Licht op groen voor mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget werd al enkele jaren geleden aangekondigd, maar pas recent door de Kamer goedgekeurd. Net als de mobiliteitsvergoeding is het nieuwe systeem een milieuvriendelijk alternatief voor wie een bedrijfswagen heeft.

Het grote verschil tussen beide systemen is dat bij het mobiliteitsbudget de werknemer de bedrijfswagen inruilt voor een milieuvriendelijker exemplaar en dat eventueel nog kan aanvullen met andere vervoersmogelijkheden. Bij de mobiliteitsvergoeding doet de werknemer volledig afstand van zijn bedrijfswagen en is het dus alles of niets. De wagen volledig opgeven blijkt voor weinig werknemers haalbaar, dat blijkt onder meer uit het bescheiden succes van de mobiliteitsvergoeding. Bij dit nieuwe systeem is dat niet het geval en is dus een combinatie mogelijk.

Niet verplicht

Voortaan kan een werknemer die zijn bedrijfswagen in vraag stelt er voor kiezen om die auto in te ruilen voor een groener exemplaar én een pakket aan alternatieve vervoersoplossingen zoals (elektrische) fietsen, deelauto’s en abonnementen en tickets voor het openbaar vervoer. Werkgevers kunnen vrij beslissen om al dan niet een mobiliteitsbudget in hun bedrijf in te voeren en onder welke voorwaarden. De werknemer kan dan weer niet verplicht worden om van het systeem gebruik te maken.

Het budget dat de werknemer ter beschikking krijgt, is afhankelijk van de jaarlijkse bruto-kosten van de ingeleverde bedrijfswagen voor de werkgever. Wie loon, bijvoorbeeld een extra-legale premie, voor een bedrijfswagen inruilde, kan geen aanspraak maken op het mobiliteitsbudget. Aan de andere kant kan een werknemer die geen bedrijfswagen heeft maar er wel aanspraak op maakt omdat hij bijvoorbeeld deel uitmaakt van een functiecategorie waarvoor in een bedrijfswagen voorzien is, het mobiliteitsbudget ook aanvragen.

Op maat

Het budget bestaat uit drie onderdelen en kan door de werknemer zelf samengesteld worden. In eerste instantie kan er dus voor een milieuvriendelijke bedrijfswagen gekozen worden. De voorwaarde is dat hij minstens even milieuvriendelijk is als het ingeleverde exemplaar én aan de minimumnorm voldoet. Aanvankelijk was een strikte uitstootnorm van 95 gram CO2 per kilometer vooropgesteld, maar die wordt stapsgewijs ingevoerd. Voor wie in de loop van 2019 instapt, mag de wagen een maximale CO2-uitstoot van 105 gram per kilometer hebben. In 2020 wordt dat 100 gram per kilometer. De strikte uitstootnorm van 95 gram komt er pas vanaf 2021.

Wie niet voor een wagen kiest of wie nog een saldo over heeft, kan zijn budget spenderen aan de financiering van duurzaam vervoer. Het kan dan gaan om zachte mobiliteit zoals bijvoorbeeld motorfietsen, openbaar vervoer, deeloplossingen, huisvestigingskosten, een fietsvergoeding of het ter beschikking stellen van een fiets. Het deel dat de werknemer niet gebruikt, krijgt hij eenmaal per jaar uitbetaald, uiterlijk samen met het loon van de eerste maand van het daaropvolgende jaar. Hij betaalt er wel 38,07% sociale lasten op, maar geen belastingen.

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Group S V.Z.W. (Brussel))

Meer info: 02/507.15.11 of https://www.groups.be.