"België kan het Hongkong voor de ManuTech zijn"

Volgens het Start-& Scale-up Manufacturing Tech Report

België zit in een bevoorrechte positie voor ManuTech start- en scale-ups. Dat blijkt uit een nieuwe studie van Agoria en Sirris over het ManuTech start-up landschap in België en Europa. Wat moeten we doen om die unieke kans met beide handen te grijpen? Ben Van Roose, head Manufacturing Industries bij Agoria, en Omar Mohout, Entrepreneurship Fellow bij Sirris, geven tekst en uitleg.

De maakindustrie is volgens jullie een belangrijke backbone voor onze maatschappij. Maar de nood om ManuTech nieuw leven in te blazen is hoog, zo blijkt ook uit het rapport. Wat moet er volgens jullie gebeuren om innovatie aan te wakkeren?

Ben: “In de eerste plaats willen we awareness creëren. Ondanks alle doemberichten gaat de maakindustrie een mooie toekomst tegemoet. De ManuTech zal hierin een grote rol spelen. Voor eender welke start-up die wil investeren in de maakindustrie ligt een mooie toekomst. Daarnaast moeten ook bedrijven en overheden bewust gemaakt worden dat de start-ups een voordeel hebben voor hen”.

Omar: “Dat is absoluut juist. De 'blauwe banaan' illustreert dit mooi. Die begint in het zuiden van Engeland, gaat over België, Luxemburg, Nederland, Duitsland, Zwitserland en het noorden van Italië. Dit is het rijkste industriële weefsel met het hoogste inkomen ter wereld. Als jonge B2B ManuTech start-up kan je geen betere locatie vinden. Je moet niet naar de VS of Azië, it's happening here”.

Het is belangrijk om de maakindustrie in België te houden maar dat is moeilijk door onder andere de loonkost. Hebben wij in België niet net het grote voordeel van de know-how op vlak van de nieuwe technologieën?

Ben: “Het behoud van de maakindustrie is hier een noodzaak. Agoria en Sirris begeleiden bedrijven  met het Made Different-programma en de Factories of the Future, net om ze hier te houden”.

Omar: “Wat mensen niet beseffen is dat de middenklasse staat met de maakindustrie. Het afkappen van de maakindustrie is het afkappen van de middenklasse en dat is gevaarlijk voor de maatschappij. Werknemers uit de maakindustrie verdienen goed hun boterham, ook als arbeider. We moeten dus niet blijven hameren op de loonkost. Ja, we moeten competitief zijn, maar het mag geen race to the bottom worden. Integendeel. Door het verschil in loonkost zijn we verplicht om te innoveren en te automatiseren. In Vietnam kost iemand je 100 dollar per maand en is er geen enkele incentive om te automatiseren. De hogere loonkost is dus net een opportuniteit om te innoveren. Dat is ook de toon van het rapport. De loonkost kan problematisch zijn maar gebruik dat als hefboom om te innoveren en om het verschil te maken”.

Welke rol spelen start- en scale-ups in de ontwikkeling en digitale transformatie van maakbedrijven?

Omar: “Dankzij grote bedrijven die transformeren, hebben start-ups kansen gekregen. En dankzij start-ups zijn die grote bedrijven innovatief. De wisselwerking tussen start-ups en grote bedrijven is enorm. We zitten in een omgeving waar alles steeds sneller gaat. De technologieën ontwikkelen zich zeer snel: IoT, 3D-printing, artificial intelligence, … Er is geen enkel bedrijf dat alle mogelijke bedrijfsmodellen en technologieën kan uitproberen. Er is meer kennis buiten uw bedrijf dan erbinnen. En als je niet alles zelf kunt doen, ligt het antwoord in samenwerken. Dat kan co-creatie zijn, een overname, klantenrelatie, … dat is de essentie van waar we naartoe gaan. Maar het is eigen aan de Belgische cultuur om bescheiden te zijn. Dat siert ons heel dikwijls, maar het beperkt ons ook enorm. Wat een Yazzoom of een Robovision doen, dat is wereldnieuws. In hun branche is dat top of the bill. Als we in Amerika zouden zijn, zou iedereen dit weten. Maar hier hoor je daar heel weinig van.

Ben: “Het zit in onze cultuur dat we er niet veel mee uitpakken en dat we daarmee het imago van onze maak- of andere industrie niet voldoende uitdragen. Maar kijk naar het Made Different-verhaal, dat wordt nu uitgedragen in Europa omdat het zeer succesvol is”.

Welke aanbevelingen hebben jullie voor overheid, ondernemers en stakeholders?

Ben: “Durf gaan voor alles wat met ManuTech te maken heeft. Dat is een oproep aan zowel de jeugd, studenten, scale-ups, onderzoekscentra, universiteiten als aan de maakbedrijven, de grote, de kleine. Blijf geloven in de uitdagingen, de mogelijkheden voor co-creatie en samenwerking met ManuTech start- & scale-ups. En voor de overheid herhaal ik graag wat Omar net zei: het is al goed, maar er is niet veel meer nodig om beter te zijn, om het Hongkong voor Manutech te worden. Wij hebben fantastische onderzoekscentra, er is hier al zo veel aanwezig en we moeten er nog meer durven op inzetten”.

Omar: “De beleidsmakers moeten duidelijke keuzes maken. Je kunt niet op alle vlakken winnen. Er zijn bepaalde zaken waar we sterk in zijn, denk aan manufacturing of gezondheidszorg, en daarin moet je gaan investeren. We moeten ook de awareness versterken dat de middenklasse afhangt van de maakindustrie en de kenniseconomie. Neem de dienstensector, bijvoorbeeld een McDonalds-job,… Deze jobs zullen geen middenklasse creëren, maar nieuwe armoede. De middenklasse is extreem belangrijk voor elke maatschappij. De twee pijlers hiervoor zijn de maakindustrie en de kenniseconomie. 1+1=4. De nieuwe 3 is 4”.

(Download het Manufacturing Tech Report hier)