Transportsector staat niet open voor deeleconomie

Financieel voordeel, minder afgelegde kilometers en een betere benutting van het rollend materieel: transportbedrijven die rollend materieel delen kunnen daar veel voordelen uit halen. Toch blijft de toepassing van de deeleconomie in de sector voorlopig uit. Een mental shift bij zowel bedrijfsleiders als uitvoerend personeel is nodig. Dat blijkt uit de resultaten van het VIL-project Cambion.

In een sector die sterk onder druk staat, is het voor transporteurs belangrijk zich te kunnen onderscheiden door een kwaliteitsvolle service. Om aan de snel veranderende vraag naar transportmiddelen te kunnen voldoen, voorzien transportbedrijven in extra rollend materieel om tijdens piekperiodes in te zetten. Dat zorgt tijdens de dalperiodes echter voor stilstaande trekkende en getrokken voertuigen.

Het delen van dat materiaal kan hier een oplossing bieden en bovendien voor extra inkomsten zorgen. Als een vrachtwagen niet bij een klant kan laden of lossen, kan de chauffeur, in plaats van te wachten of terug te rijden naar het depot, een andere opdracht uitvoeren en dus geld verdienen. Ook het aantal gereden kilometers kan hierdoor drastisch beperkt worden.

Het principe van de deeleconomie toepassen in de transportsector brengt ook nieuwe uitdagingen met zich. De bijkomende administratieve handelingen en verzekeringstechnische aspecten vragen om duidelijke afspraken tussen de verschillende bedrijven.

Tijdens het project werd bovendien snel duidelijk dat het delen van trekkende voertuigen op weinig bijval kan rekenen. Chauffeurs zijn erg gehecht aan hun eigen voertuig en zien dit als hun tweede huis. Daarom werd enkel het delen van opleggers verder uitgewerkt in dit project. Ook hierbij is de vrees voor imagoschade reëel.

De bedrijfslogo’s op de trailers liggen zeer gevoelig voor veel bedrijven en hun klanten. Dat wordt de grootste uitdaging tijdens de verdere uitrol van het Cambion-deelproject in de komende jaren.