Twee op drie Belgische werknemers niet bekwaam om tot wettelijke pensioensleeftijd te werken?

63% van de werknemers in België stelt niet te kunnen werken tot aan de wettelijke pensioensleeftijd. De grootste obstakels om te werken tot 65 jaar zijn eerder van psychologische dan fysieke aard. Zo blijkt uit de tweejaarlijkse inzetbaarheidsbarometer van HR-dienstverlener Securex.

Gevraagd naar de leeftijd tot wanneer men kan, wil en moet werken, blijven de cijfers nagenoeg onveranderd sinds de eerste meting in 2013, ondanks de inspanningen die de overheid en ongetwijfeld heel wat werkgevers zich sindsdien hebben getroost. Mensen verplichten langer te werken, helpt niet. Men moet ervoor zorgen dat mensen effectief langer aan de slag willen blijven door de jobs zelfs aan te pakken, concludeert Securex.

Zeven op tien werknemers (72%) denkt te moeten werken tot minstens 65 jaar, de huidige wettelijke pensioensleeftijd. Ruim één vierde (27%) denkt te moeten werken tot 65 en 31% tot 67 jaar, de wettelijke pensioensleeftijd vanaf 2030. 6% denkt zelfs tot zijn 70ste te moeten werken.

Bij 55-plussers is er een significante stijging van de leeftijd tot dewelke ze denken te moeten werken. In 2017 bedroeg deze nog 63 jaar, in 2019 al 64 jaar. Dit zou er op kunnen wijzen dat de bewustmaking via onder meer mypension.be werkt.

De meerderheid (63%) van de Belgische werknemers denkt niet te “kunnen” werken tot 65 jaar. Bijna 1 op 3 (31%) geeft aan maar tot zijn 60ste te kunnen werken. Slechts 1 op 5 (20%) van de Belgische werknemers denkt te kunnen werken tot aan de wettelijke pensioensleeftijd (65 jaar) en amper 17% denkt nog te kunnen werken tot na zijn 65ste.

Nog sterker is dat de Belgische werknemer helemaal niet “wil” werken tot zijn 65ste, laat staan langer. Gevraagd tot welke leeftijd ze willen werken, geeft bijna 3 op 4 (74%) een antwoord dat onder de wettelijke pensioensleeftijd ligt. 16% wil werken tot 65 en slechts 1 op 10 is bereid om nog na zijn 65 jaar te werken.