Meer dan 1 op 5 werknemers in ziekteverlof zou toch kunnen werken

Bijna één derde (32%) van de werknemers in België die langer dan een maand om ziektereden afwezig waren, zegt dat ze hadden kunnen én willen werken tijdens minstens een deel van hun afwezigheid. Hun grootste drempels om het werk vroeger te hervatten zijn een negatief doktersadvies (44%) en het ontbreken van de mogelijkheid om het werk geleidelijk te kunnen hernemen (19%). Dat blijkt uit een focusrapport van HR-dienstverlener Securex, dat ook aangeeft dat het potentieel voor werkhervatting bij langdurige afwezigen groot is, maar nog zwaar onderbenut blijft.

Securex onderzocht voor het eerst het potentieel voor re-integratie van werknemers in ziekteverlof. Uit de studie blijkt dat meer dan 1 op 5 (22%) van alle door ziekte afwezige werknemers aangeeft dat hij tijdens zijn langste afwezigheid van de voorbije twaalf maanden toch in staat was om te werken. En dat voor minstens een deel van de tijd, soms zelfs de volledige afwezigheidsperiode. Bijna de helft (45%) van de afwezige werknemers geeft aan dat ze toch hadden willen werken tijdens minstens een deel van zijn langste ziekteverlof in de voorbije twaalf maanden.
 

  • 15% kan en wil werken (voorbeelden van redenen voor ziektemelding: stress, migraine, rugpijn, buikgriep, gebroken voet, …).
  • 7% kan, maar wil niet werken (voorbeelden van redenen voor ziektemelding: griep, gebroken arm, been in gips, …).
  • 30% wil, maar kan niet werken (voorbeelden van redenen  voor ziektemelding: hersentumor, hernia in de nek, gebroken pols, lage rugpijn, burn-out, …).
  • 48% kan en wil niet werken.


Bijna één derde (32%) van de werknemers die langer dan een maand afwezig waren, had kunnen én willen werken tijdens minstens een deel van hun afwezigheid. Het potentieel voor werkhervatting bij deze groep is vier maal groter dan bij werknemers die korter dan een maand afwezig waren, want van die groep geeft slechts 8% aan dat hij of zij had kunnen en willen werken.