Antwerpen maakt werk van Grote Warmteverbinding

De stad Antwerpen wil in de toekomst zoveel mogelijk gebouwen op zijn grondgebied verwarmen op een duurzame manier. Samen met Fluvius onderzocht de stad verschillende pistes zoals warmtenetten, warmtepompen en hernieuwbaar gas, met een nieuwe warmtezoneringskaart als leidraad. Op basis daarvan heeft het college een plan van aanpak voor warmtenetten aan de gemeenteraad voorgelegd.

Antwerpen engageert zich om in 2050 klimaatneutraal te zijn en dus de uitstoot van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen. In het onderzoek daarvoor formuleert de stad nu verschillende duurzame alternatieven om de gebouwen op zijn grondgebied fossielvrij te verwarmen. Er werd een warmtezoneringskaart opgemaakt die uitwijst waar welke technologie het beste werkt: warmtepompen, alternatieve bronnen of hernieuwbaar gas. Deze kaart wordt de leidraad voor het nieuwe warmtebeleid van Antwerpen.

De warmtezoneringskaart is de blueprint voor het toekomstig warmtebeleid van de Metropool. Dankzij dit instrument kan microscopisch op verschillende stadswijken worden ingezoomd en in en duurzame warmtealternatieven op maat voorzien. Het is een erg dynamisch instrument waar flexibel kan worden omgesprongen. Op termijn creëert Antwerpen fossiel- en CO2-vrije verwarming voor volledige stadsdelen. Het spreekt dan ook van de Grote Warmteverbinding.

Op basis van de warmtezoneringskaart werd een plan van aanpak opgesteld, specifiek voor de warmtenetten in Antwerpen. Het college legt dit plan ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Het plan definieert negen pilootzones met een hoog potentieel voor warmtenetten. Het gaat om Linkeroever, het Eilandje, de omgeving van Nieuw Zuid, Kiel, Fruithoflaan, Stuivenberg, de omgeving Luchtbal/Rozemaai, de omgeving van de Kaaien, en de Ringzones Oost en Zuidoost. Om de pilootzones te bepalen, werden verschillende criteria naast elkaar gelegd:

 

  • locaties waar het technisch haalbaar en economisch gunstig is om een warmtenet aan te leggen, en waar een ander concept moeilijker haalbaar is;
  • zones met voldoende grote verbruikers die op korte termijn kunnen worden aangesloten, zoals overheidsgebouwen, sociale woningen en bedrijven;
  • zones met een potentiële warmtebron of grote warmteleiding in de buurt;
  • zones waar grote infrastructuurwerken en/of renovatiewerken gepland staan om de aanleg van een warmtenet te kunnen vergemakkelijken.

 

Bij nieuwe wijkontwikkelingen zoals Nieuw Zuid en de Slachthuissite bijvoorbeeld, is vandaag al een aansluitverplichting opgenomen in het RUP. De stedelijke overheid wil immers inspelen op de duurzame oplossingen van de toekomst. Zodra er effectief een warmtenet ligt, kan dus via vergunningen de aankoppeling aan het warmtenet worden gewaarborgd.

Na goedkeuring door de gemeenteraad gaat de stad gaat samen met Fluvius, het Havenbedrijf Antwerpen, Fineg, de provincie Antwerpen en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij de warmtenetten verder concretiseren en uitrollen.

Door financieel bij te dragen in de kosten, zet Antwerpen ook het licht op groen voor de aanleg van een leidingenkoker onder de Royerssluis. Zo kunnen opportuniteiten bekeken worden om restwarmte van de petrochemiebedrijven langs de Scheldelaan richting stad te transporteren.