OVAM: “Focus op terugdringen CO2-voetafdruk ligt te eenzijdig op energieverbruik”

Milieu-impact materialen- en grondstoffengebruik schromelijk verwaarloosd

De uitstoot van broeikasgassen, met CO2 voorop, ligt onmiskenbaar aan de basis van de klimaatopwarming. Om de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid te halen focussen we voor het terugdringen van onze CO2-voetafdruk te eenzijdig op het inperken van het klassieke energieverbruik en de omschakeling naar groene energie. Nochtans blijkt de CO2-uitstoot gerelateerd aan materialen- en grondstoffenverbruik groter dan de negatieve impact van het gebruik van fossiele grondstoffen. Vlaanderen Circulair en OVAM zullen voor het transitieproject Circulaire Economie van de Vlaamse regering in de toekomst derhalve zwaar inzetten op een oordeelkundiger materialen- en grondstoffengebruik. “Samen met de inspanningen op energievlak verhoogt dat de slaagkans voor het halen van de klimaatdoelstellingen”, weet Jan Verheyen woordvoerder van OVAM.

In 2017 ging het team Vlaanderen Circulair, onder coördinatie van het verzelfstandigd agentschap OVAM, aan de slag om het transitieproject Circulaire Economie van de Vlaamse regering in goede banen te leiden. Aanvankelijke taak van de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij was, in het kader van de tweede staatshervorming in 1981, het afvalbeleid in Vlaanderen uit te stippelen. Naderhand werden de bevoegdheden verruimd met het afval-, materialen- en bodembeheer.

In samenwerking met partners, zoals de lokale besturen, de afvalintercommunales en sectorfederaties, werd het luik afvalbeheer stelselmatig uitgebouwd. Die samenwerking lag mee aan de basis van de uitstekende recyclagepercentages die Vlaanderen intussen wist te halen: zowat 70% voor het huishoudelijk afval en 76 à 77% voor het bedrijfsafval.

“Sinds enige tijd botsen we tegen de limieten van het klassieke beleid aan. Vandaar dat enkele jaren terug het actieterrein met materialenbeheer werd verruimd. We zijn afval meer gaan beschouwen als (secundaire) grondstof voor nieuwe productiepatronen. In 2017 hebben we resoluut de steven gewend richting circulaire economie, dat het maximaal sluiten van materiaalkringlopen nastreeft. Voorts zijn we ook meer gaan inzetten op dematerialisering van de productieprocessen, zodat die minder grondstoffen, energie en mobiliteit vergen. In de toekomst zullen we een bijkomende klemtoon leggen op circulaire gebiedsontwikkeling,” aldus Jan Verheyen.

Vlaanderen Circulair positioneert zich als knooppunt en inspirator voor de circulaire economie in Vlaanderen. Het is een partnership van overheden, bedrijven, middenveld en kenniswereld die gezamenlijk actie ondernemen. Circulaire economie is overigens een concept dat recyclage ruim overstijgt. Het omvat een fundamentele herziening van producten en systemen met als doelstelling een langere levenscyclus, verminderd materiaalgebruik, hergebruik, gemak van ontmanteling voor herstelling of vervanging, nieuwe inkomensmodellen zoals product/dienst-systemen en de ondersteuning van andere consumptiemodellen op basis van gedeeld gebruik.

Impact materiaal- en grondstoffengebruik

Jan Verheyen: “Om de klimaatverandering maximaal in te perken of een halt toe te roepen, leggen we te makkelijk de focus op energiebesparing. Nochtans is het effect van afval en materialen minstens even groot als de energieproblematiek op de klimaatswijziging. Cijfers bevestigd door het International Resources Panel (IRP), tonen aan dat in diverse landen 50 tot 60% van de totale uitstoot van broeikasgassen te maken heeft met materiaalgerelateerde processen. In Vlaanderen loopt dat percentage op tot 60%. Uiteraard moet blijvend werk worden gemaakt van het energieverbruik en de omschakeling naar hernieuwbare energie, maar men moet zich bewust worden van de gigantische negatieve impact van het materialengebruik op de klimaatopwarming. Die denkrichting zal voor OVAM en Vlaanderen Circulair het afval- en materialenbeheer in de komende jaren bepalen”, kondigt de woordvoerder aan

