Noorwegen: investeren in de toekomst

“Geld maakt niet gelukkig”, luidt een populair gezegde. Of toch? Noorwegen prijkt op diverse lijstjes al jaren aan de top van rijkste én gelukkigste landen ter wereld. Het land teert op omvangrijke olie- en gasvoorraden, zorgt uitstekend voor zijn inwoners en is bovendien een droombestemming voor natuurliefhebbers. Het is bovendien een uitstekende exportbestemming. Het land volgt nagenoeg alle EU-regels, heeft een bijzondere stabiele economie en kooplustige inwoners.

De overheid van Noorwegen, officieel het Koninkrijk Noorwegen, ontdekte in de jaren ’60 enorme olie- en gasvelden in de Noorse Zee. Een ontdekking die het land een ongeziene boost bezorgde. Ruim vijftig jaar later staat het gekend als één van de meest ontwikkelde landen ter wereld. Dat komt grotendeels door een goed beheer van de winsten: de overheid legde de afgelopen decennia letterlijk een spaarpot aan voor zijn ruim 5 miljoen inwoners.

Het Noorse pensioenfonds is met bijna 1.000 miljard Amerikaanse dollar intussen het grootste beleggingsfonds ter wereld. Maar liefst 9.146 bedrijven, verspreid over 72 landen, behoren tot het fonds. Wereldwijd goed voor 1,4% van alle beursgenoteerde ondernemingen. Het voordeel voor de bevolking? Jaarlijks pompt de Noorse overheid 3 tot 4% van het fonds in de economie, waardoor de Noren zorgeloos de toekomst tegemoet gaan.

Die garantie op een stabiele toekomst en koopkrachtige consumenten trekt vele buitenlandse ondernemers aan. Bovendien neemt Noorwegen de achtste plaats in op de “Ease of Doing Business”-index van de Wereldbank.

Sterke economische basis

Noorwegen is een schoolvoorbeeld van een zogeheten gemengde economie, waarbij een kapitalistische private sector en een sterke overheid hand in hand gaan. Zo is de staat de grootste aandeelhouder van mega-bedrijven als Equinor (olie), Telenor (telecommunicatie), Norsk Hydro (aluminium), Statkraft (energie) en DbB NOR (bank). Hoewel de overheid haar greep de markt de laatste jaren wat loste, blijft ze een belangrijke invloed uitoefenen. Daarbij probeert ze wel de economie te diversifiëren.

De terugval van de olieprijzen in 2014 legde een zekere kwetsbaarheid bloot en daar willen de Noren voortaan op anticiperen. Andere sectoren wonnen daardoor aan kracht.

Pijlers van de Noorse economie

De olie- en gassector blijft goed voor 14% van het BNP en bijna de helft van de export. Daarnaast is ook de bouwsector sterk ontwikkeld. Niet alleen huizenbouw, maar in de nabije toekomst vooral publieke projecten: het Nationale Transportplan (NTP) zorgt de komende twaalf jaar voor een extra investering van 106 miljard euro in infrastructuur. De focus ligt daarbij op milieuvriendelijk stadsvervoer, de uitbouw van havens en luchthavens en een modern spoor- en wegennet. Een derde pijler is de maritieme sector: Noorwegen heeft een bijzonder lange kustlijn en uitgebreide wateren. Een laatste economische pijler is hernieuwbare energie: Noorwegen speelt een voortrekkersrol op het vlak van hydro-elektriciteit en windenergie.

Kwaliteit boven prijs

Ook in Noorwegen zet de vergrijzing van de bevolking zich door. De Noorse overheid besteedt nu al 10,5% van het BNP aan gezondheidszorg - meer dan gelijk welk ander land, behalve de VS en Zwitserland - en dat aandeel zal de komende jaren enkel stijgen. Noorwegen is een heel uitgestrekt land, maar de overheid wil een modern en toegankelijk systeem voor iedereen. Daarbij is er een stijgende vraag naar farmaceutische producten, medische apparatuur en tandheelkundige technologie. Ook alles wat te maken heeft met vrije tijd, kledij, mode, decoratie en andere luxe-segmenten doet het goed. Noren zijn verzot op unieke, kwaliteitsvolle producten en zijn bereid om daar de prijs voor te betalen.

