China: van goedkope massaproductie naar high-tech innovatie (1)

Toenemende interesse voor technologie-transfers

De Volksrepubliek China evolueert in een uiterst strak tempo. En dat voor het oog van de wereld. Ondernemers uit alle hoeken van de aardbol vechten koortsachtig om een plek op de veelbelovende markt, de op één na grootste wereldmacht. Daar is het landschap serieus veranderd de voorbije decennia, zeker in de laatste jaren. Terwijl voordien iedereen op de trein van de goedkope arbeidskrachten moest springen, scoren nu de ontwikkelaars van die - inmiddels - hoge snelheidstrein. Wie zich niet tijdig aanpast en het vereiste kwaliteitsniveau haalt, is eraan voor de moeite.

Om de eerste stappen op de Chinese markt te zetten, is een scherpe focus op een bepaalde regio en een grondig marktonderzoek vereist. De provincies in China hebben hun eigen cultuur, taal en ontwikkelingsniveau. Ze houden er bovendien andere reglementeringen op na, of andere interpretaties ervan. Elke provincie dient beschouwd als een ander land. Om in dat labyrint zijn weg te vinden, schakelt men best een ervaren business-partner in. Wees er ook van bewust dat je met hem of haar slechts een specifieke regio bestrijkt.

De metropolen aan de oostkust vormen de ideale uitvalsbasis voor een eerste kennismaking. Shanghai en Peking hebben een lange traditie van zakendoen met buitenlanders. In Shanghai, de meest westerse stad van China, zijn trouwens het grootste aantal Belgische bedrijven gevestigd.

Economische motor sputtert

Na vele jaren euforische groei met dubbele cijfers, sputtert de economische motor in China sinds 2012. In 2014 daalden de BBP-cijfers naar 7,3%. Een jaar later was dat cijfer tot 6,9% gezakt, de slechtste prestatie in een kwarteeuw. Ook 2016 volgt wellicht nog die dalende trend met een prognose van 6,5%.

Behalve de VS presteert momenteel evenwel geen enkel land beter dan China. Van de BRIC-economieën, is de Chinese de snelst groeiende. De status van beloftevolle groeimarkt blijft terecht verdiend. Een groei van 6,5 à 7% is nog steeds enorm.

De groeivertraging wordt bovendien deels door de Chinese overheid gestuurd. Dat is het zogeheten “nieuwe normaal” of “the new normal”, waarmee ze de economie opnieuw in balans wil brengen. Voordien lag het zwaartepunt bij buitenlandse investeringen en export, maar dat maakte de Chinese economie erg afhankelijk van zijn handel met de VS of Europa. Daarom wil de regering nu een economie stimuleren die op de lokale markt is gericht, dus op consumptie.

China wil niet langer koste wat kost ongebreideld groeien. Het land kiest resoluut voor een meer kwalitatieve en duurzame lange termijngroei. De lagere, weliswaar nog altijd mooie groeicijfers van de voorbije jaren zijn vooral te danken aan infrastructuurprojecten van de overheid en nieuwe vastgoedprojecten. Maar zowel de Chinese import als export volgen een dalende lijn. Dat andere, meer kwalitatieve en duurzame, klemtonen nodig waren, stond buiten kijf. De laatste tijd zijn er veel knipperlichten die aantonen dat het met de Chinese economie minder goed gaat.

Duurzame ambitie

China is een planeconomie, centraal aangestuurd door een eenpartijstaat die de knopen doorhakt. Die bepaalt de economische prioriteiten en schoof bepaalde sectoren naar voren, zoals hernieuwbare energie en energie in het algemeen, biotech & medische apparatuur en lucht- & ruimtevaart. Duurzame sectoren die hoger scoren op de waardeschaal. Dat gaat ten koste van de zware industrie en de steenkoolindustrie. Dat het niet enkel bij woorden blijft, bewijst de 231 miljard euro die de Chinese regering in 2015 in technologische start-ups investeerde.

Van “Made in China” naar “Designed in China”

De interesse in technologie-transfers zit in de lift in China, voor productie slinken de kansen. Nichebedrijven hebben er veel potentieel. Dat merkt men aan het soort buitenlandse ondernemingen dat er aanwezig is. Vroeger waren er goed betaalde expats die met hun gezin comfortabel door het buitenlandse moederbedrijf werden geïnstalleerd. Nu ziet men meer jonge ondernemers, heel dynamisch, vaak met een lokaal contract en een hoog salaris, in heel innovatieve sectoren. Sociale media en e-commerce zijn bijvoorbeeld aan een stevige opmars bezig.

Vroeger stond de Parelrivier-delta - gelegen in de Guangdong-provincie - bekend als de “fabriek van de wereld”, goed voor een derde van de Chinese export. Nu is het de thuishaven van de Silicon Dragon, een hoogtechnologische en innovatieve hub. Dat schept gigantisch veel potentieel. “Made in China” evolueert naar “Designed in China”. Die transformatie naar innovatieve industrie is niet altijd evident. Het vergt een eigen branding en een andere organisatiestructuur. Zowel intern als extern moet een volledige ommezwaai worden gemaakt. Van reactief naar proactief, van louter productie naar sales en marketing.

Maar de Chinezen slagen erin, de voorbije jaren zien we de Chinese merken hun westerse concurrenten danig uitdagen. Denk maar aan Huawei, geen enkel bedrijf registreert meer patenten, of aan BYD, dat elektrische wagens maken en intussen concurrent Tesla op dat terrein het nakijken gaf.

Ander type Chinese ondernemer

De switch naar high-tech en eigen merken doet de nood aan een ander type ondernemer ontstaan. Chinezen zijn evenwel bijzonder wendbaar. Ze leven in een wereld die continu en razendsnel evolueert, voor hen is het een tweede natuur. Inmiddels zijn we ook aan de eerste generatie toe die individueel reist, goed Engels spreekt, vaak in het Westen heeft gestudeerd en een eigen auto heeft.

Opmerkelijk is vaak hoeveel risico’s ondernemers bereid zijn te nemen. De jonge wolven zetten alles op alles om wereldtop te zijn. En daarbij kijken ze niet naar kantooruren, werken is voor hen een 24/7-activiteit. Die mentaliteit geeft hen een geweldige voorsprong.

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Flanders Investment & Trade).

Meer info: www.flanderstrade.be.