Het Vlaams Klimaatplan voorziet in het terugdringen van de CO2-voetafdruk in Vlaanderen met 35% tegen 2030 en met 90% tegen 2050. Afgezet tegen de vaststelling dat de CO2-materialengerelateerde voetafdruk zowat 60% van het totaal bedraagt, moeten we die tegen 2030 en 2050 met respectievelijk 30% en 75% zien terug te dringen.

“Dat zal de kans op het halen van de klimaatdoelstellingen onmiskenbaar verhogen. Door eenzijdig op het energieverbruik te focussen, wordt het moeilijk om die doelstellingen te halen”, zo nog onze gesprekspartner.

Vier focusdomeinen

Vlaanderen Circulair en OVAM hebben vier pijlers geïdentificeerd die met de grootste materialenimpact op vlak van CO2-uitstoot kampen, met name voeding, consumptiegoederen, gebouwen en mobiliteit.

Op voedingsvlak is het terugdringen van de CO2-intensieve voedselproductie (zoals in de veeteelt) alsook van de aanzienlijke voedselverliezen (30%) doorheen de hele keten een absolute vereiste. Een nog betere sortering van de GFT-fractie vormt eveneens een belangrijk onderdeel van deze acties.

“In het Vlaams restafval zit nog een aanzienlijke fractie organisch, biologisch restafval. Het gaat om ruim een kwart van de jaarlijkse restafvalzaak van 110 kilogram per capita. Slagen we erin dat volume uit het restafval te halen, boeken we dubbele winst. We vermijden enerzijds dat meer restafval naar de verbrandingsinstallatie wordt afgevoerd en derhalve voor meer CO2-uitstoot zorgt en verhogen de productie van bodemverbeteraar, na compostering of voorvergisting, met een betere bodemkwaliteit en betere CO2-captatie tot gevolg”, schetst onze gesprekspartner.

Ook de invoering van de P+MD-zak tegen 2021 in heel Vlaanderen biedt uitzicht op jaarlijks 15 kilogram kunststof minder in de restafvalzak per capita. Elke gemiddelde kilogram restafval staat voor een gemiddelde besparing van 5 CO2-equivalenten, zo luidt het.

Maar liefst 40 à 50% van het materialengebruik wereldwijd heeft met de bouw te maken. Quasi een kwart van de afvalstromen in de bouw betreft bouw- en sloopafval, dat voor 90% wordt gerecycleerd of hergebruikt.

Jan Verheyen: “Zelfs bij 100% recyclage zal de bouw over onvoldoende grondstoffen beschikken. Dat wil zeggen dat we andermaal extra grondstoffen aan de aarde zullen moeten onttrekken, met een nadelige impact op de CO2-uitstoot. De oplossing schuilt derhalve in het gebruiken van minder materiaal en op een andere wijze te gaan bouwen”.

Op Batibouw 2018 lanceerden OVAM, Leefmilieu Brussel en de Service Public de Wallonie, in samenwerking met universiteiten en studiebureaus, TOTEM. Dat is een uitgebreide tool die alle actoren uit de Belgische bouwsector ondersteunt in het identificeren van de milieu-impact van gebouwen en hen de kans biedt die te beperken van bij het begin van de ontwerpfase.

Na de Green Deal Circulair Aankopen gaf de Vlaamse overheid eerder dit jaar, samen met Vlaanderen Circulair, de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) en OVAM, het startsein voor de Green Deel Circulair Bouwen. Maar liefst 230 private en publieke bouwheren, architecten, aannemers, materiaalproducenten, onderzoekers en faciliterende organisaties engageerden zich om minstens één proefproject rond de principes van circulair bouwen uit te voeren.

