Duitsland: economische grootmacht naast de deur (1)

Over onze topexportbestemming, Duitsland, kunnen we boeken schrijven. Evenwel, onze grote broer overtuigen van uw kunnen, is geen wandeling in het park. Op uw pad zal u veeleisende handelspartners en kritische consumenten tegen komen. Onderstaand schetsen we de Duitse markt in vijf trends.

Trend 1: Consument hinkelt tussen groen en goedkoop.

Met zijn ruim 80 miljoen inwoners en verschillende metropolen lijkt het alsof er voor exporteurs van consumentenproducten een enorme afzetmarkt ligt te lonken. Tot op zekere hoogte klopt dat ook, al maakt zeker niet elk product een kans in deze verzadigde en veeleisende markt. De Duitse consument denkt groen en wil topkwaliteit, maar tegelijk blijft prijs één van de belangrijkste aankoopcriteria als hij zijn winkelkar vult.

Dat Duitsers prijsbewust zijn blijkt uit het feit dat van de 24.000 filialen van de grote retail-spelers er maar liefst 16.000 discounters zijn. Bovendien zijn er nog altijd aanzienlijke verschillen in koopkracht tussen de regio’s. In Berlijn en de oostelijke deelstaten liggen de lonen gevoelig lager dan in bijvoorbeeld Noord-Rijnland-Westfalen.

Tegelijk is Duitsland binnen Europa de grootste markt voor biologische voedingsproducten. Steeds meer landbouwers zetten er de stap naar biologische teeltmethodes. Het aandeel van bio in de totale voedingsmarkt neemt stelselmatig toe. Al bijna 5,3% in 2018, dat is opmerkelijk meer dan in ons land.

De Duitse consument is in elk geval een bewuste koper die inzicht wil in de volledige waardenketen van de producten die hij aanschaft. Voedingsmiddelen, maar net zo goed interieurartikelen of kledij. In de B2B-context geldt dit principe trouwens evenzeer: duurzaamheid - de bewuste Nachhaltigkeit - is een belangrijke pijler in de bedrijfsvoering. Focus dus niet alleen op economische argumenten als je je Duitse zakenpartner wil overtuigen van je product of dienst, maar besteed ook voldoende aandacht aan sociale en ecologische aspecten.

Trend 2: Intelligente fabrieken krijgen vorm.

Duitsland is wereldleider in machinebouw en elektrotechniek. Naast een aantal multinationals als Siemens en Bosch telt de sector talloze “hidden champions” in heel specifieke niches. Net zoals elders in Europa is de digitale transformatie volop aan de gang in de machinebouw. Maar de digitale infrastructuur is op veel plaatsen niet top. Dat speelt de Duitsers parten om echt werk te maken van de vierde industriële revolutie.

Het Internet of Things, integratie van cobots in de productie, artificiële intelligentie, additive manufacturing, … Voor de grote jongens kent Industrie 4.0 al geen geheimen meer. De voorbije jaren bouwden verschillende Duitse machinebouwers een zogeheten “showcase factory” waar ze de principes van Industrie 4.0 toepassen en demonstreren.

Voor Vlaamse technologie start-ups biedt Industrie 4.0 flink wat kansen. Duitse multinationals staan op de uitkijk voor innovatieve technologieën die ze in eigen land niet kunnen inkopen. Maar ook onze productiebedrijven kunnen zeker een graantje meepikken. Op voorwaarde dat ze iets in de schaal kunnen leggen waar de concurrentie niet kan aan tippen. Een uniek productkenmerk, bijvoorbeeld, maar net zo goed korte levertijden, maatwerk of componenten in kleine oplages.

Typerend voor die middelgrote productiebedrijven is dat ze met hun hoofdkwartieren erg verspreid zitten over het land. In de economische centra, maar net zo goed in landelijke gemeentes. Ze hebben familiale roots in de streek en houden er hun hoofdzetel, ook al zijn ze globaal actief en draaien ze mee aan de wereldtop. Die sterke geografische spreiding vereist specifieke aandacht op digitaliseringsvlak. De telecominfrastructuur, bijvoorbeeld, is nog niet overal op het niveau dat de ondernemingen wensen.

Het infrastructuurprobleem beperkt zich trouwens niet tot snelle dataverbindingen alleen. Ook veel auto-, spoor- en waterwegen zijn verouderd en hebben dringend een update nodig. De Duitse overheid krijgt op dat vlak veel kritiek te slikken. Ze zou te veel aan budgetsanering doen en te weinig in grote infrastructuurwerken investeren. De voorbije jaren werd hiervoor een verhoogd uitgavenpakket goedgekeurd. Duitsland staat geboekstaafd als ingenieursland maar zal de komende jaren, om de reputatie hoog te houden, een tandje moeten bijsteken.

Trend 3: Datarevolutie in de autobranche.

De automobielproductie met al zijn toeleveranciers blijft dé industriële groeimotor van het land. Veel constructeurs - Daimler, Porsche, BMW, Audi, Opel, … - zitten geconcentreerd in de zuidelijke deelstaten Baden-Württemberg en Hessen. Al zijn er met Ford en Volkswagen ook belangrijke hubs in Noord-Rijn-Westfalen en Nedersaksen. En ook de oostelijke deelstaten Saksen en Thüringen hebben enkele productiesites. Maar hoe toonaangevend ze nog altijd is, de branche staat voor pittige uitdagingen.

De Duitse autobouw heeft enkele woelige jaren achter de rug. Allereerst zindert de dieselaffaire nog serieus na. Het zo gerenommeerde Made in Germany-label liep er een serieuze deuk door op. Verder wordt dieselrijden in steeds meer landen afgestraft en toenemende internationale handelsinspanningen dreigen een domper op de uitvoer te zetten.

En dan is er nog de omschakeling naar elektromobiliteit en autonoom rijden, waar de Duitse autobouwers een achterstand goed hebben te maken ten opzichte van de VS en China.

De Duitse auto-industrie heeft lang geteerd op zijn ingenieurskunde. Maar om het leiderschap te behouden, dient nu de digitale switch gemaakt. Want de auto van de toekomst is een smartphone op wielen. Wie toegang heeft tot alle data, heeft de markt in handen. Stilaan begint dan ook het besef te groeien dat de klassieke autobouwers die omwenteling niet alleen aankunnen. Daarom worden er consortia opgericht tussen constructeurs enerzijds en spelers uit elektrotechniek en IT anderzijds: Daimler en Bosch, bijvoorbeeld, of BMW en Intel. Eeuwige rivalen Daimler en BMW kondigden recent zelfs aan om samen ontwikkelingen te doen op het vlak van zelfrijdende voertuigen.

Heel deze omwenteling wordt gedreven door innovatieve technologieën, materialen en toepassingen. Binnen de Duitse automotive liggen er dan ook kansen voor spelers in energie- en/of brandstofbesparing, lichtgewicht materialen, batterijtechnologie, laadinfrastructuur, sensortechnologie, … Of die innovatieve mobiliteitsconcepten kunnen binnen brengen, zoals ook spelers à la Amazon, Apple of Google doen. Ze zetten hun geld in op mobiliteitsdiensten als robottaxi’s of carsharing in plaats van op carrosserie.

(Wordt vervolgd)

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Flanders Investment & Trade)

 

Meer info: www.flanderstrade.be.