Vorig jaar 10% meer contracten van onbepaalde duur beëindigd

12,1% van de lopende arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur werden in 2018 stopgezet. Dat is een stijging van 10% in vergelijking met 2017. Slechts in één op de vijf gevallen is het de werkgever die beslist om aan de samenwerking een einde te stellen. Vooral kleinere bedrijven en de profit-sector krijgen te maken met het beëindigen van arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur.

Hoe groter het bedrijf, hoe lager de beëindigingsgraad. Dat blijkt uit een onderzoek van HR-dienstenbedrijf Acerta. In bedrijven met 1 tot 5 werknemers werd vorig jaar 17% van de contracten van onbepaalde duur stopgezet. In bedrijven met meer dan 500 werknemers ging het om 7,49%. Een mogelijke verklaring is dat grote bedrijven het makkelijker hebben om hun werknemers interne doorgroeimogelijkheden aan te bieden of, wanneer ze uitgekeken zijn op hun huidige job, een andere rol of functie te geven. Grote bedrijven hebben ook een meer uitgebouwd HR-beleid met opleidingsprogramma’s en verloningspakketten.

Andere opvallende vaststelling is dat er meer contracten worden beëindigd in de profit-sector (13,3%) dan in de social-profit (9,7%). De arbeidskrapte in de zorg is nog groter dan in andere sectoren. Dat is op zich al een motivatie voor werkgevers in die sector om extra te investeren in het behoud van hun werknemers. Het verklaart ook waarom het percentage beëindigingen door de werkgever in de social profit maar half zo groot is als in de profit-sector: 10,8% tegenover 20,7%. Definitieve overmacht om medische redenen komt dan weer dubbel zo vaak voor in de social profit dan in de profit-sector. Verder is de pensionering van werknemers een belangrijke reden voor het einde van de arbeidsovereenkomst in de social profit. Liefst één op de acht contracten komen tot een einde omdat de werknemer met pensioen gaat. Het illustreert de vergrijzing van de beroepsbevolking in de sector en de nood aan nieuwe werknemers.

Wat zijn, naast pensioen, nog redenen waarom een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur een einde neemt? De werkgever kan een werknemer ontslaan. In 2018 was dat voor 18% van de beëindigingen de oorzaak. Het is de enige situatie waarbij de werkgever aan het stuur zit. Ook in het geval van SWT, het vroegere brugpensioen, of overmacht omwille van medische redenen, zal het veelal de werkgever zijn die de knoop doorhakt. In alle andere gevallen is er minstens overleg of is het vertrek helemaal een beslissing van de werknemer.

Het onderzoek van Acerta toont aan dat het belangrijk is om als werkgever in te zetten op off-boarding, zodat het vertrek op een goede manier verloopt. Een exit-gesprek kan immers relevante inzichten opleveren, omdat medewerkers op dat moment meer vrijuit durven spreken. Bovendien is het niet ongewoon dat doorheen de carrière opnieuw wordt samengewerkt met dezelfde werkgever, hetzij als werknemer, hetzij als klant/leverancier. Ex-medewerkers kunnen ook een belangrijke ambassadeursrol opnemen voor het bedrijf.