Vlaanderen ziet Genk als toeristisch centrum

De Vlaamse regering steunt de vraag van de stad Genk om erkend te worden als “toeristisch centrum”. Dat zou concreet betekenen dat zondagsopeningen mogelijk worden.

Het toeristisch aanbod van de stad Genk is, mede dankzij Vlaamse steun, sterk uitgebreid de laatste jaren. Zo werd op C-Mine een virtual reality-expeditie gelanceerd die bezoekers op tijdreis stuurt naar de hoogdagen van de steenkoolmijnen van Winterslag in de jaren ’50. Ook Thor Central, de voormalige mijnsite van Waterschei, kreeg een nieuwe invulling met onder meer een hypermodern congrescentrum dat sinds 2017 inzet op het aantrekken van zakentoeristen. Genk maakt zich op om dit jaar een pak meer toeristen te ontvangen. In april start in Bokrijk immers de nieuwe tentoonstelling rond Bruegel. Daar worden tot 150.000 extra bezoekers verwacht.

De stad Genk hoopt nu op een officiële erkenning als “toeristisch centrum”. Concreet betekent dit dat de kleinhandelszaken ruimere mogelijkheden krijgen om op zondag open te gaan. Op die manier zijn ze niet meer gebonden aan een maximum van 15 koopzondagen per jaar. Genk heeft verschillende handelscentra, elk met een eigen karakter en sfeer. In totaal beschikt de stad over meer dan driehonderd horecazaken en meer dan 60.000 m² winkelpret.

Andere Limburgse steden zoals Lommel, Peer, Maasmechelen, Tongeren en Hasselt werden inmiddels als “toeristisch centrum” erkend. Na het positieve advies van de Vlaamse regering moet de erkenning van Genk nu alleen nog worden bekrachtigd door federaal minister van Werk Kris Peeters en federaal minister van Middenstand Denis Ducarme.