Industrial Design Center breidt accommodatie met nieuwbouwpand uit

Nieuw campusgebouw in Kortrijk staat ook ter beschikking van starters

UGent Campus Kortrijk en HOWEST breidden hun Industrial Design Center (IDC) te Kortrijk tot 3.400 m² uit met een nieuwbouwpand. Het past daarmee zijn accommodatie aan het sterk groeiend aantal studenten aan. Bovenop spitst de uitbreiding zich toe op nieuwe technieken, zoals computational fabrication met sterke inslag van robotisatie. De infrastructuur wordt tevens ter beschikking gesteld van starters voor prototyping-doeleinden. Meer dan ooit zet Industrial Design Center in op samenbrengen van de verschillende expertises en het bundelen van een brede waaier van kennis rond design. “Het is uiteindelijk de taak van de designer om die kennis te integreren en in concrete toepassingen om te zetten”, stelt prof.dr.ir. Jan Detand, hoofd van de onlangs opgerichte design.nexus onderzoeksgroep, die binnen het IDC opereert.

Op Kortrijk Weide klopt het hart van de design-opleidingen in West-Vlaanderen. UGent en hogeschool Howest bundelden er eender hun respectieve opleidingen Industrieel Ingenieur Industrieel Ontwerpen en Industrieel Productontwerpen. Vijf jaar terug ging het om 300 studenten. Dat aantal is intussen opgeklommen tot 450. Industrial design zit dus duidelijk in de lift en kan ook bij jongeren op een toenemende interesse rekenen. Als gevolg van die krachtenbundeling verschoof de aandacht ook meer in de richting van het toegepast onderzoek en de dienstverlening. Dit ter aanvulling van het pure lesgeven.

Ontwikkeling van productsystemen

“Ondernemingen worstelen vandaag met een aantal zaken, zoals de opkomst van de circulaire economie en nieuwe duurzaamheidscriteria (zowel op vlak van materialen en productieprocessen als qua impact op de klanten). Als IDC ondersteunen we hen bij het re-design van hun producten alsook op het vlak van de bijhorende communicatie. Een tweede belangrijke activiteitenpijler heeft te maken met de digitale revolutie (Industrie 4.0). Welke impact heeft digitale productie op de producten (mass customisatie, smart products, smart cities, veiligheid, duurzaamheid, …)? Die heeft een gigantische impact op het ontwerpen van de producten en de omgeving waarin ze functioneren. Bijgevolg beperken we ons nooit tot het ontwikkelen van een product. De focus ligt op de ontwikkeling van een productsysteem (d.i. met inbegrip van de omgeving, nvdr.)”, schetst Jan Detand.

Binnen de wereld van het industrieel design structureert het Industrial Design Center zijn activiteiten langsheen drie assen, met name vormgeving (esthetiek) & vormbeleving (gebruik en gebruiksgemak), technologie (maakbaarheid) en het commercialisatiepotentieel.

“De technologische component is binnen het design nog nooit zo belangrijk geweest als nu. Door technologie (IoT, connectivity, …) is de omgeving helemaal veranderd. Gevolg is dat het hele opleidingsprogramma van industrieel ingenieur Industrieel Ontwerpen is hervormd. Naast het klassieke ontwerp van weleer, komen ook die andere assen ruim aan bod. Bovendien ligt de nadruk niet enkel op het opleidingsprogramma, maar ook op het onderzoek in samenwerking met bedrijven”,” zo nog Detand.

Samenwerking met bedrijven

Jaarlijks organiseert het IDC een call naar bedrijven met betrekking tot een ontwerpproject rond een aantal thema’s (duurzaamheid, materiaalkeuze, IoT, …).

Soms worden studentengroepen op vraag van bedrijven ingeschakeld met het oog op de ontwikkeling van nieuwe ideeën  op design-vlak. Gebeurlijk kan een bepaald idee, in de vorm een meer intensieve samenwerking, door één student, samen met bedrijf worden doorontwikkeld.

