Werknemers stellen massaal verlof uit

Werknemers lieten dit jaar massaal hun paasvakantie schieten. Arbeiders namen in april 60% minder vakantie dan in dezelfde maand vorig jaar. Bij bedienden bedroeg de daling 50%. Dat blijkt uit een studie van HR-dienstverlener Securex, waarin een vergelijking werd gemaakt van het percentage niet-gepresteerde tijd door vakantie in april 2020 met die in de maand april vorig jaar. De onzekerheid over de zomervakantieplannen zorgt ervoor dat werknemers massaal hun verlof uitstellen.

Het wettelijk minimum van 20 dagen bedroeg vorig jaar 89% van het totaal aantal betaalde vakantiedagen. Conventioneel extra verlof, anciënniteitsverlof en overgedragen vakantiedagen van het jaar voordien stonden samen in voor 10%. De resterende 1% werd ingevuld door jeugdvakantie, loopbaanverlof, functieverlof, seniorvakantie en aanvullende vakantie.

Van die betaalde vakantiedagen namen arbeiders vorig jaar 5% op in de maand april en bedienden 8%. Dit jaar daalde het percentage verlof genomen in april spectaculair: arbeiders namen 59% minder vakantie op en bedienden 50% minder. Dit staat in schril contrast met het eerste kwartaal van 2020, waarin het opgenomen verlof door arbeiders met slechts 4% daalde en bij bedienden zelfs nog steeg met 2%.

Werkgevers vrezen wellicht dat werknemers veel vakantiedagen zullen opnemen in het najaar terwijl de bedrijfsactiviteiten dan mogelijk zullen toenemen en de nodige mankracht zullen vereisen om alsnog de bedrijfsresultaten 2020 geheel of gedeeltelijk te kunnen redden. Daarom zocht Securex uit hoe werknemers hun vakantiedagen in een ‘normaal’ jaar over het jaar verspreiden.

In 2019 was 72% van de betaalde vakantiedagen eind augustus al opgenomen. Werkgevers die vandaag merken dat hun werknemers minder dan een vijfde van hun vakantiedagen hebben opgenomen, krijgen van het advies om de verlofplanning van hun werknemers voor de rest van het jaar te bekijken.

In de eerste vier maanden van 2019 namen arbeiders 14% van hun vakantie op en bedienden 19%. Het verschil tussen de statuten is vooral groot in de maand april - door de paasvakantie - en in maart - door de krokusvakantie. Arbeiders nemen de helft van hun vakantiedagen tijdens de zomermaanden op, terwijl bedienden in die twee maanden slechts een derde (31%) van hun vakantie opnemen. Bedienden spreiden hun vakantiedagen meer over het jaar dan arbeiders, en verkiezen daarvoor de schoolvakanties.