Robotpakken in de logistiek voorlopig nog toekomstmuziek

Exoskeletons of robotpakken geven het menselijk lichaam meer kracht en uithoudingsvermogen. VIL testte de mogelijke toepassingen van deze robotpakken in de logistieke sector. Vandaag blijkt de technologie nog onvoldoende matuur om in te zetten voor logistieke manuele taken in warehouses, maar door de constante ontwikkelingen is er wel potentieel. Dat blijkt uit de resultaten van het project “Exoskeletons for Logistics”, dat de speerpunt-cluster met veertien bedrijven heeft uitgevoerd.

Exoskeletons kunnen het menselijk lichaam een “boost” geven met betrekking tot kracht en uithoudingsvermogen. Vandaag worden exoskeletons succesvol ingezet voor revalidatie in de gezondheidssector en beleven ze hun eerste stappen in de industrie. De vraag is of deze technologie ook in logistieke operaties voor ondersteuning kan zorgen. Vooral voor zeer belastende manuele taken, zoals orderpicking, verpakken, stapelen, laden en lossen, kan een exoskeleton een nuttig hulpmiddel zijn.

Testen met passieve exoskeletons

Exoskeletons zijn onder te verdelen in twee categorieën. Enerzijds zijn er de passieve exoskeletons, die de menselijke kracht herverdelen waardoor het lichaam minder zwaar belast wordt op de zwakke punten, wat leidt tot bijvoorbeeld minder rugklachten. De actieve exoskeletons anderzijds zijn motorisch aangedreven en maken gebruik van extra energie van buitenaf.

VIL voerde uitsluitend praktijktesten uit met passieve exoskeletons omdat de actieve versie voor de industrie nog niet beschikbaar was op de Europese markt.

Minder geschikt voor dynamische taken

De praktijktesten werden uitgevoerd op de sites van vier verschillende bedrijven: Colruyt, Danone, Mainfreight en Gates Distribution Center. Bijkomend werden er ook enkele complementaire lab-testen uitgevoerd, aangevuld met acceptatietesten met een bijhorende bevraging van de operatoren.

Uit externe studies blijkt dat de huidige generatie van exoskeletons vooral zijn gericht op de statische en repetitieve belastende taken in eenzelfde houding, zoals montage langs de assemblagelijn in de auto-industrie, waarbij ze permanent in de ondersteunende zone werken. De bevindingen bij het uitvoeren van eerder statische taken zoals langdurig werken in één bepaalde positie aan een band, zijn dan ook positief.

De huidige generatie passieve exoskeletons zijn echter veel minder geschikt voor dynamische taken in de logistiek en wordt vaak als oncomfortabel beschouwd (wrijving, stoten, beperkte bewegingsvrijheid, …). Uiteraard werden er ook tal van positieve ervaringen opgedaan zoals een betere houding en minder belasting op de rug en schouders.

Technologie nog volop in ontwikkeling

Op basis van de praktijktests bleek dat onder meer het comfort van het exoskelet een grote impact had op de tevredenheid van de gebruiker. Er wordt echter voorzichtig gesteld dat de gebruiker het positiever zou evalueren bij een betere match tussen (deel)taak en exoskelet, een langere gewenningsperiode, betere opvolging van de afstellingen en correct gebruik. Bovendien is de technologie nog volop in evolutie en zullen door samenwerking tussen de technologie-ontwikkelaars en de logistieke sector meer gerichte toepassingen in de toekomst realiseerbaar zijn.

De ervaringen zijn dan ook heel uiteenlopend, sommige vonden de pakken wel zeer geschikte hulpmiddelen.

Het project is dan ook geen eindpunt. VIL zal in de toekomst workshops organiseren om bedrijven te laten kennis maken met de toepassingen van exoskeletons en constant een vinger aan de pols houden met betrekking tot de evoluties in de technologie.

Deelnemers aan het project waren Atlas Copco, bpost, Colruyt Group, Conway, Danone, Delhaize, Gates Distribution Center, H.Essers, Honda Motor Europe Logistics, Katoen Natie, Limburg.net, Mainfreight Logistics services, Oesterbank en Sorbat.