Verenigd Koninkrijk: business in hart en nieren

Springplank naar wereldmarkt

In juni 2016 haalde het Brexit-kamp zijn slag thuis. Sindsdien volgden de politieke ontwikkelingen in het VK elkaar in sneltempo op. David Cameron trad af als premier. Theresa May nam de fakkel over. In Schotland en Noord-Ierland gingen opnieuw stemmen op voor onafhankelijkheid. Vervroegde verkiezingen werden aangekondigd. En dat alles in minder dan een jaar. Maar intussen was en is het in de Britse bedrijfswereld “business as usual”. Ondernemers boeren goed, de economie groeit en consumenten laten het geld rollen. De privé-sector is de motor van de Britse economie. Van die business-cultuur plukken ook tal van Vlaamse bedrijven de vruchten.

De voorspelde “hit back” na de aankondiging van de Brexit is uitgebleven. Zo groeide de Britse economie vorig jaar met 2%. De wereldeconomie boert goed en een sterk geglobaliseerd land als het VK surft op die golf mee. Vorig jaar zwengelde het VK dat bestedingspatroon verder aan door de rentevoeten van 0,5% naar 0,25% te verlagen. Daarbij komt dat de Britten anders omgaan met geld dan Vlamingen. Eerder dan het spaarpotje is de credit card hun favoriete financiële product. Ze leven minder binnen de grenzen van hun beschikbare middelen.

Niettemin is de koopkracht van de Britse consument ietwat afgenomen. Het VK importeert meer goederen dan het uitvoert. En doordat het pond laag staat, wordt importeren duurder. Vorig jaar vingen de grote retailers de stijgende tarieven zelf op. Maar stilaan voelt de modale Brit dit zelf meer in zijn portemonnee. Toch gaat het goed met de algemene consumentenbesteding. Het VK en vooral Londen werken als een magneet voor een internationale bevolking. Het geld blijft binnen stromen.

Kiezen is niet altijd verliezen

Theresa May zoekt met succes het politieke middenveld op. Oud-partijgenoten David Cameron en George Osborne, die een minder rechtse koers varen op migratievlak, kwamen in de loop van het referendum met nachtmerriescenario’s aandraven. Net zoals oppositiepartij Labour trouwens. Nu dat blijkt mee te vallen, is het Britse middenveld aangenaam verrast. May speelt daarop in. Dat de doemdenkers uit het “remain”-kamp voorlopig ongelijk krijgen, versterkt verder het vertrouwen en het bestedingspatroon van de Britse consument.

De Conservatieven staan bekend als business-vriendelijk en de partij heeft het vertrouwen van de bedrijfswereld. Een Tory-meerderheid geeft May bovendien een sterke positie aan de Europese onderhandelingstafel. Wat dat voor de brexit betekent, is nog koffiedik kijken. De uittrede zou in minder dan twee jaar rond moeten zijn. Maar die deadline wordt door de vervroegde verkiezingen bijzonder krap. Er zal dus een overgangsregeling moeten komen. Dat biedt meteen ook de nodige ruimte om een stevig gefundeerd vrijhandelsakkoord te onderhandelen. Beide partijen mikken in elk geval op een win/win-resultaat.

Springplank naar globale markt

Het VK is de op drie na grootste exportbestemming van Vlaanderen. Het is al langer de volgende stap voor Vlaamse bedrijven met internationale ambities. De nabijheid, de taal, de transparante en business-vriendelijke cultuur: het land biedt veel praktische voordelen voor Vlaamse exporteurs.

Vooral dienstverleners, digitale bedrijven en start-ups - in sectoren als software, fintech, gaming en cybersecurity - wagen daardoor snel de sprong. Het VK heeft een handelsoverschot voor diensten, waardoor de sector zich in ijltempo internationaliseert. Daarbij houdt het land nauwe banden aan met het Gemenebest: 52 onafhankelijke staten, waaronder Australië, Canada en India, met de Britse koningin als symbolisch staatshoofd. Kortom, door het Kanaal over te steken, bereiden Vlaamse bedrijven zich onrechtstreeks op de wereldmarkt voor.

Kansrijke sectoren

Alles wat agro en food is, bijvoorbeeld biedt exportkansen voor Vlaamse bedrijven. Als eiland met een heel eigen klimaat, is het VK immers niet zelfvoorzienend op dat vlak. Maar liefst 40 tot 50% van alle voeding wordt ingevoerd.