“Zowat 75 à 80% van de jaarlijkse master-proeven loopt in partnership met bedrijven. Aan het eind van de rit vertaalt een en ander zich in de aflevering van een product en een productsysteem of in kennis voor het bedrijf om het product in kwestie aan te passen,” verduidelijkt Jan Detand.

Een derde vorm van samenwerking situeert zich binnen het puur bilateraal onderzoek, eventueel met innovatiesteun.

Het Baekeland Fonds, ten slotte, kan, samen met bedrijven, ook instaan voor de co-financiering van industrieel doctoraatsonderzoek.

Nieuwe onderzoeksgroep

Jan Detand: “Design-ontwikkeling was in het verleden het actieterrein van de ingenieur. Dat is niet langer het geval. Het is een aangelegenheid geworden voor een team van mensen, die onderling nauw samen werken. De uitdaging en taak van de ontwerper bestaat er in die kennis optimaal te integreren en de beschikbare expertise in toepassingen om te zetten”.

Vandaar dat Detand onlangs de design.nexus onderzoeksgroep binnen UGent oprichtte. Dat stelt zich tot doel uit te groeien tot referentie-expertisecentrum in design. De onderzoeksgroep bouwt bruggen tussen onderwijs, duurzaamheid en industrie. Dat doet men in het domein van technologiegedreven ontwerp, met focus op veranderprocessen van innovatieve product/dienst-systemen en consumptie-productiesystemen.

De design.nexus onderzoeksgroep zet volop in op verbinden, waarbij de silo’s tussen de verschillende universitaire onderzoeksgroepen worden afgebroken en werk wordt gemaakt van de uitbouw van een breed eco-systeem rond de design-problematiek. Zo lopen intussen partnerships met Flanders Make, Sirris, imec, Designregio Kortrijk, medische instellingen en dies meer.

Duidelijk is dat de onderzoeksgroep ook een signaal voor de overheid heeft. Zo blijkt die vooralsnog voor design niet echt in een structurele betoelaging te voorzien, vermits de nadruk op ontwikkeling ligt. Met de introductie van zaken als design thinking komt daar stilaan verandering in, meent onze gesprekspartner.

Nieuwe accommodatie in teken van verbinding

De nieuwe accommodatie van het Industrial Design Center staat helemaal in het teken van de doelstellingen van de design.nexus onderzoeksgroep. Het Industrial Design Center 2.0 zet sterk in op de nieuwe technieken die in de transformatie naar Industrie 4.0 ontstaan. Naast klassieke 3D-printers, is er ook toenemende aandacht voor robotisatie (robot printing, verwerking van composietmaterialen, …). Niet alleen kan de industrie er de nieuwe technologieën uittesten, er wordt ook intensief onderzoek gevoerd.

Het fablab is overigens niet enkel toegankelijk voor studenten maar ook voor starters die aan opschaling toe zijn. Laser-cutters, waterjet-machines of spuitmachines staan er ter beschikking om kleine reeksen producten met een industriële topkwaliteit mogelijk te maken. Gelijktijdig mikt het IDC zodoende op een wisselwerking tussen studenten en start-ups.

“Het Industrial Design Center scoort meer dan behoorlijk op het stuk van het bevorderen van ondernemerschap,” aldus onze gesprekspartner. “Inmiddels hebben een 60-tal alumni hun eigen onderneming opgestart,” zo heet het.

Ook de stimuli van UGent voor het promoten van het student-ondernemerschap sorteren steeds meer effect.

Kennisoverdracht

Prof. Detand erkent dat de kennisoverdracht tussen de kennisinstellingen en bedrijven in de lift zit. Maar het kan nog beduidend beter. Nog te vaak blijken concurrentie-overwegingen en intellectuele eigendomsrechten een stoorzender. In januari dient de design.nexusonderzoeksgroep alvast, samen met een pool van bedrijven, een eerste project in bij het TETRA-fonds rond circulair design-thinking. TETRA staat voor TEchnologie TRAnsfer voor hoger onderwijs naar een ruime groep ondernemingen (KMO’s) en/of social profit.