Drie decennia jeugdwerkloosheid in Vlaanderen: ups en downs

Begin jaren ‘80 waren meer dan 100.000 jongeren werkloos. De uitzichtloosheid van de “no future”-generatie was groot. Het leidde in 1982 tot een jongerenmars voor werk. De huidige 60-plussers werden toen o.a. aan het werk geholpen door stages.

In zijn laatste studie schoolverlaters merkt VDAB op dat het aantal jongeren dat één jaar na zijn afstuderen zonder werk zit, sinds vele jaren nooit zo laag is geweest. Maar er zijn andere tijden geweest. Jeugdwerkloosheid in Vlaanderen werd doorheen de jaren gekenmerkt door verschillende ups en downs. Tijd om je meer achtergrondinformatie te bezorgen over het grillig verloop van de jeugdwerkloosheid gedurende de voorbije dertig jaar. 

Sneller

De regering Martens V verplichtte bedrijven om stagiaires aan te nemen. Het aantal jonge werklozen daalde tot zo’n 30.000. 
Zo wordt het bijvoorbeeld duidelijk dat de jeugdwerkloosheid veel sterker evolueert (zowel in plus als in min) met de conjunctuur dan de totale werkloosheid omdat jongeren een structureel ander arbeidsmarktprofiel vertonen. Ze worden veel sterker aangeworven bij hoogconjunctuur, maar door het grote aandeel aan tijdelijke arbeid worden ze eveneens veel sneller afgedankt bij laagconjunctuur.

Eenvoudig

De conjunctuuromslag in 1990, versterkt door het uitbreken van de Golfoorlog, deed het aantal jonge werkzoekenden terug stijgen tot 50.000. In 1993 lanceerde toenmalig minister van Werkgelegenheid, Miet Smet, het Jongerenbanenplan. De loonkosten voor jongeren werden gedrukt door een degressieve vrijstelling van werkgeversbijdragen. Het financieel voordeel voor de werkgever en de eenvoudige procedure leidden vrij snel tot resultaten: in de periode augustus 1993 - juni 1994 vonden 40.846 jonge werklozen een baan.

Actie

De conjuncturele ommekeer in 2000, versterkt door de schrikreactie na de terreuraanslagen van 11 september 2001, dreef de jeugdwerkloosheid op tot 47.000. De regering Verhofstadt haalde het verplichte stagesysteem van onder het stof. 
De alarmerende stijging tot bijna 50.000 jonge werkzoekenden in 2004 noopte tot actie. Vlaanderen startte met de “Sluitende Aanpak”. Iedere jongere die instroomde in de werkloosheid of al geruime tijd werkloos was, werd begeleid. In 2008 daalde het aantal jonge werkzoekenden tot het laagste punt in de metingen: 29.528. 

Laag

Het optimisme en de dalende trend werden onderuit gehaald door de bankencrisis. Tegen juni 2013 waren er opnieuw 40.000 jongeren werkloos. Zowel op federaal als Vlaams niveau werd ingezet op stages. Federaal werden de instapstages gelanceerd, in de Vlaamse centrumsteden startte VDAB met Werkinlevingstrajecten voor jongeren zonder diploma. 
In juni 2019 benadert de Vlaamse jeugdwerkloosheid dankzij de aantrekkende economie, de generatiewissel en de latere arbeidsmarktintrede van jongeren, terug het zeer lage niveau van 2008. In juni 2019 staat het cijfer op 30.432.

Toekomst

In welke richting zal de jeugdwerkloosheid evolueren? De belangrijke groep van ongekwalificeerde jongeren en ook de moeilijke integratie van jongeren met een migratie-achtergrond blijft nog lang voor een stevige groep jonge werkzoekenden zorgen. Wel dient zich een demografische wissel aan: tegen 2020 staan er voor elke 100 55-64-jarigen slechts 79 15-25-jarigen klaar op de arbeidsmarkt. Stevenen we daardoor af op een structureel krappe arbeidsmarkt? Of doorkruist een volgende economische malaise, zoals zo vaak, dit scenario?

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met VDAB)

Meer info: http://www.vdab.be.