Zes op tien werkgevers hebben geen “nine-to-five”-werkrooster meer

Bij ruim zes op de tien werkgevers is er geen sprake meer van het traditionele “nine-to-five”-werkrooster. Rond de arbeidstijdsgrenzen geven bedrijven hun personeel heel wat meer flexibiliteit. Dat blijkt uit een bevraging van HR-dienstenbedrijf Acerta. Opmerkelijk: 10% van de werkgevers beoordeelt de prestaties van de werknemers anno 2019 wel nog altijd op basis van de aanwezigheid op de werkvloer en de hoeveelheid geleverd werk, eerder dan op de kwaliteit van het werk.

Werkgevers houden niet meer per se vast aan vaste arbeidstijden. 63% van de respondenten uit de werkgeversbevraging stelt dat ze toestaan dat bepaalde werknemerscategorieën het precieze tijdstip van hun arbeidstijd zelf vastleggen binnen de werkbehoeften. Als dat betekent dat het personeel de ene week meer werkt dan de andere, dan kan dat voor 62% van de werkgevers. De meerderheid van de werknemers is met andere woorden eerder gefocust op wat moet gebeuren dan op wanneer het gebeurt. Op voorwaarde dat het op tijd gebeurt.

Tegelijk meent 49% van de werkgevers dat hun werknemers het ook belangrijk vinden om zelf te bepalen - binnen bepaalde grenzen - wanneer ze precies hun arbeidsuren presteren.

Opvallend: de aanwezigheidscontrole blijft voor één op de tien werkgevers een belangrijk beoordelingscriterium voor de prestaties van het personeel. Nog altijd 17% van de werkgevers van arbeiders noemt dat voor deze groep de belangrijkste controle. De percentages voor bedienden en kaderleden liggen lager, maar blijven toch respectievelijk 14% en 10%.

Werkgevers beoordelen de prestaties van hun personeel het meest op de kwantiteit én kwaliteit samen. Ruim één op de drie van de werkgevers doet dat. Van kwantiteit en kwaliteit blijft die laatste, de kwaliteit, een belangrijkere controlefactor dan de eerste, de kwantiteit.