Mobiliteitsvergoeding geen succes

De mobiliteitsvergoeding (beter bekend als “cash for car”) is geen succes. Uit cijfers van Acerta blijkt dat in het eerste jaar dat het systeem bestaat slechts 65 op 100.000 bedrijfswagens of 0,065% van alle bedrijfswagens op deze manier van de weg zijn gehaald. Vermoed wordt dat er meer animo zal zijn voor het onlangs goedgekeurde mobiliteitsbudget.

Voor Acerta stond het in de sterren geschreven dat de mobiliteitsvergoeding, ingevoerd per 1 januari 2018, niet erg succesvol zou zijn. Immers, de werknemer die hiervoor kiest doet afstand van zijn firmawagen en moet voortaan zelf al zijn verplaatsingen of deze van zijn gezin financieren en organiseren. Een tussenkomst van de werkgever in de woon/werk-verplaatsing is bovendien uit den boze.

Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding wordt vastgesteld op basis van de catalogusprijs van de wagen die wordt ingeleverd. De formule is als volgt: catalogusprijs x 6/7e x 24% (20% indien de werknemer niet over een tankkaart beschikte). Op de mobiliteitsvergoeding betaalt de werknemer nog belastingen.

In vergelijking met de cash for car-regeling is het mobiliteitsbudget een meer geavanceerde maatregel: de werknemer krijgt een mobiliteitsbudget (dat hoger is dan de mobiliteitsvergoeding) ter beschikking. Dat budget zal veelal hoger liggen dan wat hij als bruto-mobiliteitsvergoeding kan ontvangen. Hij kan hiermee in eerste instantie kiezen voor een elektrische of CO2-arme wagen die de werkgever hem ter beschikking kan stellen. In de mate dat het mobiliteitsbudget hiervoor niet is gebruikt, kan hij het gebruiken voor de financiering van andere duurzame vervoermiddelen. Enkel het deel van het budget dat op het einde van het jaar niet is opgebruikt, wordt hem uitbetaald na een inhouding van 38,07%. Indien werkgevers inderdaad een CO2-zuiniger wagen kunnen en willen aanbieden aan de werknemers die van het mobiliteitsbudget gebruik willen maken, zal het mobiliteitsbudget succesvoller worden dan de “cash for car”-regeling, zo luidt het.

Het mobiliteitsbudget biedt aan de werknemer een bruto-budget dat hij kan aanwenden voor de organisatie van zijn duurzame mobiliteit. Alleen wat hij niet heeft besteed, wordt onderworpen aan een inhouding. Een belangrijk verschil met de mobiliteitsvergoeding die wel direct een belasting ondergaat.

Bovendien heeft de reglementering inzake mobiliteitsbudget als ambitie dat de werkgever die dit in zijn bedrijf introduceert, ook zijn wagenvloot vergroent. Immers, in de ideale wereld voorziet de werkgever dat zijn werknemers die afstand doen van hun firmawagen de beschikking kunnen krijgen over een andere firmawagen die elektrisch rijdt of voldoet aan strenge emissienormen (het goedgekeurde wetsontwerp voorziet dat de uitstoot beperkt moet zijn tot 105 g/km in 2019, tot 100 g/km in 2020 en tot 95 g/km vanaf 2020).

Wordt het budget hiervoor niet gebruikt, dan kan de werknemer het bruto-bedrag aanwenden voor de financiering van zijn mobiliteit met duurzame vervoersmiddelen. Bijzonder interessant, onder het motto “de groenste kilometer is deze die niet gereden is”, is dat bijvoorbeeld ook huurgelden of intresten van een hypothecaire lening van een woning binnen een straal van 5 kilometer van de werkplaats met een duurzaam vervoermiddel wordt gelijkgesteld.