Dat geldt ook voor de voedingssector. Hoewel Noorwegen als niet EU-land hoge invoertarieven, quota’s en strenge documentatievoorwaarden voor producten uit de landbouw en visserij hanteert, is er meer en meer vraag naar buitenlandse voedingsproducten. Vooral fruit(sappen), gedroogde noten, groenten, bioproducten, snacks, chocolade en andere delicatessen scoren goed. Belangrijk om te weten: drie grote distributiegroepen - NorgesGruppen, Coop Norge en Reitangruppen - controleren 96% van de voedingswinkels in het land. Daarnaast zijn Noren grote bierliefhebbers. En ook hier: een lekker biertje mag wat kosten, waardoor je de invoertaksen (deels) kan doorrekenen aan de consument. Met zijn 5,3 miljoen inwoners vormt Noorwegen een relatief kleine markt, maar door de gelijke verdeling van de inkomsten is elke Noor een betekenisvolle consument.

Culturele verschillen tussen Noorwegen en Vlaanderen

Noren besteden heel veel tijd aan sport en vrije tijd. Zo duurt een normale werkdag van 8.00 tot 16.00 u, maar om 15.30 u is er vaak al niemand meer te bereiken op het werk, zeker op vrijdag. In het weekend is het al helemaal onmogelijk om zaken te bespreken, dan zijn de meeste Noren aan het fietsen, hiken of skiën in de prachtige natuur.

De economische centra - Oslo, Bergen, Stavanger en Trondheim - liggen ver uit elkaar. De vele meren en fjorden maken verbindingen over land bovendien een tijdrovende onderneming. Daarom verplaats je je tijdens zaken- en prospectiereizen beter met het vliegtuig. Geen paniek: Noorwegen telt meer dan vijftig luchthavens met regelmatig vliegverkeer. Noren nemen even snel het vliegtuig als de bus.

Steek je hoofd niet boven het maaiveld uit. Noorse zakenlui hebben graag nuchtere partners, rechtuit en zonder franjes. Tutoyeren is heel gewoon en je spreekt elkaar al snel met de voornaam aan, het Noors heeft zelfs geen U-vorm. Ook de kleding is veeleer informeel. Het voordeel daarbij is dat je in Noorwegen direct weet waar je aan toe bent. De directe communicatiestijl levert al snel een “ja” of “nee” op. Die mentaliteit omvat de hele bedrijfscultuur: Noorse ondernemingen hebben zelden een verticale hiërarchie. Je ontmoet er bij wijze van spreken even makkelijk de ceo als de onthaalmedewerker. Bijkomende tip: overtuig hen aan de hand van meetbare resultaten en internationale verwezenlijkingen. De lat ligt hoog en Noren willen zeker zijn van de kwaliteit die ze in huis halen.

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Flanders Investment & Trade)

Meer info: www.flanderstrade.be.

Noorwegen en de EU: een haat/liefde-verhouding

De relatie tussen Noorwegen en de EU doet al decennialang stof opwaaien in het Scandinavische land. Tot tweemaal toe - in 1972 en 1994 - wees de Noorse bevolking het lidmaatschap af in een referendum.

Noorwegen behoort daarentegen wel tot de Schengen-zone, de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en de Europese Economische Ruimte (EER). Maar wat betekent dat precies.

  • Schengen-zone: u reist zonder paspoortcontrole tussen de EU en Noorwegen.
  • EVA: een vrijhandelszone tussen Liechtenstein, IJsland, Zwitserland en Noorwegen. Dit is evenwel geen aparte douane-unie, de vier lidstaten voeren elk hun eigen economisch beleid.
  • EER: een economisch akkoord tussen de 28 EU-lidstaten, IJsland, Liechtentein en Noorwegen dat sinds 1 januari 1994 van kracht is.

Door zijn lidmaatschap aan Europese samenwerkingsverbanden, doet Noorwegen mee aan:

  • het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal;
  • de Europese concurrentieregels;
  • de samenwerking voor onder andere transport, onderwijs, onderzoek, veiligheid en milieu.

Noorwegen doet evenwel niet mee aan:

  • het Europese beleid voor landbouw en visvangst;
  • de Europese Muntunie.

Opvallend: hoewel Noorwegen zich in theorie eenvoudig kan onttrekken aan de Europese wetgeving en besluiten, doet het dat zelden. Het land neemt nagenoeg alle EU-regels over, zonder daarbij stemrecht of invloed te hebben.

Meer sectornieuws

Agenda