Arbeidsmarkt nog steeds muurvast ondanks recordaantal openstaande vacatures

De jaarlijkse barometer over personeelsverloop van Securex herbevestigt de trend van de voorbije jaren: ondanks het recordaantal openstaande vacatures, blijft het totale personeelsverloop in België stabiel rond de 10%. Dat wil dus zeggen dan minder dan één op tien van de Belgische werknemers in de privé-sector van job veranderd is. In 2018 veranderde iets meer dan één op twintig werknemers uit eigen initiatief van baan. In één op vijfentwintig gevallen nam de werkgever het initiatief om het contract met de werknemer te verbreken. Volgens Securex zijn de vergrijzende beroepsbevolking, het huidig wetgevend kader en de kwalitatieve mismatch op de Belgische arbeidsmarkt, de belangrijkste oorzaken van deze inertie op de arbeidsmarkt.

Bij werknemers met een arbeidscontract van onbepaalde duur in de privé-sector stijgt het vrijwillig verloop in 2018 opnieuw heel gering: van 5,75% in 2017 naar 5,85% in 2018. Na een periode van daling, tellen we sinds 2015 een zeer geringe stijging (van 4,97% naar 5,85%) vast. Ondanks de stijging, blijft dit echter nog steeds een heel laag cijfer. Dat kan worden verklaard door het feit dat in België, de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur de norm blijft en het vooruitzicht op een stabiele loopbaan bij een werkgever het ultieme doel blijkt.

Het onvrijwillig verloop blijft nagenoeg stabiel op een laag niveau sedert 2015 (3,98% naar 3,58%). Ten opzichte van het voorgaande jaar is er een lichte daling merkbaar (van 4,1% naar 3,58%).

In organisaties met minder dan 50 werknemers noteren we een onvrijwillig verloop van 4,59%, tegenover 3,26% in organisaties met 50 tot 99 en 2,34% in organisaties met 100 of meer medewerkers. Wellicht is dit te wijten aan het feit dat kleinere ondernemingen sneller de impact voelen van een minder productieve medewerker en over minder opties beschikken om iemand bijvoorbeeld een andere functie te geven dan grotere ondernemingen.

In Vlaanderen ligt het vrijwillig verloop hoger dan in de rest van het land: 6,28% versus 5,44% (Brussel) en 4,97% (Wallonië). Vlaanderen is traditioneel een meer conjunctuurgevoelige regio. Vandaar wellicht dat meer werknemers er geneigd zijn om, in tijden van een recordaantal vacatures, naar nieuwe opportuniteiten uit te kijken.

Jongeren onder de 25 jaar zijn, net als vorig jaar, de werknemers met het hoogste vrijwillig verloop, ook al blijkt dat percentage relatief laag (14,95%). Zij verlaten hun werkgever dus het vaakst. Dat percentage daalt al meteen bij de leeftijdsgroep van 25 tot 29 naar 10,37%. Het kan verbazing wekken dat ook jongeren relatief gezien sterk vast blijven houden aan hun arbeidscontract van onbepaalde duur.

Ook het onvrijwillig verloop is het grootst bij jongeren (jonger dan 24) en de oudere werknemers (55+). Bij jongeren heeft dit te maken met het feit dat zij sneller ontslagen worden als zij, na verloop van tijd, niet optimaal functioneren. Bij oudere werknemers heeft dat wellicht te maken met het nakende pensioen en de verlaagde productiviteit.