VIL zet in op automatisering laad- en losprocessen

Het laden en lossen van vrachtwagens kost transportbedrijven en verladers handenvol geld. Het blijft een manueel, tijdsintensief en bijgevolg duur proces. VIL gaat samen met elf bedrijven op zoek naar oplossingen door middel van automatisering. Universiteit Antwerpen is een partner in dit project. Met het project “OptiCharge” zal onderzocht worden of meer automatisering mogelijk is en of dit leidt tot efficiëntere laad- en losprocessen.

Elke dag wachten chauffeurs een aanzienlijk aantal uren om te laden en te lossen. Gezien het tekort aan chauffeurs en de hoge loonkosten is dit een doorn in het oog van transportbedrijven. Langs de kant van de verladers worden laad- en losoperaties vaak als een noodzakelijk kwaad gezien en worden ze erbij genomen tussen de andere werkzaamheden door. Vaak leiden deze processen tot vertragingen, fouten, schade en daardoor ook tot hogere kosten.

In het project “OptiCharge” gaat VIL na of meer efficiëntie mogelijk is door o.a. efficiëntere planning-software en technologische ondersteuning (bijvoorbeeld automatisering) en door de noden van de verschillende stakeholders op elkaar af te stemmen.

Bij de deelnemende bedrijven zal het volledige proces van laden en lossen (inclusief de eraan gerelateerde processen zoals voorsorteren, controles, wegzetten, …) in kaart worden gebracht. De focus zal liggen op de technologische kant, niet op de procesmatige. Hierbij moeten ook verschillende soorten vrachten en verpakkingen bekeken worden: volle vrachten, bulk, pallets, rolkarren, ….

Parallel zal worden nagegaan welke vormen van automatisering vandaag reeds mogelijk zijn en welke state-of-the-art oplossingen in de pijplijn zitten. Universiteit Antwerpen zal als partner in dit project een marktstudie uitvoeren van de bestaande en toekomstige technologische oplossingen. Vervolgens zullen vraag en aanbod met elkaar worden gematcht via de ontwikkeling van een tool die de voordelen en haalbaarheid (ROI) van bestaande oplossingen en cases becijfert. Een selectie van positieve business cases zal in een praktijktest uitmonden.

Eén van de bedrijven die zijn schouders onder het project zet is chocoladefabrikant Barry Callebaut. Andere deelnemers zijn Atlas Copco Airpower, Group GTS, H.Essers, Ontex, Scania, Spadel, Stelrad Radiator Group, Tenneco Federal Mogul, Vario Food Group en Volvo. Het project geniet de steun van VLAIO, het agentschap Innoveren en Ondernemen van de Vlaamse overheid.

Meer sectornieuws

Agenda