Een efficiënt magazijn in vier stappen

In distributiecentra gaan volgens schattingen elk jaar maar liefst 3.000 uren verloren door inefficiënte processen. Om die terug te dringen, zoeken supply chain managers naar optimalisatietechnieken in elk onderdeel van de ketting. Het startpunt in die zoektocht naar meer efficiëntie is meteen ook het meest voor de hand liggende: het optimaliseren van de lay-out van het magazijn.

Het verbaast natuurlijk niemand dat de optimalisatie hiervan kan zorgen voor een gevoelige kostenverlaging. Zelfs een tijdswinst van luttele seconden in operationele workflows zorgt uiteindelijk grote tijds- en kostenbesparingen. Daar is 60% van de supply chain managers het resoluut mee eens (onderzoek Ibid). Maar hoe verhoog je die efficiëntie dan? En met welke zaken moet je allemaal rekening houden bij het bepalen van de lay-out van het magazijn?

  1. ABC-analyse

Voor het initieel bepalen van de lay-out kan je een beroep doen op de ABC-analyse. Daarbij wordt de voorraad ingedeeld volgens de omloopsnelheid. De snelst lopende artikelen krijgen een A-label, minder snel lopende B en de traagste C. Op basis van de indeling kan je het magazijn aanpassen: de snellopende goederen vooraan, en de tragere goederen achteraan.

Hetzelfde geldt voor de hoogte van de gestapelde goederen: snellopende of populaire artikelen worden het best op de onderste of de tweede laag geplaatst, terwijl minder gevraagde artikelen hogerop gezet kunnen worden. Logisch want hoe hoger artikels gestapeld zijn, hoe langer het duurt om ze te picken.

Uiteraard is de ABC-analyse niet altijd heiligmakend. Wat als je met producten zit met sterk uiteenlopende opslagmethoden? Of wat als je verschillende A-producten net afzonderlijk moet stockeren om te vermijden dat er een opstopping komt in bepaalde delen van het magazijn? In die gevallen kan je alternatieve indelingen maken die passen bij de specifieke situatie. Als je bepaalde zware producten bijvoorbeeld in één sectie bewaart, kan je binnen die sectie een ABC-indeling maken.

  1. Flexibiliteit in magazijn

Een ABC-indeling zorgt voor structuur, maar het is minstens even belangrijk om toch steeds flexibiliteit te voorzien. Wat deze maand de optimale lay-out is, is dat niet persé binnen een aantal maanden. Logistieke stromen zijn continu in beweging, en onderhevig aan de veranderde eisen. Denk bijvoorbeeld aan seizoensgebonden bedrijven. Stel daarom één of meerdere plannen op waarbij volumes en goederenstromen staan aangegeven en controleer ze op flexibiliteit, efficiëntie en schaalbaarheid. Enkel met een logistiek concept dat flexibel is, kan je het hoofd bieden aan veranderende producten, markeisen en systemen.

  1. Optimale routing

Als de lay-out van het magazijn duidelijk wordt, kan je de route gaan bepalen. Daarbij moet je rekening houden met alle aspecten van de driedimensionale lay-out: de breedte, lengte en hoogte. Die samenstelling heeft logischerwijs invloed op de trucks die worden aangeschaft. Werk je op grote hoogte, is het voor de hand liggend dat je overgaat tot de aanschaf van een zijlader of een reachtruck. Voor smalle gangpaden zijn er dan weer de speciale VNA’s. (Zie: “In vier stappen naar een ideale heftruck).

  1. Spelduurberekening

Via de spelduurberekening kan je vervolgens de optimale route berekenen. Wordt er bijvoorbeeld best gekozen voor een vorm van ordergewijze batch picking waarbij meerdere orders worden verzameld als zijnde één order? Of is het toch beter slechts één order op te picken?

De keuze voor een van de twee opties hangt af van de “fysieke gelijktijdigheid”, en met behulp van KPI’s wordt bepaald welke vorm van werkmethodeverbetering optimaal is.

° het opnemen van het pallet

° de rijtijd van en naar de locatieplaats

° de vertragingstijd door de acceleratie en deceleratie in verhouding tot de afgelegde rij-afstand

° het precies positioneren van de truck voor de locatieplaats

° de heftijd en daaltijd van het vorkenbord in een gemiddelde situatie: met en zonder last.

Bovendien moet je er in de berekeningen ook rekening mee houden dat er bij een hefhoogte van boven de vijf meter een snelheidsbeperking kan ontstaan van zo’n 50%. Bij een hoogte van tien meter zal dat zelfs worden teruggebracht met 80%. Hierbij kan worden gekozen voor een verplaatsingswijze waarbij tot op een hoogte van 5 meter de lengtepositie wordt bereikt, en waarna vervolgens de verticale hef/daalbeweging wordt gemaakt. Ook kan worden gekozen voor een verplaatsingswijze waarbij op 50% van de rijsnelheid het betreffende gebied wordt ingegaan, waarbij heffing plaatsvindt tijdens de relatief trage rijsnelheid.

De “snel lopende” artikelen kunnen bijvoorbeeld worden geplaatst in het gebied dat is gelegen in het vlak tussen 20 meter rij-afstand en 3 meter hefhoogte. Vervolgens kunnen er steeds rondom de vastgestelde trapsgewijze diagonaallijn frequentiegebieden worden aangegeven, waarbij nog een verdere invulling kan worden gegeven met betrekking tot de onderlinge frequenties per gebied. Maar alles begint met de juiste basisstructuur van de lay-out.

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met B-Close N.V.)

Meer info: 02/245.26.65 of www.b-close.be.