Op het vlak van het huishoudelijk verpakkingsafval, afkomstig van fast moving consumer goods (FMCG’s), verzet Fost Plus in zijn nieuwe erkenningsperiode de bakens richting uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Voor het eerst stelt het beheersorganisme niet enkel inzamel- en recyclagedoelstellingen voorop, maar ook doelstellingen met betrekking tot de samenstelling van de producten, het vervangen van grondstoffen door alternatieven, eco-design verplichtingen, …

Bijzondere aandacht gaat naar de behandeling van textielafval. Dat heeft, naast elektronica, een heel belangrijke CO2-voetafdruk. In de restafvalzak van de Vlaming zit elk jaar 8 kilogram textiel. Een vergelijkbaar gewicht wordt daarnaast selectief ingezameld (containers, huis-aan-huis inzameling, kringloopcentra, …), dat voor zowat 90% wordt hergebruikt of gerecycleerd. De eerste 50% gaat onherroepelijk verloren als het in de restafvalstromen belandt.

“Mensen geloven ten onrechte dat alleen textiel, dat kan worden hergedragen, selectief mag worden ingezameld,” stelt Verheyen vast. “De vermeden CO2-emissies door textiel te hergebruiken of recycleren, liggen behoorlijk hoog. Bij recyclage van staal of aluminium wordt behoorlijk veel bespaard op CO2-uitstoot. Ingeval van textiel ligt die besparing evenwel hoger dan bij glas of plastics. Kijken we naar afvalpreventie, dan scoort textiel exponentieel hoger,” wordt daaraan toegevoegd.

De nadelige milieu-impact van textiel hoeft dan niet noodzakelijk in het land van gebruik te zitten, ingeval van kledij schuilt de voornaamste uitstoot immers vooral in de productielanden in Zuid-Oost-Azië, maar dat belet niet dat die in het totaalplaatje wordt ingecalculeerd.

HNST (Antwerpen) bewijst dan weer dat de milieubelastende factor van de klassieke textielindustrie kan worden doorbroken. Het bedrijf produceert jeansbroeken die voor 56% uit gerecycleerd denim bestaan. Het zamelt oude jeansbroeken in en recycleert die tot op vezelniveau om ze vervolgens met Tencel®, een uit houtpulp gemaakte vezel, te vermengen. De jeanstof bevat aldus slechts 23% nieuw katoen. De klinknagels worden in de stof geborduurd en de broeksknopen zijn recycleerbaar.

Mobiliteit is het laatste focusdomein van Circulair Vlaanderen en OVAM. “Electrificatie van het wagenpark op zich is vanuit milieu-oogpunt een belangrijke vooruitgang, maar volstaat op zich niet. Ook de grondstoffen, de materialen en de gebruiksfase dienen in overweging genomen. De grote milieuwinst schuilt ongetwijfeld in de gebruiksfase. Zonder aanpassing van ons mobiliteitsgedrag blijft het terugdringen van de CO2-uitstoot over de hele levenscyclus immers beperkt omwille van de gebruikte materialen (elektronica, batterijen, koetswerk, onderdelenproductie, …). Het echte circulaire economie-aspect in mobiliteit schuilt in de principes van deeleconomie (carsharing, openbaar vervoer, ruilsystemen, …),” beklemtoont de woordvoerder.

Nieuwe dynamiek in bedrijfsleven

Onder druk van de klimaatactivisten en de publieke hang naar maatschappelijk verantwoord ondernemen (CSR) is de belangstelling van het bedrijfsleven voor circulaire economie fors aangewakkerd. Dat blijkt ook uit het enorme succes van de twee calls Circulaire Economieprojecten die de Vlaamse overheid sinds 2017 uitschreef.

Vlaanderen trok in de voorbije twee jaar 11 miljoen euro uit ter ondersteuning van 135 projecten rond circulaire economie. Bovenop investeerden de betrokken bedrijven nog eens 17 miljoen euro. En ook de Green Deals konden op behoorlijk wat bedrijfsmatige interesse bogen. Daar gaat het om vrijwillige aangegane engagementen door de deelnemende ondernemingen, zonder enige vorm van tegemoetkoming.

Meer sectornieuws

Agenda