Mobiliteitsbudget of -vergoeding: wat is de beste keuze voor uw organisatie?

Over de mobiliteit in België vloeiden al liters inkt. Het verkeer raakt steeds vaker in de knoop en uw werknemers verliezen almaar meer tijd door in de file te staan. Daardoor groeit ook de vraag naar alternatieven voor verplaatsingen afgelegd met de (bedrijfs)wagen. Vorig jaar ontsnapte 1 op 4 werknemers regelmatig aan het fileleed door met de fiets naar het werk te gaan. Het percentage werknemers dat daarvoor ook een financiële vergoeding krijgt, stijgt elk jaar - in 2017 zelfs tot boven 15%. Ook het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding zijn broodnodige initiatieven om het mobiliteitsvraagstuk op te lossen. Ze stellen u als werkgever echter voor complexe keuzes.

De mobiliteitsvergoeding: cash for cars

In maart 2018 voerde de regering de mobiliteitsvergoeding in, in de volksmond “cash for cars”. Werknemers die al enige tijd over een bedrijfswagen beschikken, kunnen deze inleveren in ruil voor een mobiliteitsvergoeding waarmee zij vervolgens hun privé-verplaatsingen betalen. Het initiatief tot invoering van deze regeling ligt bij u als werkgever. U beslist dus zelf of en voor welke werknemers u dit invoert, al moeten zij zelf ook wel aan een aantal wettelijke voorwaarden voldoen. Uw werknemers kunnen zelf beslissen of zij ingaan op uw voorstel of niet. Indien dit het geval is hoeft u als werkgever het woon/werk-verkeer niet meer te vergoeden.

Verder hoeft u geen RSZ te betalen op de mobiliteitsvergoeding, wél een solidariteitsbijdrage. Ze wordt fiscaal beschouwd als een voordeel alle aard en de fiscaliteit lijkt heel erg op die van de bedrijfswagen. De persoonlijke bijdrage van je werknemer wordt net zoals in het geval van de bedrijfswagen in mindering gebracht van het belastbaar voordeel. Daar tegenover staat dat  de werkgever het woon/werk-verkeer niet meer hoeft te vergoeden.

Het mobiliteitsbudget: scala aan alternatieven

Zal de mobiliteitsvergoeding de mobiliteitsknoop ontwarren? Volgens de sociale partners niet. Zij vrezen dat te weinig werknemers bereid zijn om hun bedrijfswagen definitief in te leveren in ruil voor een geldsom. Daarom stelden zij het mobiliteitsbudget voor. Het mobiliteitsbudget reikt verder omdat het een breed scala aan alternatieve mobiliteitsoplossingen biedt. De total cost of ownership van een bedrijfswagen kan in dit geval wel worden ingewisseld voor een milieuvriendelijke wagen met een lagere CO2-uitstoot, een hybride of elektrische wagen. Het bedrag dat overblijft, kan men investeren in duurzame vervoersmiddelen zoals trein, bus of fiets.

Je werknemer krijgt een jaarlijks budget om zelf zijn vervoer te kiezen en financieren. Op het overblijvende bedrag dat cash wordt uitbetaald, worden wel sociale bijdragen betaald van 38,07%. Uw werknemers kunnen dus kiezen uit één of meerdere mobiliteitsoplossingen, onderverdeeld in drie pijlers. Elke pijler wordt op (para)fiscaal anders behandeld.

In de toekomst zullen er bijgevolg twee systemen naast elkaar bestaan. Met deze systemen wil de regering een einde maken aan het fiscaal beleid dat werkgevers stimuleert om bedrijfswagens uit te delen. Welk systeem het aantrekkelijkst is voor uw werknemers, is zeer situatiegebonden. Indien uw werknemers ervoor kiezen om geen alternatieve vervoersoplossingen te gebruiken en dus hun volledig budget te laten uitbetalen, zijn zij qua parafiscale lasten beter af met de mobiliteitsvergoeding. Wonen uw werknemers verder van het werk? Dan is het mobiliteitsbudget doorgaans een betere keuze voor hen. (E.L.)

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Acerta)

Meer info: 016/24.64.30 of www.acerta.be.