Ook kwaliteitsvolle Vlaamse bouwmaterialenspelers boeken er mooie resultaten. Er is dan ook een nijpend tekort aan woningen in het VK. Daarnaast krioelt het in Londen en andere Britse grootsteden van internationaal gerenommeerde architecten. Die zoeken over de grenzen heen naar bouwpartners en bouwmaterialen voor hun wereldwijde projecten.

Voorts staat de farma-industrie bijzonder sterk in het VK. Die is continu op zoek naar solide partners in life sciences, biotechnologie, … Laat dat nu net zijn wat Vlaanderen te bieden heeft: onze clusters staan garant voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie van de bovenste plank.

Verschillende snelheden

De vier landen die het VK vormen - Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland - hebben elk een socio-culturele, economische en politieke identiteit. Het gevolg zijn verschillende snelheden en accenten. In Engeland, het grootste en meest dichtbevolkte deel van het VK, zijn er ook nog eens negen regio’s, die elk op hun beurt een eigen tempo aanhouden. De koopkracht per capita in het zuidoosten is een van de hoogste wereldwijd. In de noordelijke regio’s wil de regering die net aanzwengelen. Bijvoorbeeld met grote infrastructuurwerken, zoals een verbinding voor hogesnelheidstreinen.

Daarbij dient het Crossrail-project, dat tegen 2020 veertig stations in Londen per trein verbindt, als inspiratiebron. Met een budget van 15 miljard euro is dat het grootste infrastructuurproject van Europa. En zo zullen er nog volgen in Engeland, want de infrastructuur buiten de hoofdstad laat wel eens te wensen over. Niet alleen Vlaamse bouwondernemingen kunnen daarop inspelen, ook transportbedrijven en retailers.

Vlaanderen troef

Britse bedrijven waarderen bij hun Vlaamse tegenhangers hun flexibiliteit. De vele KMO’s die onze regio telt, zijn toegankelijker dan de grote multinationals. Ze gaan persoonlijker te werk, luisteren naar wat leeft bij klanten en passen hun aanbod vaker aan op maat van de klant. Neem nu labels en verpakkingen in de voedingsindustrie. De mastodonten uit de sector passen die niet aan, Vlaamse KMO’s doen dat wel. Bovendien kunnen ze de kaart van “craftmanship” trekken. We sturen geen sales-vertegenwoordiger zonder praktische kennis van zaken naar de onderhandelingstafel, maar wel een expert die weet hoe de producten van zijn bedrijf concreet worden vervaardigd.

Relaties tussen Vlaamse en Britse bedrijven zijn meestal een lang leven beschoren. Ook goede talenkennis en de bereidheid om vanaf dag één in het Engels te praten, mailen en presenteren, doen daar alleen maar een schepje bovenop. Bovendien delen Vlamingen en Britten een soortgelijk gevoel voor humor. In de Britse samenleving is dat een niet te onderschatten concurentieel voordeel.

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Flanders Investment & Trade vóór de verkiezingen voor het Britse Lagerhuis).

Meer info: www.flanderstrade.be

Onzekerheid door brexit

Over de verschillende brexit-scenario’s is al veel verschenen in de pers. Een harde brexit, waarbij het VK hoge importrechten heft op Europese producten en diensten, zou niet alleen nefast zijn voor Vlaanderen. Ook landen als Denemarken en Nederland, zouden eronder lijden. Omgekeerd zou die inperking op de vrije handel ook veel druk leggen op de Britse haven- en transportinfrastructuur.

Soms liggen de Britse en Europese eisen lijnrecht tegenover elkaar. Voor de EU gaat vrijheid van goederen hand in hand met vrijheid van personen. Dat laatste ligt gevoelig aan Britse zijde, waar paal en perk stellen aan migratie een centraal thema is in de politiek. Ook het beslechten van juridische geschillen voor het Europese gerechtshof, vormt een struikelblok voor de Britse regering.

Kortom, er heerst nog veel onzekerheid rond de brexit en dat speelt bepaalde sectoren parten. Verschillende Vlaamse spelers nemen nu al het zekere voor het onzekere. Door een verkoopsfiliaal op Britse bodem op te richten. Door zich financieel tegen eventuele koerswisselingen in te dekken. Of door een lokale productie-eenheid op te starten om het effect van wisselkoersen volledig schaakmat te zetten.