregistreerd kassasysteem.

Bedrijfsrestaurant
Er is ook een uitzondering voor de belastingplichtigen die een bedrijfsrestaurant uitbaten wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld :
a) de onderneming oefent een andere activiteit uit dan een activiteit met betrekking tot restaurant- en catering-diensten;
b) het bedrijfsrestaurant is slechts toegankelijk voor personeelsleden van de onderneming en voor het personeel van een verbonden onderneming;
c) het bedrijfsrestaurant is slechts toegankelijk tijdens de werkuren van de onderneming.

Maar ook
De ontheffing van de verplichting tot uitreiking van het kasticket beoogt onder meer :
- de begrafenisondernemers die over een eigen verbruiksruimte beschikken waar maaltijden worden voorzien en die hiervoor een beroep doen op een onderaannemer van wie zij met betrekking tot deze handelingen kastickets ontvangen;
- de parochiale V.Z.W.'s die maaltijden organiseren en daarbij een beroep doen op een onderaannemer van wie zij met betrekking tot deze handelingen kastickets ontvangen;
- de voetbalclubs die hun maaltijden in het VIP-restaurant organiseren op basis van onderaanneming en met betrekking tot deze handelingen kastickets ontvangen;
- de organisatoren van seminaries die restaurant- en catering-diensten verstrekken aan de deelnemers en hiervoor een beroep doen op een onderaannemer van wie zij met betrekking tot deze handelingen kastickets ontvangen.

Einde van de verplichting

De verplichting tot uitreiking van het kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem eindigt op het tijdstip waarop de belastingplichtige zijn activiteit die bestaat uit het verrichten van de betreffende restaurant- en catering-diensten, definitief stopzet.


Meer nieuws: www.winbooks.be en www.comptaccount.be

Auteur: Comptaccount, Groep Larcier, partner van WinBooks, Juli 2016